30 December 2013

Mails aan een jonge fotografe XXIII

Onderwerp: kleur en aanzien

Beste Claire,

Vandaag hebben we een laatste glas gedronken met de Terrins op het terras van de Albergo di Gargnano waar D.H. Lawrence nog geslapen heeft. Mijn vrouw heeft Peter en mij gefotografeerd voor de vergulde plaque waarop zijn naam stond gegraveerd: bewijsmateriaal, beste Claire, 1912, ik was nog niet eens een gedachte. Daarna was het de beurt aan de kinderen: een groepsportret, een hele onderneming! Het was een licht afscheid, het meer was niet verdrietig en had zich weer in een van zijn onnoembare kleuren gehuld; iets tussen roze, beige en lichtblauw.

Je zou hier waarlijk een nieuwe kleurenkaart kunnen uitdokteren; de daken zijn vervaardigd van pannen tussen baksteenrood en afgetrokken zandkleur waarop zwart-witachtig mos als sneeuw ligt verspreid; voor elke nieuwe kleur een nieuwe naam! Ik denk aan luna di Gargnano, rosso di Garda of bianco di Limone. Eigenlijk zou je kleur moeten kunnen beschrijven per dagdeel, per seizoen, per plaats, voorwerp of fenomeen… schommelstoelgardagroen, nachtmuggenflessenrood, weerlichtzomeravondwit… Zie je wat ik schrijf, beste Claire. Zou ik je beelden beter kunnen begrijpen als ik de kleuren beter kan nuanceren?

27 December 2013

Vlucht

Hoe we licht meten IX

Onder de grond is het benauwd. Elke groep mensen die de metro binnenkomt neemt warmte mee. Wanneer de metro weer rijdt en er lucht door de open ramen naar binnen komt, koelt het af. Lucht, warmte, lucht, geratel van wielen. Ik stel me voor hoe ze het hotel verliet, naar de metro zocht – misschien heeft ze de weg gevraagd aan de receptioniste, wenste die haar ook vriendelijk succes. Het is iets waard. Ik had daar duidelijker over moeten zijn, haar moeten zeggen dat ik voor het eerst in jaren het gevoel had dat – dat ik dat gevoel had. Ik had dat gevoel voor het eerst in jaren, ik dacht dat het dood was. Ik moet haar ook vertellen over de duif. Dat ik naar de dierenarts ben geweest en wat ze zeiden. Ik lees haar kaart nog een keer. Ik begrijp het niet goed. Ze heeft slechte ervaringen met relaties, oké, maar ze zou me moeten kennen, ik heb het beste met haar voor. Op Paddington Station stap ik over – er is een trein uitgevallen, en het is al bijna twaalf uur.

25 December 2013

Jack wachtte altijd op me, in de Cherokee, met een stationair draaiende motor, tot ik van de wc kwam – niet dat ik steeds moest, het was meer de gedachte dat ik straks misschien moest en dat het dan niet kon omdat we onderweg waren.
‘Ben je zover?’ vroeg een van mijn schoonzussen.
Al die mensen die in- en uitliepen, de bloemstukken het huis uit droegen, overal kopjes koffie, half leeggedronken.
‘Gaat er niemand bij Jack?’ vroeg ik.
‘Lieverd, jij zit in de eerste volgauto.’

23 December 2013

Op het vliegveld van Istanbul stonden tientallen jongens achter het hek. Een van hen hield een briefje omhoog met mijn naam erop. Hij zei dat we over vijf minuten konden vertrekken, we moesten alleen nog even op een andere gast wachten. Dat is prima, zei ik. Die vijf minuten bleken vijftig minuten te zijn en die andere gast waren er drie, twee Slovenen en een Ierse fantasyschrijver. Dat is Istanbul, hectiek, vriendelijke mensen en onduidelijkheid.

20 December 2013

Handen

Hoe we licht meten VIII

In de ontbijtzaal pak ik een bruine boterham uit een mandje. Ik prop hem in mijn broekzak. De receptioniste lijkt niet verbaasd als ik vraag waar de dichtstbijzijnde dierenarts zit. Het is vlakbij. Ze wenst me succes. Buiten verdeel ik de boterham in kleine stukjes die ik bij de duif in de doos leg. De duif begint meteen te eten. ‘Goed zo,’ zeg ik. ‘Eet maar, op, dan word je snel weer beter.’ De lucht hangt zwaar over de stad, het is echt te warm voor de tijd van het jaar. Ik ruik aan mezelf om uit te vinden of ik stink, ik ruik vooral haar.

18 December 2013

Ik vraag me af of literatuur baat heeft bij een open blik op de natuur, de wetenschap, de systemen, op het andere. Of een schrijver die uit het raam kijkt een betere is dan een die romans leest. Ik vraag me dat af en lees Gerrit Krol. Enkele aantekeningen in de aanloop naar de eerste 'Laatste lunch', een besloten literaire salon met dertien schrijvers, (waaronder Revisorredacteuren, journalisten), over hoe belangrijk de stem van de schrijver is in een door economie en wetenschappen gedomineerde wereld?

18 December 2013

Volledigheid is een ideaal. En tussen de werkelijkheid en dat ideaal, misschien is illusie een beter woord, zwerft het essay. Omdat het antwoord op je vraag een nieuwe vraag opwekt, is het zinniger te blijven vragen. Niet stil te staan, niet beloven het definitieve stuk te schrijven. Dus als ik een essay over bevallingsscènes in de (Nederlandse) literatuur schrijf, dan vallen er teksten af, thema's, onderzoekspaden. Deze beknopte verantwoording bij het stuk 'Het literair Couvadesyndroom. Over bevallingsscènes, pijn, eenzaamheid, inleving' (vrij toegankelijk voor abonnees) in halfjaarboek De Revisor 7 (2013-2) is dan ook een tussenstand. Titels, links en vraagtekens.

16 December 2013

Mails aan een jonge fotografe XXII

Onderwerp: lachen in ontroering

Ciao Claire,

De tijd dobbert als een Boeddha rond op het meer. Hij rekt zich, vult zijn longen, gaat kopje onder en komt weer boven in de oneindigheid van het water. Ik daag hem uit met kleine keien en stukjes marmer: een schouwspel van grillige lijnen die naar zichzelf terugkeren terwijl ze uitdijen; Boeddha lacht zich krom met deze contradictie!

Mijn vrouw en ik zijn het erover eens: ondanks dat we nog maar een week in Italië zijn, voelt het alsof we al een paar maanden in de Via Marconi n° 41 wonen; zelfs het meer wordt in al zijn goddelijkheid met de seconde banaler, alsof het er altijd al geweest is… tot een lachende maan vanachter de bergen opstijgt, een vuurwerk de lucht in een gekleurde Melkweg verandert of een visarend als een pijl in het water verdwijnt en met een gouden forel weer opstijgt… en het meer zijn goddelijke status weer aanneemt en mij ontroert; niet op een cerebrale manier, maar bijna letterlijk: mijn lichaam door elkaar roert…

14 December 2013

Hij had nog een nummer van Raster willen maken. Over pijn. Typisch Jacq. Een ongemakkelijk onderwerp dat hij even onvervaard aan was gegaan als Over kampliteratuur. Ongemak was geen taboe voor Jacq Vogelaar. Maar hij deed wat hij moest doen. Nog eenmaal vroeg hij de oud-redacteuren bijdragen te schrijven en verzamelen. Nog eenmaal kwamen Bernlef, Nicolaas Matsier en Piet Meeuse bij hem boven om aan zijn tafel de kopij te corrigeren. Ruiterlijk gaf hij toe dat Sven Vitse gelijk had dat ‘Het einde’, het laatste nummer van Raster, eigenlijk een staande receptie was, niet helemaal in de geest van het tijdschrift. Hij voelde het einde naderen, van de intentie Raster uit te geven, mogelijk van tijdschriften in deze vorm. Misschien voorvoelde hij wel zijn eigen einde. Jacq Vogelaar was heel goed in pijn verbijten en doorschrijven. Verbitterd was hij niet. Rancuneus was hij nooit, maar hij vergat niets.

14 December 2013

Lammert Voos is geboren 1962  te Eenrum, groeide op in Sneek.  Medio jaren tachtig was hij zanger/gitarist/componist en tekstschrijver van de band Umberto di Bosso é Compadres. Schrijft poëzie in Nederlands en Gronings en bracht drie dichtbundels en twee prozabundels uit, waarvan de laatste De terugkeer van het haringorakel genomineerd was voor de Grote Inktslaafliteratuurprijs 2013. Momenteel werkt hij aan een roman. Hij was van augustus 2011 tot augustus 2013 stadsdichter van Deventer.

13 December 2013

Schijnen is lijken en licht geven

Feuilleton: Hoe we licht meten VII

‘Wil je niet?’
‘Jawel, maar.’
‘Geen maar.’ Ze weet wat ze doet. Ze duwt me met haar lichaam tegen de muur, ik kan niet anders dan haar vasthouden, ik voel de huid onder haar jurk. Haar borsten zijn klein, ze maakt mijn overhemd los, kust mijn buik, haar schouder is glad, haar bovenarm. Ze neemt mijn hoofd in haar handen, tilt het van mijn schouders en legt het naast zich neer. Dan leidt ze me naar het bed, ze trekt me over zich heen, vouwt haar benen om me heen, ze is nat, hard, ik ben hard en zacht en ik wil haar, in haar, door haar heen, ik bijt in haar nek, in haar schouder. Haar mond is zo open en het is alsof we elkaar na jaren teruggevonden hebben, schipbreukelingen op een eiland zijn, de enige mensen ter wereld, uitgehongerd, zout. Ze tilt me op, nee, we worden samen opgetild, we zweven boven het bed, vallen samen met de lucht en ik adem tot mijn tenen tot ik alleen nog in haar besta.

11 December 2013

Mails aan een jonge fotografe XXI

Onderwerp: alles verandert

Beste Claire,

Je beelden zijn verfrissend als een ijskoud glaasje limoncello na een bord tagliatelle met room en parmegiano! Je zou me hier moeten zien zitten als een Boeddha voor het scherm! En ik begrijp je ontgoocheling, maar lig niet wakker van de kritiek van je moeder, ze is ook maar een mens met goede bedoelingen. Geloof me Claire, niemand kan de fotografie rationeel ordenen, er bestaat geen wetenschap of filosofie om je beelden te beoordelen, er is alleen de tijdsgeest die voortdurend van gedaante verandert: nu, morgen en gisteren!

10 December 2013

Het zevende halfjaarboek De Revisor onder nieuwe redactie opent met een verhaal van Wytske Versteeg (VrouwDebuutprijs 2013, nominatie BNG Nieuwe literatuurprijs), reflecteert in een drietal essays op de werkelijkheid in poëzie, proza en het maatschappelijk schrijverschap, en brengt fris proza en kruidige poëzie. Hij bevat proza van Wytske Versteeg, Eva Meijer, Barry Smit, Marieke Rijneveld, Jente Posthuma en Erik Lindner, poëzie van Vicky Francken, Guido Favié, Arnoud van Adrichem en Elmar Kuiper, en essays van Kiki Coumans, Daan Stoffelsen en Bart Koubaa. Reserveren kan al.

09 December 2013

Een paar jaar lang werkte ik als chauffeur. Ik kreeg de lange afstanden, werkte voor kunstfestivals, personen en installaties brengen en ophalen. In Bazel laadde ik vijftig violen in en bracht ze met een nerveus pratende kunstenares mee naar Rotterdam. Drie gefingeerde portretten van tweelingen leverde ik af bij de juwelier Cartier in Parijs. Per stuk waren de foto’s een ton waard. Ik begon ooit bij het World Wide Video Festival, werkte vervolgens voor het Haags Filmhuis en ten slotte het langste voor V2, het centrum voor ‘instabiele media’ in Rotterdam. V2 waren de pioniers in de elektronische kunst. Van Schiphol haalde ik een chagrijnige Hongaarse filmer die van de chauffeur eiste alle sociologische gegevens van het land van aankomst op te dreunen. Een Duitse Europarlementariër die cultuur deed, laste in zijn openingsspeech een minuut stilte in nadat hij in de auto over dit gebruik had gehoord. De baas leende me zijn Alfa Romeo uit om hem terug te rijden, ik reed prompt bij de uitgang van de parkeergarage een van zijn koplampen stuk. Sjouwen mocht ik niet vanwege mijn slechte rug, alleen maar rijden. Rotterdam is een prettige uitvalsbasis, de brede straten, de snelle doorstroming van het verkeer. Ik had een huis in Den Haag, een uitgever in Amsterdam en een baantje in Rotterdam en begreep niets van de competitie tussen die steden, voor mij waren ze een grote stad. Als ik ergens vanuit het buitenland naar Marc bij V2 belde waar ik precies moest wezen, zei hij altijd: wat heb jij toch een leuk leven. Kwam ik afgepeigerd terug dan zei hij: had je maar niet voor de poëzie moeten kiezen maar iets waar je geld mee kan verdienen.

06 December 2013

De duif

Feuilleton: Hoe we licht meten VI

Voorzichtig inspecteert ze de vleugels.
‘Deze vleugel is gebroken en de duif is heel mager. Hebben jullie een dierenambulance?’
Ik heb geen idee. ‘We kunnen de RSPCA bellen, de dierenbeschermingsorganisatie.’ Ik zoek het nummer op en informeer naar de procedure voor gewonde vogels. Ze kunnen de duif komen ophalen, we kunnen hem morgenochtend ook zelf naar een dierenarts brengen, dat laatste is waarschijnlijk sneller. Er is een opvang voor zieke en gewonde vogels aan de rand van de stad, die zijn ook morgenochtend pas weer open. Ik noteer het adres.
‘Is het hotel nog ver lopen?’
‘Een minuut of tien.’
‘We hebben een kartonnen doos nodig.’

03 December 2013

Tot op heden heb ik in deze reeks vooral geschreven over voorlezen in het buitenland, over vertalingen, over het reizen en één keer over buitenlandse uitgevers die in Amsterdam op bezoek waren. Nu kan het buitenland ook simpelweg een locatie voor een roman zijn. Pamplona was het reisdoel van mijn vierde roman, maar daar ben ik nooit geweest. Op internet is genoeg over deze stad te vinden en bovendien was de hoofdpersoon van die roman ook nog nooit in Pamplona geweest. Hij was een bokser. Om dat boek te kunnen schrijven heb ik veel bokstrainingen bezocht en wedstrijden gekeken. De roman die in februari verschijnt eindigt in Zuid-Frankrijk.

02 December 2013

De Revisor, jaargangen 1989-1996 bij de DBNL

Archieven toegankelijk bij de DBNL

De DBNL zet door! Jubelt! Opnieuw beschikbaar oud werk van Thomas Rosenboom, Piet Meeuse, Anton Haakman, Qiongliu, Mark Insingel, J.P. Guépin, Barber van de Pol, Gabriele d'Annunzio, Kester Freriks, Christien Kok, Kreek Daey Ouwens, Rein Bloem, Kristien Hemmerechts, B. Zwaal, Vladimir Majakovski, Ton van Deel, Cyrille Offermans (jaargang 16 (1989)), Graa Boomsma, Leo Vroman, Chris Honingh, H.H. ter Balkt, A.F.Th. van der Heijden, Toon Tellegen, Gerrit Krol, Willem Brakman, Huub Beurskens, Kees 't Hart (jaargang 17 (1990)), Carel Peeters, Kees Fens, Jacob Groot, Hedda Martens, Wessel te Gussinklo, Michel de Montaigne, Maria van Daalen, Antoine A.R. de Kom, W. Bronzwaer, Lloyd Haft, Maarten van Buuren (jaargang 18 (1991)), Henry James, Jan Kuijper, Frans Kusters, Stefan Hertmans (jaargang 19 (1992)), Rutger Kopland, Wiel Kusters, Max Niematz, Hugo Brandt Corstius, Eva Gerlach, Charlotte Mutsaers, Benno Barnard, M. Februari, Tomas Lieske, Joost Zwagerman (jaargang 20 (1993)), Tsjêbbe Hettinga, Ed Leeflang, Elma van Haren (jaargang 20 (1993)), Matthijs van Boxsel, Anthony Mertens, Em. Kummer, Oek de Jong (opent met de zin: ‘Wat is voor mij de roman?’) (jaargang 22 (1995)), August Hans den Boef, Roel Bentz van den Berg, Elly de Waard, Herman Melville/Anneke Brassinga, René Huigen (jaargang 23 (1996)).

Omhoog