22 April 2014

Boos

Het objectieve subject

Praktische bezwaren. Ik wil Nescio te lijf gaan, en denk aan Elsschot. Geen wetten, maar geneuzel in de marge zit me in de weg. Geneuzel en spuitluiers en gepruttel uit de wieg. Geneuzel over gestopte schrijvers en symbolische schrijfsters, afgewisseld met de kracht van de karikatuur, het spel met indirecte rede en de stem van de burger in de novellen van Nescio. Bakker, Verhulst, Luiselli, Peek - Van Mersbergen - Lindner - Koubaa - Stoffelsen, Nescio en de baby, zij het niet in die volgorde van belang.

15 April 2014

De Revisor is veertig jaar oud. We vroegen redactieleden van weleer wat hun keuze uit het archief is. Thomas Rosenboom, redacteur van 1989/2 tot 1991/6, bepleitte van P.F. Thomése het verhaal 'De trompetten van Amerika', uit het derde nummer van 1990, dat sowieso al een rijk nummer was, met bijdragen van A.F.Th. van der Heijden, Dirk Ayelt Kooiman, Gerrit Krol, Nicolaas Matsier, Willem Brakman - en vele andere auteurs en redactieleden van naam.

'De trompetten van Amerika', een mysterie in een winters pension aan zee, verteld vanuit een jong personage, stamt van vóór Thoméses debuut in boekvorm. Het is, zoals hij schrijft, 'een lange lap', maar het talent van de schrijver is overduidelijk, het stille verhaal davert van suggestie.

07 April 2014

Een oude Mercedes

Auteur versus schrijver IV

Die ochtend vertrok ik samen met Daan Heerma van Voss naar een middelbare school in Amersfoort. Daan gaat deze hele maand langs scholen in Nederland, soms twee per dag, en steeds is er een andere schrijver die hem vergezelt. Het CPNB en de Bezige Bij organiseerden deze rondgang, die ze JongerenliteraTour32 doopten, naar de laatste roman van Daan, Het land 32. Het belangrijkste aan de tour: Daan zou rondgereden worden in een grote oude Mercedes met witte stickers op de deuren waarop stond: JongerenliteraTour32.

03 April 2014

Vraag het aan Qvigstad

De koffielezer

‘Als u midden in de nacht zonder koffie zit kunt u het ook Qvigstad vragen, monsieur Qu’bah, als u het fijne van de zaak wil weten, moet u bij Qvigstad zijn. Dat is een metafysicus. Die weet alles van het hiernamaals, de toekomst duizend jaar na nu, het leven na de atoomoorlog, embryo’s in reageerbuizen. En nog veel meer… de aandelenkoers… de inflatie… de letteren… en altijd met de glimlach.’
Al goed en wel, maar hoe doe je zoiets: het vragen aan Qvigstad; gesteld dat hij nog leeft? En dan, misschien nog duizend-en-één keer belangrijker: wat vraag je Qvigstad? Je moet natuurlijk een idee hebben van waar je naar toe wilt, een doel so to speak.
‘O nee, monsieur Qu’bah, alles staat geschreven, Maktub, zoals wij hier zeggen, Maktub… het ligt vast, uw verleden en uw toekomst, u moet het alleen nog lezen, in uw koffie.’
‘Of het aan Qvigstad vragen?’
‘Ja, dat is nog beter dan koffie, vraag het aan Qvigstad.’
‘En waar vind ik die Qvigstad?’
‘Gebruik uw verbeelding, koffielezer!’

02 April 2014

Sax

500 à 1000

De jongen was bleek van het soort dat niet kleurt in de zon, misschien had hij Engelse roots. Zijn haar was kinderlijk blond en zijn lippen waren meisjesachtig vol en van het roze dat lippen krijgen wanneer ze in koud weer iets warms gedronken hebben. Ze probeerde te denken aan andere dingen die ze mooi vond: zwarte vogels op de wieken van een windmolen en koeien die wolkjes ademen in de vroege ochtend als ze langs het land van de buurman fietste, op weg naar haar werk in de stad die altijd onverwacht hard en vol was na het groen. Nu was ze met de auto gekomen, de saxofoon moest in de achterbak.
De jongen woonde in de stad, dat had hij haar verteld; hij was er opgegroeid. Opvallend schoon, leek hij, voor iemand die leeft tussen de uitlaatgassen en roetpluimen, hij miste die grijze waas die bij veel stadsbewoners altijd aanwezig leek en die zij al lang van zich afgewassen had in de jaren dat ze er niet meer woonde. Tegenover al die teerheid en dat zachte bleke stonden zijn handen die grof waren. Ze lagen vlak bij de hare. Hij verkruimelde een bierviltje.

Omhoog