25 Juni 2015

De molen draait, de bunker staat

Co Woudsma. Hoogste zomer (De Bezige Bij, 2015)

Voorin Hoogste zomer, de derde dichtbundel van Co Woudsma, staat dat de auteur voor het schrijven ervan een werkbeurs van het Fonds voor de Letteren ontving die hij geweigerd heeft. Die zin staat daar hinderlijk prominent. Als ik me goed herinner (een zinsnede waarmee ik de fictie betreed) was het euvel dat Woudsma bij het toekennen van de beurs zo onverstandig was de motivatie op te vragen en schrok van wat hij las. Vervolgens was de uitgever zo onverstandig niet alles in stelling te brengen de auteur van de vermelding te weerhouden. Er zijn getroebleerde geesten die zich zo normaal mogelijk voordoen. Er zijn ook normale geesten die zich zo excentriek mogelijk voordoen. Mijn sympathie ligt bij de eerste groep en dat is een poëticale uitspraak. Je zou Co Woudsma een exemplarisch dichter daarvoor kunnen noemen. De bundel Hoogste zomer is veel meer een tour de force dan de argeloze lezer of beoordelaar zou vermoeden, en dat geldt ook voor zijn eerdere werk. Als kunstenaar is je innerlijk al verward genoeg en kun je er beter een beetje ordentelijk bijlopen, zoiets schreef Thomas Mann al.

22 Juni 2015

Kleine worsteling

Over de Hanlo Essayprijs & Arjen van Veelens En hier een plaatje van een kat

'Het essay is een persoonlijk genre, gedreven door nieuwsgierigheid, door een eigen urgentie. Het is een literair genre, het is oorspronkelijk,' zei ik ruim twee jaar geleden. Een principepunt. Het literaire aspect delft vaak het onderspit, want het genre grenst ook aan het opiniestuk, de column, populaire non-fictie. In 2013 waren een wetenschapper, historicus, politicoloog en filosoof genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs - een schrijfster en critica won. In 2011 een (winnende) filosoof, een literatuurcriticus en een schrijver. Dit jaar stonden er vijf journalisten op de shortlist. Was het essay veranderd, of de wereld? Hoe eenzaam is een principepunt? Hoe goed is het toeven in een zaal vol essaylezers? Enkele avonden na de Jan Hanlo Essay-Avond: tegen- en meedenken met de winnaar van 2015: Arjen van Veelen.

18 Juni 2015

Mooie vissen die naar me zwaaien

Hans van de Waarsenburg. Naklank (Azulpress, 2014)

Op 15 juni 2015 overleed Hans van de Waarsenburg. Hij was dichter, journalist, interviewer, presentator, radiomaker en organisator. Zijn generositeit en zijn cultureel activisme, zijn gevoeligheid voor wat er internationaal speelde, overschaduwden het feit dat hij zelf een krachtig en gevoelig en innovatief dichter was, zo reageerde zijn vriend Breyten Breytenbach op het nieuws van zijn overlijden. We verliezen een ware en warmhartige vriend. We verliezen ook een voorvechter die liet zien dat je geweldige dingen voor elkaar kunt brengen in wat men wel geringschattend ‘de provincie’ noemt. Dat de roos daar zal zijn waar het dansen plaatsvindt.

Vaseline op je armen smeren en acht uren onafgebroken slapen. ‘Morgenochtend brandt het niet meer en is het niet meer zo rood,’ zei moeder. Hij knipt het lampje boven zijn bed aan, maar gaat achter het bureau zitten, aan de donkere kant van de kamer. Het bureau waaraan hij zijn havo niet heeft afgemaakt. Behalve een Russische roman ligt er niets. Hij opent het boek, bladert wat en gooit het terug op het tafelblad. De zalf broeit onder de rubberen handschoenen. Geen mens dat ooit met zulke handschoenen aan is gaan slapen. In zijn onderbroek en T-shirt klimt hij het bed in en legt zijn armen boven de deken. Zijn rug doet zeer nu hij ligt en ontspant. Het hoeslaken is zo ruw als een schuurspons. Morgen vroeg op: de tweede dag op de kwekerij. Liever was hij helemaal niet aangenomen, maar wat hij anders moet gaan doen weet hij ook niet. Geïrriteerd luistert hij naar het trage lopen van oma, onder hem in de achterkamer. Hij knipt het lampje uit en zinkt weg in zijn eigen zwaarte.

12 Juni 2015

We zijn hier niet in Antwerpen

Koubaa vs. Koubaa 3

Soms schenkt het toeval je macht. Een paar dagen geleden, toen ik de kinderen met de fiets naar school bracht, werden we op een helling door een rode auto nogal bruusk de pas afgesneden waardoor ik spontaan en hard tegen de auto schopte. De chauffeur, niet in staat op mijn agressie te reageren  door het hachelijke punt waar hij zich bevond, scheurde er met gierende banden vandoor. Toen de kinderen en ik wat aangeslagen verder fietsten kwam een taxi naast ons gereden. Door een open raam riep de chauffeur dat die rode auto voorrang had. ‘We zijn hier niet in Antwerpen,’ riep ik nog een beetje nazinderend van het bijna-ongeluk. Op de terugweg, toen de kinderen veilig op school waren, vroeg ik me af terwijl ik over het Woodrow Wilsonplein zoefde of die onbenoembare flits vol razende hartkloppingen en zinderende adrenaline voor het bijna-ongeluk is wat Lacan met het reële bedoelde?

11 Juni 2015

Hier is geen plek voor nietigheid

Hans Sleutelaar. Wollt ihr die totale Poesie? (De Bezige Bij, 2015)

‘Je kunt niet strenger zijn voor mijn nietige verzen / dan ik zelf ben geweest’ is het motto van Wollt ihr die totale Poesie, de verzamelbundel uit het op zich al karige werk van Hans Sleutelaar. Karige poëzie is het, maar wel sterk en indringend. Het motto lijkt tot de lezer gericht, kun je nog minder van het materiaal opnemen, het nog meer uitbenen? De vraag krijgt een extra lading als je de verzamelbundel legt naast de enige twee dichtbundels die Sleutelaar eerder publiceerde, Schaars licht in 1979 en Vermiste stad in 2004. Op zichzelf al dunne en uitgemergelde bundels, gepubliceerd met een tussenpoos van 25 jaar. In de tweede bundel staan de gedichten alleen maar op de rechterpagina.

04 Juni 2015

Handen als zeesterren

Marieke Rijneveld, Kalfsvlies (Atlas Contact 2015)

Iemand komt thuis nadat een schaap is overreden en die moet getroost, gerustgesteld. Als er dan staat: ‘Je weet wat je moet zeggen om haar gerust te stellen’, gaat het niet om degene die thuiskomt, maar om degene die troost. Ook die moet gerustgesteld worden in het troosten. Dat kantelende perspectief is typerend voor de voortdenderende gedichten van Marieke Rijneveld. Wie spreekt er, wie beeldt zich in? Wie is de lezer en wie de schrijver? Alle metaforen waarmee de dichter door haar gedicht tuimelt, komen netjes een tweede keer terug, als vormen ze een valscherm, een parachute om mee te landen.

Omhoog