29 November 2013

We tekenen een landkaart in de lucht

Feuilleton: Hoe we licht meten V

We lopen langs de Thames. De lampjes in de platanen zijn aan, op het zand aan de oever beneden liggen twee zwanen met hun hoofd tussen hun vleugels, de man met de boeken is al aan het inpakken. Ze kijkt of er iets tussen zit, een aandenken.
‘Hij heeft alleen slechte boeken.’
Ze negeert me, doorzoekt twee dozen met boeken, daarna een met ansichtkaarten. Triomfantelijk houdt ze een vergeelde kaart omhoog. Het is een foto van een vuurtoren, met de groeten uit Beachy Head.
Op een bankje kijken we naar de mensen. Een vrouw die een kinderwagen met twee hondjes voor zich uit duwt, zwaait naar ons, een man met een kerstmuts op zijn hoofd wenst ons een fijne avond. De joggers zien niets. Als een toerist de weg naar het station vraagt, stuurt ze hem met overtuiging de verkeerde kant op.

25 November 2013

Mails aan een jonge fotografe XX

Onderwerp: licht en relatieve snelheid

Beste C.

(14h33)
Peter Terrin is deze ochtend niet aan de ontbijttafel verschenen. Mijn lieve vrouw had nochtans genoeg eieren voorzien, maar hij is in bed blijven liggen; gisteren is inderdaad uit de hand gelopen: de drank en ons geanimeerd gesprek over literatuur en snelheid hebben hem waarschijnlijk de das omgedaan; als hij vandaag verschijnt is het ongetwijfeld met zonnebril. Maar goed, gisteren waren we het er roerend over eens: de roman wordt genekt door de markt en gedegradeerd tot een product, maar het schrijven - het klonk als een elektrisch axioma vorige nacht - het schrijven is onuitroeibaar! Hoe gelukzalig is het binnen een roman te vertoeven, zijn god en oerknal te zijn! Een schril contrast met het eindpunt, Claire, het boek zelf dat met de schepping vergeleken maar pover uitvalt. Daarom kan ik je teleurstelling begrijpen toen je de resultaten van je fotorolletje in handen had: is het dat maar? Op je vraag hoe je die ene volmaakte foto zou kunnen maken, is er maar één antwoord: ‘Word volmaakt en maak die foto.’

22 November 2013

Vuurtoren

Feuilleton: Hoe we licht meten IV

Als we een opzet hebben gemaakt voor ons project verlaten we de universiteit – de late zomerlucht is warm en ik begin te zweten. We kunnen met een taxi naar de stad, maar ze neemt liever de bus omdat ze het openbaar vervoer een goede manier vindt om een stad te begrijpen. Deze bus is vooral een goede manier om studenten te begrijpen, maar ze staat erop.

Ik check in met mijn Oyster Card en koop voor haar een kaartje. Ze loopt voor me uit alsof we dit iedere dag doen, houdt een plek voor me bezet. Onderweg kijkt ze uit het raam als een kind. Ze drukt net niet haar neus tegen de ruit, verheugt zich over alles wat ze ziet. Het valt me weer op dat ze zo levendig is, zo licht lijkt – we hebben alleen over het donker geschreven. Ik vraag er niet naar omdat ik bang ben om haar stemming te verstoren.

18 November 2013

De zetproef is gecorrigeerd, het essay is af. Nee, het is nooit af. Ik moest me beperken tot een paar fragmenten, en sommige onderwerpen zijn niet aan bod gekomen. Het gesprek dat ik had met de schrijver die worstelde met zijn autobiografisch geïnspireerde bevallingsroman. De paar ongecompliceerde bevallingen in de literatuur. De veel grotere aantallen afgrijselijke verlossingen. De ogen van artsen en verloskundigen, en wat ze zien. Dood en ziekte rond geboorte. Vaders op de gang vanaf Tsjechov via Haasse en Brouwers naar Hollak. Slapstick. Enkele aanzetten tot nieuwe essays en blogs.

15 November 2013

Betekenis

Feuilleton: Hoe we licht meten III

Langzaam dikten de dagen in, werden ze taaier, stroperiger. Ik kreeg moeite met opstaan, terwijl ik al veel sliep. Mijn moeder zei dat ik naar de huisarts moest. In de wachtkamer deed ik alsof ik de krant las. Ik had het gevoel dat de andere mensen aan me konden zien dat er iets mis was. De huisarts, die me al mijn hele leven kende, vond het niet nodig om onderzoek te doen. ‘Het is je leeftijd. Komt vaker voor. Je moet in beweging blijven. Je ziet bleek, het zou je goed doen om vaker buiten te zijn. Doe je aan sport? Misschien is tennis wat voor je.’ Thuis vermeed ik mijn ouders en liep ik meteen door naar boven, waar ik in bed ging liggen en naar de posters keek die daar al zeker tien jaar aan de muur hingen.

13 November 2013

Hannah van Wieringen schrijft toneel voor onder andere Toneelgroep Oostpool en debuteerde vorig jaar met de verhalenbundel De kermis van Gravezuid (De Harmonie). Haar poëziedebuut Hier kijken we naar wordt in 2014 verwacht.

11 November 2013

Ieder najaar organiseert het Letterenfonds een Fellowship for International Publishers. Een tiental buitenlandse uitgevers wordt uitgenodigd naar Amsterdam te komen om kennis te maken met Nederlandse uitgeverijen, auteurs en natuurlijk boeken. Praktisch gezien betekent dat een week vol etentjes, borrels en feestelijke bijeenkomsten bij uitgeverijen die hun best doen zich zo goed mogelijk te verkopen. Mijn uitgeverij, Cossee, doet ook altijd mee en dit jaar had dat voor mij succes, voor het eerst.

08 November 2013

Hemd

Feuilleton: Hoe we licht meten II

In de kantine kom ik Hedwig tegen. Hedwig onderzoekt de morele betekenis van intenties. Ik vraag haar wat ze van mijn overhemd vindt.
‘Prima, gewoon een leuk hemd. Netjes.’
Ik kijk teleurgesteld.
‘Een prima hemd, niks mis mee. Hoezo, moet je ergens naar toe?’
‘Ik heb bezoek. Van een meisje.’

06 November 2013

Storkwinkel, weinig taxichauffeurs kennen het straatje. Er zit een hoek in tussen de apotheek en het centrum voor zwakbegaafden, als je daar linksaf gaat ben je nog steeds in dezelfde straat. De DAAD  heeft al vele decennia zeven woningen op nummer 12. Soms gaat in een van de appartementen de telefoon en vraagt een Russische stem in het Engels of hij Arvo Pårt te spreken mag krijgen. Wie heeft er niet gezeten, Gombrowicz, Handke, Mayröcker, Anne Veronica Jansen. Susan Sonntag was er jaargenoot van Breyten Breytenbach.  Ooit was dit de rafelachtige rand van de Kurfürstendamm, vertelde redacteur Wil Hansen. Je had er barretjes en cabarets. Nu is er een tankstation, er zijn winkels met auto-onderdelen, kantoren. Aan de ene kant van de Storkwinkel hoor je de piepende remmen van de wagons op de Ringbahn, aan de andere kant loopt de ringweg rond Berlijn. Vanuit de hoger gelegen appartementen kijk je op vrachtwagens in de file. Er is nog een café, de Wolfs Inn, en het verhaal gaat dat geen van de DAAD-gasten er ooit naar binnen durfde. Wolfs out, mompel ik als een brullende man naar buiten komt. Hij is te dronken om me te verstaan.

04 November 2013

Mails aan een jonge fotografe XVIII

Gargnano, Lago di Garda, 10 juli 2011,

Dag Claire,

Bedankt voor je brief. Je handschrift op het gele papier lezen hier in de rieten stoel met uitzicht op het meer, vervult me met een warm gevoel van eenheid tussen ruimte en tijd. Wat een prachtig nieuws dat je gaat boogschieten! Je zult leren ademen, beste Claire, wat is dat van levensbelang, een juiste ademhaling. Langzaam de werkelijkheid door je neusgaten inademen en traag jezelf langs je mond uitademen terwijl je spieren zich spannen en je oog langs de pijl glijdt. Fixeer je echter niet op de schietschijf, maar op de weg ernaartoe; misschien is er geen schijf! Als de natuur en de geschiedenis zonder doel zijn, waarom zouden wij er dan één moeten hebben? Ach, lieve Claire, schiet zoals mijn zoontje tekent! Of zing zoals hij en mijn dochter, die op weg naar het meer – het meer! - een veer van een tortelduif en een Alpengierzwaluw op hun rieten hoed hebben gestoken.

01 November 2013

Vanaf deze week verschijnt er wekelijks een deel in Eva Meijers tiendelige feuilleton 'Hoe we licht meten'. In het komende halfjaarboek verschijnt een op het feuilleton gebaseerd kort verhaal. Dit project wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

Er vliegt een kleine blauwe vlinder door het open raam naar binnen. Ze merkt hem niet op. Ze zoekt naar de juiste woorden. ‘Het is een soort monster dat altijd onverwacht komt en me onderuit haalt. Het maakt me volkomen alleen. Hoe zou jij het omschrijven?’

01 November 2013

De Revisor, jaargangen 1981-1988 bij de DBNL

Archieven toegankelijk bij de DBNL

Goed nieuws! De Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren digitaliseert, na een pauze van een half jaar en telkens kleine plukjes, nu acht jaargangen van De Revisor. De jaargangen 8 tot en met 15 beslaan de jaren 1981-1988, en bevatten werk van Piet Meeuse, Rob Schouten, Leo Vroman, H.H. ter Balkt, Elmer Schönberger, Federico García Lorca, Maarten van Buuren, Gerrit Krol, Patrizio Canaponi (jaargang 10 (1981)), Hedda Martens, Eva Gerlach, Jan Kuijper, Robert Anker, Ton van Deel, Willem Brakman, Piet Schrijvers, Willem Otterspeer, Rein Bloem, Thomas Rosenboom, Erik Menkveld, Jan Fontijn, Alfred Kossmann, Ad Zuiderent (jaargang 9 (1982)), A.F.Th. van der Heijden (già Patrizio Canaponi), R.M. Rilke, Kees Verheul, Marita Mathijsen, Rutger Kopland, (jaargang 10 (1983)), Anton Haakman, Barber van de Pol, Wiel Kusters, Sjoerd Kuyper, Joost Zwagerman (jaargang 11 (1984)), Lloyd Haft, Nicolette Smabers, Christien Kok, Tomas Lieske (jaargang 12 (1985), Kees 't Hart, Toon Tellegen, Marjoleine de Vos, Anneke Brassinga (jaargang 13 (1986), Kester Freriks, Frans Budé, Jacques Hamelink, Mark Insingel, René Huigen (jaargang 14 (1987)), B. Zwaal, Elma van Haren, Honoré de Balzac, Ambrose Bierce (jaargang 15 (1988)).

Omhoog