28 Januari 2015

De VSB poëzieprijs 2015 is vanavond toegekend aan Hester Knibbe. Dat maakte dichter Han van der Vegt bekend op facebook en wordt bevestigt door Tzum en NRC Handelsblad. De bundel werd door Hans Pupel besproken voor Meander.

Hester Knibbe publiceerde een tiental dichtbundels. Recent verschenen van haar: Bedrieglijke dagen (2008), Oogsteen (2009, een keuze uit de gedichten van 1982-2008) en Het hebben van schaduw (2011). Haar werk werd onder meer bekroond met de Herman Gorterprijs en de A. Roland Holstprijs. Zij ontvangt de VSB poëzieprijs voor de bundel Archaïsch de dieren (2014).

Hester Knibbe publiceerde tot tweemaal toe in Revisor. In het derde halfjaarboek, verschenen in 2011 en eerder in 1997.

  • Pro Domo (Poëzie) [2011-2, p. 51]
  • Voorwoord (Beschouwend proza) [1997/5+6, p. 74

Dez redactie feliciteert Hester met haar prijs en het stadsdichterschap van Rotterdam, een ambt dat ze sinds gisteren bekleedt..

28 Januari 2015

De nieuwe Revisor is verschenen, dubbeldik met nieuw Revisorproza. Is dat nieuwe proza plotloos proza? Gustaaf Peek schreef met Godin, held een plotloze succesroman en stelt nu als redacteur van de Revisor de vraag hardop. Zitten er nog verhalen in deze verhalen? Wat vormt dan de ziel en de beweging in deze nieuwe literatuur? De prozaschrijvende dichters Marieke Rijneveld en Mischa Andriessen, leden van een nieuwe generatie Revisor-schrijvers verzinnen een antwoord. Debutante Bette Adriaanse leest een ultrakort verhaal zonder plot. Onder leiding van redacteur Erik Lindner gaan sprekers, redactie en zaal in discussie.

U bent van harte welkom 3 februari vanaf 17.00 bij NRC Café om met ons het verhaal, de poëzie en het essayistische denken te vieren. Vier met ons de Revisor 8. Meld u aan.

27 Januari 2015

Berlijn is niet meer dan een grote schrijftafel, schrijft Erik Lindner. Althans, als hij daar als schrijver is. Ook is hij er als auteur, als vreemde, en niet te vergeten als vader. Lindner verblijft in 2012 als stipendiaat van het Berliner Künstlerprogramm van de Deutscher Akademischer Austauschdienst (daad). Hij mengt zich in het literaire leven, schrijft er, wordt vertaald, en krijgt er zijn tweede kind. Met de grondige bureaucratie rond de inschrijving van Leon Lucas Lindner begint en eindigt deze Berlijnse reeks aantekeningen, indrukken, essays.

Zijn blogs over die tijd, die verschenen op Revisor.nl, zijn nu gebundeld in een bladspiegeluitgave, voor eigen afdruk en tabletweergave. Download deze uitgave (PDF).

23 Januari 2015

De neplach

Het objectieve subject

Zoals het saharazand op ons subtropisch eiland overal in kwam te zitten, zo kwam ik tijdens mijn manische leeswerken opeens ook dezelfde dingen tegen. Vaders, ja, maar ook iets waar ik nooit over nagedacht had: de neplach. Ik kwam hem heel nadrukkelijk tegen in de vaderroman van Emma Curvers, in de verslavingskliniekroman van Hanna Bervoets, en in de in februari te verschijnen vadernovelle van Bert Natter. Ik dacht: waarom het onderscheid tussen een echte en een gemaakte lach benadrukken? Heeft dat met die zoektocht naar authenticiteit te maken, waarvan ik meen dat de jongste generatie schrijvers zich mee bezighoudt? Of is het manier om relaties onderling te definiëren - functioneel, terwijl je dacht: intiem? En zegt de beschrijving iets over de stijl van de schrijver?

20 Januari 2015

Revisor 8 is verschenen, en ligt in de boekhandel - bij H. de Vries/Van Stockum (Haarlem/Den Haag), Athenaeum (met voorproefje van Marente de Moors verhaal, Amsterdam/Haarlem), Godert Walter (Groningen), Waanders (Zwolle), Scheltema (Amsterdam), Van der Velde (Leeuwarden), Linnaeus (Amsterdam), Stevens (Hoofddorp), De Dolfijn (Amsterdam), Van Someren & Ten Bosch (Zutphen), Blokker (Heemstede), Augustinus (Nijmegen), Martyrium (Amsterdam), Schimmelpennink (Amsterdam), Limerick (Gent), De Reyghere (Brugge) - en menig andere boekhandel.

Hij is te koop bij uitgeverij De Bezige Bij, elke boekhandel kan hem bestellen, vraag ernaar, en de webwinkels natuurlijk ook. Het isbn is 9789023491972, de prijs € 16,50, voor 22.00 besteld is meestal morgen thuis. 

En lees ons Redactioneel. Het eerste sinds jaren, een soort beginselverklaring bij een nieuw begin. 

Redactioneel

Er waren eens een jongen en een meisje. Bij hun eerste afspraakje zeiden ze elkaar dat ze niets konden beloven. Geen beginselverklaringen. Want er valt weinig te voorspellen, we zeiden het veertig jaar geleden al. Maar na zo’n tijd weet je zeker dat beloftes er niets toe doen. Het gaat om daden. Woorden. Papier.

We zijn na al die jaren niets veranderd, we zijn de Revisor. Vijf schrijvende lezers, nu bij een ander huis, maar met dezelfde ambities, zelfs met dezelfde eindredacteur. Toef Jaeger schreef in nrc.next: het ontbreken van een beginselverklaring lijkt wel een statement. ‘Ze zijn wat ze willen zijn: nieuwe literatuur.’ Dat zijn we, dat blijven we.

12 Januari 2015

U zou graag James Bond willen zijn in dit verhaal, maar u speelt een bijrol. U bent een zorgwekkend pafferige Italiaanse jongen die Aurelio heet. U bent geobsedeerd door een meisje waarmee u in Dottore Bianchi’s basiscursus archeologie zit. Drie weken lang heeft u haar bespied. Meerdere gedichten heeft u aan haar gewijd, waarin u haar schuchtere schoonheid bezingt, haar bebrilde bellezza, haar Peruviaanse puntmuts, haar Tiroolse toffeekrullen, zelfs haar wonderlijke wijnvlek, die als een magisch memento aan een baldadig bacchanaal haar nek ontsiert. Allemaal te achterlijk allitererend en tevens te tergend tijdrovend. Want u bent te laat. Vogelkop dringt voor. Wie is dat? Waar komt hij plotseling vandaan? Hoe durft hij? Dat zou u wel eens willen weten. Maar uw vragen kunnen hem niks schelen. U moet toezien hoe hij zonder schroom een briefje op de aantekeningen van uw geliefde gooit. Net als u haar tot op één stoel bent genaderd. Net als u haar naam in haar agenda kunt lezen. Net als u wilt overgaan tot Stap III van uw plan van aanpak.

08 Januari 2015

 
Ik duik meteen weer op
vanonder de lange tafel.
Er is niemand meer, geen
man met masker buiten mij
is er geen mens in de kamer.
Ik pak een leeg blad papier,
een pen en begin te denken:
dat beeld, die film, de vader
die de kamer binnenkomt en zegt:
we zijn verstandige mensen,
er moet een oplossing te vinden zijn.
Het lijk, de man die zich niet heeft
bedacht, handelde in een reflex
van achterdocht, verongelijktheid.
Hij is jong gebleven, heeft de vrijheid
toegeëigend om alles te verlangen
en te nemen wat hij verlangt net als ik
komt hij onder de tafel vandaan
staart door zijn uitgestanste ogen
naar de ravage die is aangericht.
Weet je wie dit begonnen is ? vraagt hij
Ik kijk hem niet begrijpend aan. 
Charlie, zegt hij, je weet toch.
Ik wil opstaan, zeggen: Charlie dat ben ik.
Je bent bang, zegt hij, ik zie het,
wat een geluk dat je verstandig bent.

05 Januari 2015

'Er zijn weinig boeken die zo soepel en doordringend met geweld omgaan als Richard de Nooys Zendingsdrang (2013), een boek dat ik leerde kennen door dit soepele, overtuigende verhaal, met een woordgrap als keerpunt, en een gruwelijk slot,' vond Daan Stoffelsen, redacteur sinds 2010, in de reeks archiefhernemingen. Lees 'Zeep'.

02 Januari 2015

In de aanloop naar de verschijning van ons nieuwe nummer in januari leiden we onze auteurs en hun bijdragen in. Vandaag: Erik Lindner over Tomas Lieskes gedichten.

‘Ik heb getracht het meisje in de spiegel / te versieren, een roos boven haar hoofd / maar zij gaf alles terug, tot de haring / die ik naar haar smeet, tussen ons in / met bolle ogen naar beneden gleed, / de tong die ik uitstak tot ik haar tong / koud raakte, naar glazen tanden smaakte.’ Wie anders dan Tomas Lieske (1943) kan een woord als ‘hoedjesharen’ verzinnen en dat in een gedicht over Alice in Wonderland gebruiken? Lieske schrijft kraakheldere gedichten, beeldrijk, humoristisch en ook vaak erotisch. Voor Hoe je geliefde te herkennen (2007) kreeg hij de VSB Poëzieprijs. In 2012 verscheen een bundel onder de omineuze titel Haar nijlpaard optillen.

01 Januari 2015

In de aanloop naar de verschijning van ons nieuwe nummer in januari leiden we onze auteurs en hun bijdragen in. Vandaag: Erik Lindner over Saskia Stehouwers gedichten.

‘als ik door de glazen deur naar buiten kijk / zie ik een trillend been naast de begonia’. Bij de gedichten van Saskia Stehouwer weet je niet goed of er nu iets aan de hand is of dat er juist helemaal niets aan de hand is. Zijn de verontrustende beelden die zich opdringen echt, of komen ze alleen maar tot ons door de televisie? Is wat de dichter waarneemt verzonnen, of kijkt zij beter dan wij? ‘de speler zit in de vogels / die hun vleugels samenknijpen / om er een toon uit te persen’. Misschien is het ongemakkelijke van deze poëzie wel dat het er allemaal zo doodgewoon staat. ‘heb ik dit zelf meegemaakt / of heb ik erover gelezen?’ dicht ze.

Omhoog