30 Augustus 2012

Optreden

Een jaar zonder roman

Na het verschijnen van mijn laatste roman heb ik veel voorgelezen op literaire avonden. Voorlezen uit een roman is problematisch. De spanningsboog is te groot, de opbouw is langzaam en dwingend en niet te missen, en eigenlijk zijn alleen losstaande passages of anekdotes overdrachtelijk te krijgen tijdens voorleesavonden. Vanaf november zocht ik naar een manier waarop ik mijn tekst toch bij het leespubliek kon brengen, vanaf een podium. Niet schrijven, maar optreden.

27 Augustus 2012

Langs de Strabrechtse heide, de zon schijnt ongenadig, de hei staat in bloei, de eerste wilde bramen zijn geoogst, nijlganzen op het Beuven, grote grazers in een vennetje ernaast, mijn kind slaapt op mijn rug. Ik loop naar waar we de auto hadden achtergelaten en ik kijk om me heen, naar de oudere vrouwen en mannen op hun mooie fietsen, de gevulde houten bankjes, de voorgekauwde routes die ik niet volg, en ik zie geen dieren meer,  ik loop voorbij. Ik loop, ik denk niet, ik moet mezelf dwingen tot de vraag van het moment: wat moet ik met De wandelaar?

Ik herlas de roman van Van Dis voor dit tweede deel in een reeks blogposts over wandelromans zoals Teju Cole die vorig jaar, en W.G. Sebald anderhalf decennium geleden schreef: in een stijl die de tijd neemt, bijna plotloos, met oog voor kleine tragedies. Dit is niet zo'n boek.

21 Augustus 2012

Zin

Zo gaan die dingen blijkbaar: ik maak ouder gewoonte een wandeling door het bos, het is laat in de herfst, de grond ligt vol gevallen blad, ik schop erdoorheen, stuit na de zoveelste trap op iets wat niet meegeeft, niet zozeer hard als wel zwaar, een zak zand of zoiets, trap nog eens, geen beweging in te krijgen, begin te graven, blad weg te schuiven althans, er komt een fietser aan op zo’n stoere terreinfiets met brede banden, vraagt of ik wat kwijt ben, nee, ik ben niks kwijt, ik zoek ook niks maar er ligt hier iets wat ik niet kan thuisbrengen, een volle zak of tas die iemand verloren moet hebben of vergeten, hij stapt af om me te helpen of alleen maar toe te kijken, gvd zegt hij, dat is niet iets maar iemand, kijk dan man, en nog eens die vloek, het is een dooie, en ja, zeg ik, je hebt gelijk, ik zie het, het is mijn buurvrouw.

21 Augustus 2012

Vandaag werd bekend dat Willem G. van Maanen (geboren 30 september 1920) afgelopen vrijdag is overleden. In 2007 wijdde de redactie een heel themanummer aan de toen al meer dan een halve eeuw actieve auteur, met een brief van Nescio aan Van Maanen, en bijdragen van Euf Lindeboom en Kees 't Hart, Willem Jan Otten, Bert Natter, Manon Uphoff en Menno Lievers. En van de auteur zelf. De redactie schreef toen:

'Over Lentebeken van Toergenjev is wel eens opgemerkt dat het verhaal zo goed geschreven is dat de lezer af en toe geneigd is de lectuur te staken. Die reactie roept ook Heb lief en zie niet om op, de voorlopig laatste roman van Willem G. van Maanen. Het werk van deze auteur, waarvan de kwaliteit allerwegen geroemd wordt, verdient meer aandacht dan het krijgt. Om die reden is deze Revisor voor een groot deel aan zijn werk gewijd.'

10 Augustus 2012

Het duurde niet lang, misschien een uur, mijn wandeling door het Leenderbos. Het was nog koel, zoals de ochtend van een zomerdag behoort te zijn, de heide begon voorzichtig te bloeien, maar verder was alles groen in een volle zon. Ik zag dat en ik dacht aan wanneer ik mijn vader weer zou zien en wat ik moest zeggen, hoe ik een strengere redactionele keuze kon maken bij mijn werk, of ik naar een popfestival moest met een ander literair tijdschrift, hoe ik een essay over wandelende literatuur van de grond moest krijgen.

Want dat wil ik, ik wil onderzoeken hoe de essayerende literatuur van Teju Cole en de documentaire fictie van W.G. Sebald zijn stilistische neerslag krijgt, hoe het fysieke ritme in stijl en introspectie zijn vorm krijgt. En ik wil weten hoe het met de Nederlandse wandelliteratuur zit, want dit is geen tijdschrift voor wereldliteratuur. Dat ga ik uitzoeken, en daarom mag dit wel het begin van een serie blogs zijn.

03 Augustus 2012

Urenlang wilde ik niets liever dan in de auto zitten, terug naar huis. Maar nu het zover is, ben ik nog steeds niet weg uit dat restaurant, van die tafel. Ook omdat Dirk, met zijn blik op de weg, maar doorratelt over die kerel waar hij mee in gesprek was. Iemand van de ondernemersvereniging. Aardige kerel. Dat ik hem niet herkende.

Omhoog