30 Juli 2014

Baby 1 (IV)

feuilleton

Als ik in bed lig, denk ik aan het glinsterding. Ik wil wel aan iets anders denken, maar het lukt niet goed. Ik neurie stilletjes het Lied van Gelijkheid, tot ik merk dat ik niet meer neurie. Waar op het eiland zou het ding gemaakt zijn? Ergens in de geheime kamers van de overzieners? Of in zee, zoals Baby 12 zegt? Daar moeten dan mensen wonen die ook kunnen schrijven, of dieren. Het is gek dat we de letters en tekens konden lezen, maar dat veel van de woorden helemaal niets betekenen. ‘Gemalen zwarte peper’ snap ik, en ‘bereid en verpakt ook’, maar de rest is geheimtaal. Mijn hoofd voelt zwaar als ik er te lang over nadenk. Wat zou iemand willen verbergen met taal die niets betekent?

28 Juli 2014

De boekhandel spreekt

Auteur versus schrijver VIII

Er is één plek waar een schrijver direct verandert in een auteur, na de eerste stap over de drempel: de boekhandel. Zelden wordt er in die openbare boekenpaleizen gesproken over schrijven. Verkoop staat hier centraal. Er borrelt een vreemd verbond tussen boekhandelaren en schrijvers, een verbond dat schippert tussen bewondering, onderdanigheid en professionaliteit, en in die band vervaagt soms het onderscheid tussen schrijver en boekverkoper. Nu ben ik voor het opheffen tussen allerlei onderscheid dat tussen mensen gemaakt wordt, maar als ik me dan toch als schrijver voor moet doen en die rol moet vervullen dan wil ik graag dat uitgevers, recensenten, collega’s, fotografen, interviewers hun rol doordacht op zich nemen, en dat geldt ook voor boekhandelaren.

26 Juli 2014

Afgelopen vrijdag gebeurde het weer: iemand vond in de krant dat schrijvers te weinig geëngageerd zijn. Ditmaal was het Anton Dautzenberg, een geëngageerd schrijver, in de boekenbijlage van NRC Handelsblad. Maar het is onzin. Tien redenen waarom.

N.B. Dit stuk maakt onderdeel uit van een bredere discussie. Onderaan volgen wat links naar wat voorafging en wat volgde - niet noodzakelijkerwijs reacties. Ook Anton Dautzenberg zelf heeft in de reacties een verheldering gegeven van zijn intenties.

25 Juli 2014

Baby 1 (III)

Feuilleton

Misschien moet ik iets vertellen over het eiland en het huis.
Het eiland is veel kleiner dan de zee, maar toch best wel groot: een paar duizend stappen van de ene naar de andere kant. Het is heel groen en hoog – als je over de rand van de kliffen kijkt word je duizelig. De rand van het eiland is rotsig, met een paar stukjes strand ertussen waar je niet kunt komen. Er is bos en er is weide en als je loopt ga je soms omhoog en soms naar beneden. Vaak schijnt de zon en dan hoef je geen jas aan. Maar het regent ook wel eens en heel, heel soms waait het zo hard, dat we met zijn allen hout voor de ramen van het huis moeten timmeren. De laatste keer is de kippenren weggewaaid. We zijn wel een week bezig geweest alle kippen te vangen.
Het huis is langwerpig en heeft een driehoekig dak. Er is een slaapzaal waar alle baby’s slapen, er zijn een paar klaslokalen, er is een eetzaal, een keuken en de kamer van de dokter. In de kamers van de overziener mogen we niet komen, al ik heb weleens een glimp opgevangen. Er staan mooie meubels en apparaten die veel ingewikkelder zijn dan de apparaten in de keuken. In één kamer hangt altijd een soort mist die stinkt. In die kamer staan een heleboel verschillende boeken. Ik zou graag willen weten wat er in die boeken staat. Wij hebben maar één boek, en dat is het Boek van Gelijkheid.

22 Juli 2014

Op het liveblog van NRC Handelsblad staat de dagen na de vliegramp regelmatig een disclaimer: alles wat de krant op die plek meldt is gekleurd en vaak moeilijk te verifiëren. Nu geldt dat op zich wel vaker, maar de impact van de ramp en de inzet van propaganda noopt de krant voorzorgen te nemen. Filmpjes en foto’s waarvan je niet weet op welk moment en waar ze gemaakt zijn, dialogen die met gemak in scène gezet kunnen zijn, het doet denken aan het essay Electronische revolutie van William S. Burroughs. In een vroeg stadium van de ontwikkeling van nieuwe media legde de gran old man van de Beat Generation uit hoe met behulp van samples speeches van politici vielen te doorsnijden door obsceniteiten, net niet hoorbaar en toch van invloed op hoe de toehoorder de stem beleefde. Het medium, om te beginnen de bandrecorder, bleek alles behalve neutraal en onschuldig. Anthony Blokdijk vertaalde de tekst voor het eerst in het Nederlands, hij liet de muzikanten van de Engelse band Coil de kaft ontwerpen en een voorwoord schrijven.

22 Juli 2014

Mijn tante heeft nog negen kinderen, maar het zijn niet haar eigen kinderen. We zijn haar kleinkinderen en we noemen haar dan ook tante. Soms vergist iemand zich en noemt haar per ongeluk moeder, en dan moet je bij haar komen, pakt ze de frituurtang uit zijn doosje en klemt je neus tussen de zilveren poten. Nooit hard genoeg, en toch gillen we voor het effect even kort en hoog. Dat stelt haar ook gerust in haar opvoedkundige benadering: streng maar rechtvaardig. Haar eigen zonen en dochters ziet ze één keer in het jaar op de zomerbarbecue in de achtertuin tussen de koolzaadplanten waar we ons beleefd om een statafel vormen, als bijen rond een glaasje cola. Ieder kind heeft zijn eigen statafel. Er prijkt een kartonnetje op met je naam zodat je ouders weten dat ze daarheen moeten, niet aan het verkeerde kind vragen hoe het leven staat, dat zou beschamend zijn. De laatste keer dat ik mijn ouders zag, hadden ze een hondje gekocht. Arm beest.
‘Missen je,’ zei mijn vader.
‘Ja,’ zei mijn moeder, ‘kom je snel terug?’
‘Als de hond groen ziet, ben ik er weer.’
Stralend keken ze elkaar aan en herhaalden met dubbele tongen: ‘Als de hond groen ziet komt ze weer, als de hond...’

18 Juli 2014

Baby 1 (II)

Feuilleton

Soms heb ik het gevoel dat Baby 2 iets van plan is. Hij heeft zijn eigen groepje, en allemaal hebben ze een gemene blik in hun ogen. Baby 7 is er altijd bij – dat is dat meisje met krullen. En Baby 8, die hele grote. Baby 8 doet de geiten pijn als we moeten melken, en soms trapt hij een kip. Ze praten en dan kijken ze even mijn kant op. Daarna praten ze nog wat meer. Als ik Baby 2 zie, loop ik liever een stukje om. Maar niet door het bos. Daar voel ik me niet oké. Ik denk dat het belangrijk is dat je altijd de zee blijft zien.

16 Juli 2014

Zelfportret met eksters

De koffielezer

Als je goed kijkt, en dat kun je maar beter doen, zie je een zelfportret in de koffie. Een zelfportret, al dan niet in de koffie, kan verschillende dingen betekenen: geluk, reflectie of ‘nee ik ben geen reproductie maar een zelfportret’. Het zelfportret kennen we vooral van de schilderkunst, van Michelangelo, Rembrandt van Rijn, Diégo Velázquez via Vincent van Gogh, Egon Schiele, Fridha Kahlo tot Francis Bacon en Gilbert & George. Allemaal hebben ze zichzelf afgebeeld op doek, allemaal hebben ze zichzelf de vraag gesteld: ‘Wie ben ik?’ De een heeft zichzelf plechtig voorgesteld, misschien uit dankbaarheid voor een mecenas, de ander als grap in een groot gezelschap in een spiegel bijvoorbeeld, nog een ander vervormd: een psychologische momentopname. Veel fotografen hebben zichzelf gefotografeerd; iedereen fotografeert zichzelf vandaag. Ook iedere koffiedrinker fotografeert zichzelf dagelijks in zijn kopje koffie; met of zonder melk, bewust of niet, elke dag wordt een deel van onszelf in de koffie gereflecteerd en drinken we onszelf als het ware op. Iedere ochtend, zou je kunnen stellen, verdwijnen we een stuk in onszelf, en vloeien we in een donker koffiemeer waarin onze herinneringen liggen opgeslagen. Alles is reflectie, daar herinneren de maan en de rivier ons aan, en de ekster die stukjes glas naar zijn nest meeneemt. Waarom een ekster dat doet? Omdat hij van blinkende voorwerpen houdt? Of omdat hij zichzelf kan zien in een klein stukje glas? Omdat hij zich afvraagt: ‘Wie is die vreemde vogel?’ Als apen en olifanten zichzelf in een spiegel herkennen, waarom eksters dan niet?

14 Juli 2014

De straten zijn hier net mikadostokjes, steeds wanneer ik ze even aangeraakt heb, lijken ze zich te verschuiven waardoor ik ze de keer daarop niet terug kan vinden, mijn kans verspeeld is. In Parijs kun je verdwalen zonder echt de weg kwijt te raken. Zo veel verloren mensen op één plek en niemand die je om zijn moeder hoort roepen als een lammetje in een kudde dat het wol niet meer van elkaar kan onderscheiden, bij iedere vreemde een glas melk krijgt aangeboden. Het schept een band om niet de enige te zijn die zoekt. Na twee keer de weg vragen en zes verkeerde straten, kom ik eindelijk uit bij de kerk Saint-Germain-des-Prés. Op de trappen zit een oudere man met een cavia aan een visdraadje. Prachtig beeld. Ze gebruiken hier alles om het medelijden van de toerist te weken. Zoals mijn tante dat vaak probeert door de hele dag ovenwanten te dragen.

11 Juli 2014

Baby 1 (I)

Feuilleton

Mijn naam is Baby 1. Ik ben geen baby, maar wel geweest. Nu ben ik dertien. Wat dat precies betekent weet ik niet – de overzieners zeggen het. Het heeft iets met tijd te maken, geloof ik. Ze zeggen dat het eiland rond de zon draait, waardoor er kleine verschillen zijn in de planten en het weer. Ik ben Baby 1 omdat ik de eerste baby was op het eiland. Baby 2 was de tweede – hij mag me niet. Baby 3 mag me wel, en ik mag Baby 3, al hou ik er niet van dat hij zo’n slijmerd is en altijd zo hard lacht. Heel veel baby’s ken ik niet of nauwelijks, omdat ze bang voor me zijn, of te klein om echt mee te kunnen praten.
Ik ben de oudste, en de jongste, Baby 36, is zeven. Er komen geen baby’s meer bij. Het enige wat verandert, is dat er soms een overziener verdwijnt en soms een overziener bijkomt. Waar de overzieners heen gaan en vandaan komen weet niemand. Nou ja, de overzieners zelf misschien. Als je ernaar vraagt, geven ze liever geen antwoord, of ze zeggen iets over een andere wereld, die is als de wereld van dromen. Ze zeggen dat er nergens op deze wereld mensen zijn, alleen maar op het eiland. Afgezien van het eiland is alles zee.

09 Juli 2014

Over zoomen

Het objectieve subject

Ik heb telkens vier weken om te bedenken waar ik vandaag over schrijf. Over het oude en het nieuwe? Over de groei van de tomatenplant? Over de liefde? Over aantallen en cijfers? Over nieuws en waardigheid? Over de bakfiets? Over vakantie? Het werd een basale fotografiemetafoor. Inzoomen, zoals Peter Terrin deed in zijn nieuwe roman Monte Carlo, inzoomen, zoals de recensenten deden bij zijn boek. Zoals Arjan Peters deed bij Niña Weijers' romandebuut De consequenties. Uitzoomen, zoals Thomas de Veen deed bij dat boek. Uitzoomen, zoals Peter Terrin deed. Het werd een kritiekkritiek, aangevuld met gedachten over een debuut en een achtste boek, een opmerking over perspectief een reactie op een triomfantelijke lulligheid, speculatie over humor, en de vondst van een zin. Want met zinnen begint het.

07 Juli 2014

In de metro denk ik aan mijn eerste mobieltje met het spelletje Snake. Steeds sneller bewoog de slang, die langer en langer werd, over het beeldscherm, maar zodra je de zijkanten raakte, was je af. Dood. Dat verwacht ik nu ieder moment in de metro die bulderende geluiden maakt, zich in bochten wringt die niet te voorzien zijn. Tl-buizen flikkeren, tassen schuiven onrustig heen en weer op hun plek, kunnen maar niet de juiste zitvorm vinden. Het maakt me bang. Hard kunnen rennen zal nu geen zin hebben. Iemands aftershave legt voor het effect nog even een strop om mijn nek. Ik glimlach geruststellend naar een meneer. Hij glimlacht niet terug, het was ook meer voor mezelf bedoeld.

04 Juli 2014

Zin

Veel later, toen hij een oude weduwnaar was, op winterse dagen met de zon pal in zijn kamer, en vaak na het eten van de Noord-Afrikaanse casserole die regelmatig op het menu verscheen en waaraan zijn mond tot 's avonds de herinnering overhield aan de pain d'épices uit zijn schooltijd, liet hij in het stille bijzijn van zijn enige kleindochter de tranen over zijn wangen rollen, en werd hem door zijn oogappel niets gevraagd.

03 Juli 2014

Als haviken zitten ze op de bank, bij iedere aanval of doelpunt van Nederland buigen ze zich naar voren. In de laatste minuten sluipen er een paar uit de kelder van huize Biermans-Lapôtre weg. Maar de vloer plakt, en als bij een jarige die je smeekt om nog even te blijven, vertrekt niemand onopgemerkt. Ik denk niet aan Nederland maar aan Parijs waar ik vanmiddag aankwam met twintig andere kunstenaars in het residentiehuis. Het huis heeft ook zonder ons geheimen, je ziet de muren in de feestzalen oren en monden worden, je nazeggen als je alleen en hardop praat. Ik ben voor het eerst in Parijs en ik zal haar ontvangen zoals mijn tante haar gasten ontvangt in haar beste zetel bij het keukenraam met aan de rand een spotje geklemd om alle kanten van de mens te belichten, om de paar minuten reikt ze met een frituurtangetje een koekje aan met de vraag wat het nu wel of niet taai maakt. Laat de stad maar binnen.

02 Juli 2014

Wim Brands (1959) debuteerde met de dichtbundel Inslag, in 1985. Zijn laatste bundel heet Neem me mee, zei de hond die in 2010 verscheen bij Nieuw Amsterdam. Compaan Uitgevers publiceerde in 2012 de keuze De beste gedichten van Wim Brands. Nog meer titels: Koningen, de gehavende (1990), Hoger dan de dakgoot (1993), Zwemmen in de nacht (1995), In de metro (1997), De schoenen van de buurman (1999), Ruimtevaart (2005). In het najaar van 2014 verschijnt een nieuwe dichtbundel, 's Middags zwem ik in de Noordzee. Naast dichter is hij interviewer en presenteert hij onder meer het VPRO-programma Boeken.

Foto: Bas Jan Ader, Broken fall (oganic), 1971

Omhoog