31 Januari 2013

Anne Vegter is benoemd tot de Nieuwe Dichter des Vaderlands. Het is aan haar om een compleet nieuwe invulling te geven aan het ambt en die taak is haar toevertrouwd. Ze publiceerde kinderboeken, proza (Verse bekken in 1990) en theaterteksten. Met haar debuutbundel Het veerde (met prenten van Annelies Alewijnse) had ze al die typerende montere en opgeruimde toon, een tikje edgy, indringend en far-out. ‘Hersens, dacht ik bij de bloemkool / Doormidden? Vroeg de groenteboer’, waarna ‘Juffrouw Vegter’, met een zak vol wonder, ‘Lucky Strike, haarspelden en tomatenketchup’ naar de Van de Voorschoterlaan geholpen wordt. Anne Vegter heeft humor en lef. Een van haar bekendste gedichten staat in haar bundel aandelen en obligaties:

30 Januari 2013

De VSB poëzieprijs 2013 is vanavond uitgereikt aan Ester Naomi Perquin voor haar bundel Celinspecties. De jury was unaniem in haar keuze, zo meldt de organisator van de prijs, Stichting Poetry International. Perquins dichtbundel werd verkozen boven genomineerde werken van H.H. ter Balkt, Luuk Gruwez, Sybren Polet en Menno Wigman. Met de prijs is een bedrag van 25.000 euro gemoeid.

30 Januari 2013

Zin

Dat doe je niet, hè, nee dat doe ik niet, ik weet alles nog hoor, we hebben gelachen, hè, ja, we hebben vaak geweldig gelachen, dat ga ik onthouden, nu nog trouwens, ja, als je me maar aan het lachen maakt, weet je nog toen in de Johannes Vijghstraat, ja, ik weet alles nog, toen jij zei dat je gestopt was met roken, weet je nog, en gewoon een sigaret opstak, god ja, je was vergeten dat je ermee was gestopt, ja, en ik wist niet meer dat je gestopt was, wat hebben we gelachen en die avond met die krantenkoppen, godverdomme, we hebben ons kapotgelachen, ik heb nog nooit zo gelachen.

En op het politiebureau, god ja, op het politiebureau, jezus, wat was die agent de kluts kwijt, hij was bezopen, nee nee, hij dacht dat we van het Leger des Heils waren omdat we zongen, ja we zongen, op straat zingen, altijd ’s nachts, weet je nog?

En dat je me in dat café aftrok, niet aan de Oude Gracht, aan de Verwersdijk, gewoon aan de bar, jezus ja, maar ik kwam niet klaar, nee, je gleed bijna van de kruk, volgens mij zag de barkeeper het, hij zei niks, je was zo mooi, zo mooi, je was gewoon geil Vin, ik ben altijd geil op je geweest, weet je dat, je hebt de mooiste kut van de wereld, god jij, jij met je kut, ik hou van je, je moet zulke dingen niet zeggen, je kijkt te veel naar soapseries, toch hou ik van je, je moet me vergeten, ik ga je niet vergeten, doe nou maar je best me te vergeten, daar ga ik niet mijn best voor doen hoor, dat lijkt me niks, niet aan me denken, aan hoe ik er nu uitzie, waarom niet, je ziet er toch gewoon uit, neem nou maar een vriendin, die ene laatst, die van kantoor, hoe heet ze, die kwam bij je staan, ja maar die is gewoon getrouwd met Van Stoor, nou, wat maakt het uit, je hebt een keer verteld dat je op haar geilt, ja, maar niet zoals ik op jou geil, ze heeft mooie borsten, ja jezus, jij ook, ik had mooie borsten, je hebt mooie, ik had ze, zie je, nou lachen we weer, en dan kun je eindelijk naar San Francisco, naar Hitchcock, die is allang dood, ja, dat had je gedacht, ik ga niet naar San Francisco, ga nou maar, misschien leeft ze nog, hoe heette ze, Lee, ja, Lee, ga nou maar slapen, ja hoor, ga maar slapen, ja.

29 Januari 2013

Zin

Ze verstopte zich achter haar hoed omdat ze het niet kon aanzien, Steegman, door vreemde ogen vastgepind op een oranje bank, Renée in zijn schoot, als een boek, een prachtig boek in een taal die hij plots niet meer begreep.

28 Januari 2013

Zin

Hij werd er geen wijs uit, het straatrumoer had iets schelpachtigs, kalkachtig en leeg, als de buit aan schelpen op het strand als de zee zich teruggetrok­ ken heeft, een willekeurige verzameling loze resten. Het was moeilijk een coherente boodschap uit het rumoer te destilleren, behalve een eeuwenoud, geritualiseerd klagen scheen het hoegenaamd geen informatie te bevatten.

26 Januari 2013

Kees 't Hart, die nu furore maakt met Hotel Vertigo (zie hier een voorpublicatie), debuteerde in 1985 bij De Revisor met poëzie. In 1987-3 verscheen het aan fictie grenzende essay 'De wolken', en in het gecombineerde eerste en tweede nummer van 1988 verscheen 'Rousseau'. Een reeks observaties over een toneelstuk, waarin de hoofdrolspeler de jonge Rousseau speelt, de musicoloog, huisknecht, dierentemmer en botanicus. Niet de filosoof natuurlijk. En het gaat over de achttiende eeuw. 'De regisseur vond dat wij genoegen moesten nemen met de achttiende eeuw. "Een andere is er nu eenmaal niet", zei hij.'

'Rousseau' is een parodie op theatertaal, een oefening in herhaling, een spel met afstand en absurdisme en de achttiende eeuw. Vanaf vandaag kunt u 't Harts officiële prozadebuut online lezen.

24 Januari 2013

Felicitaties aan Hollands Maandblad, Liter, Das Magazin en Terras

Ondanks afwijzing Revisor geen belemmering voortbestaan

Tot ons grote genoegen kunnen we de collega's van Hollands Maandblad, Liter, Das Magazin en Terras feliciteren met de subsidie die door het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Nederlands Letterenfonds aan ze is toegekend. Dat vernamen we hier; inmiddels staat een en ander bij het Letterenfonds online; een essay van Christiaan Weijts (met Revisor-kleurtje) staat in NRC Next; reacties van de winnaars komen binnen op OoteOote.

De vier tijdschriften krijgen elk 25.000 euro om hun plannen te verwezenlijken: een mooi gelijkmatig besluit van de wedstrijdachtige procedure. Waarom de dertien andere aanvragers, waaronder De Revisor en een groep tijdschriften (De Gids, De Revisor, Hollands Maandblad, Parmentier en Terras) gezamenlijk, niet in de prijzen vielen, is tot op heden niet duidelijk.

Hoewel dat bij menig collegatijdschrift helaas anders zal zijn, staat dit besluit De Revisor het voortbestaan en het doorzetten van een deel van de plannen niet in de weg.

22 Januari 2013

De Overtoom, en wat er gek is

Het objectieve subject

'Alleen de kapper is normaal,' dat is de titel van een recensie van Esther Gerritsens nieuwste, eind vorig jaar verschenen roman Dorst. Ik had het stuk niet gelezen, maar wel de titel ergens langs zien komen, en hij speelde door mijn hoofd toen ik Dorst las. Echt? Is iedereen zo gek? Objectief gezien, ja, zoals de vader in Christine Ottens nieuwe boek Om adem te kunnen halen in een gesticht zit. Maar die komt dan weer heel normaal over. Of de groetvrezende, door zijn voormalige cheffin geobsedeerde Isebrand in Het boek Ont. Niet normaal, toch? Toch?

Het lijkt me geen interessante vraag voor een recensie, want een goed beschreven gek is leuker en interessanter dan een plat normaal mens. Maar op een iets grotere afstand is het wel interessant, want vragen naar gekte leiden tot inzichten over de spanning tussen wat je vaststelt, diagnosticeert, en wat je voelt, ervaart.

17 Januari 2013

Het is al tien uur geweest als ik me ga omkleden. Mar heeft gezegd dat we niet te vroeg binnen moeten komen, want dan zijn we sneu. We zijn allebei nog nooit in De Engel geweest, maar zij weet dat soort dingen. Ik vraag me af waarom ze juist deze avond wilde gaan. Van mij had dat drag-thema niet zo nodig gehoeven.

De kaki broek die ik bij de legerdump gekocht heb, is zo wijd dat ik een riem nodig heb. In de passpiegel aan de deur kijk ik naar de broek en naar de riem om mijn middel. Mijn handen beginnen te zweten. Ik maak de riem los en trek hem uit de lusjes. Langzaam schuif ik de broek een stuk lager, tot het brede elastiek van mijn boxershort er bovenuit komt. Mijn kont, die ik altijd zo week en dik vind, voelt in de wijde broek kleiner en steviger. Jongensachtig. Terwijl ik in de spiegel naar die broek rond mijn heupen en die rand elastiek blijf kijken, klopt mijn hart razendsnel, niet alleen in mijn borst, maar ook achter de rits van de broek, onder de zachte stof van de boxershort. De plotselinge opwinding is zo fel dat het pijn doet.

Omhoog