31 December 2015

Zodra Alix niet oplet excuseer ik mezelf. Goed gezelschap zijn is simpel zolang ik op het podium sta; het is pas tijdens de borrel daarna dat ik geen raad weet met mijzelf. Het duurt nooit lang voor ik mezelf begin te haten om de onzin die ik uitsla over schrijven, de clichés die als waarheid ontvangen worden. Sinds mijn eigen rijbewijs is ingetrokken moet ik de tijd zien door te brengen totdat Alix me naar huis brengt, maar zij heeft plezier in deze avonden, de zeldzame gelegenheden waarbij ze in het middelpunt van alle aandacht staat, echtgenote van de schrijver. Ik oefen in het niet aanwezig zijn, staar naar de tuin van de villa, sneeuw op de coniferen en de bomen daarachter, donkerder vormen in de donkere nacht. Het raam weerspiegelt het feestje binnen, schaduwen van onszelf bewegen buiten in de sneeuw.

31 December 2015

Als de wereld niet te begrijpen is, waarom zou je dan doen alsof? Dat ze vaak te dichtbij komt, vaak te veraf blijft, zit mij niet dwars, liefst blijft die spanning onopgelost. Een plotloze wereld levert plotloze boeken op, is dat een probleem? Dit is een belangrijkere vraag: hoe kan je betrokkenheid bij die wereld uiten zonder in verregaande abstractie of doelmatigheid te vervallen? Een deel van het antwoord is, in mijn overtuiging, dat begrip zich vooral tussen de regels door manifesteert, dat het zich doet gelden in toon en ritme van een tekst. Voor een roman is structuur noodzakelijk, maar denkelijk toch vooral een intrinsieke waarde. Een middel, geen doel. Het prominent uitdragen van de romancompositie vind ik een vorm van vals spelen. De schijn ophouden van doorzien.

31 December 2015

Aantekeningen, antwoorden, aanvullingen en correcties

Het objectieve subject, eindejaarsoverzicht 2015

Niemand leest in kalenderjaren, al wekken sommige kranten en websites de indruk van wel. 2015 werd voor mij gedomineerd door boeken uit 2013 en 2014, misschien las ik vijf of zes Nederlandse romans uit dit jaar, nog zo'n stapel Engelse en vertaalde literatuur. Ik las weken aaneen niets, ik kwam niet verder in de volkoren leeslast die ik mezelf zonder doel en lust had opgelegd, en toen weer twee boeken in één week. Laat staan dat ik recensies, essays, blogposts schreef. Geen lijstje zou recht doen aan de boeken of het jaar. Maar boeken, oeuvres en auteurs krijgen hun waarde in samenhang met het ongeletterde leven. Dus: aantekeningen. Antwoorden. Aanvullingen en correcties. Analfabetisch. Stijl. Eindejaarslijstjes. Alleen het beste. Bekend en talent. Afscheid. Het beste van 2015, voor abonnees en gratis. A.F.Th. van der Heijden en Elsschot. Pijn. Kettinglezen. Vogels en betekenis.

29 December 2015

Duren

Zomer-IJsland IV

Ook nu mijn enkels dik zijn van het vocht, blijven het cirkels van driehonderdzestig graden. Elk object vult alle driehonderdzestig graden uit, er valt geen graad tussen te krijgen, tussenuit te bietsen.
Binnen maken we plaats voor de piano. We ruimen kasten uit om er beweging in te krijgen. Schuiven leidt tot schuiven, steeds schiet er een meubelstuk over. De afstanden lijken te veranderen maar de kamer blijft het speelveld waarin je om dezelfde as tolt. Lengte maal breedte maal hoogte is de formule waarin we gestalte krijgen. Draait mijn dochter een pirouette dan weet ze wanneer ze rond is. Om graden aan een cirkel toe te voegen, visuele valeur ajoutée, zul je de ruimte zelf moeten buigen. Zoals je met het toevoegen van een woord aan een zin de ruimte ombuigt, taal laat zuigen.

25 December 2015

Kerstpakket van Revisor

A.F.Th. van der Heijden, Bregje Hofstede, Laura Broekhuysen en Annick Vandorpe in kerstsferen

Kerst bij Revisor? Het kan, met A.F.Th. van der Heijden, Bregje Hofstede, Laura Broekhuysen en Annick Vandorpe. Agendaliteratuur? Daar doen we niet aan, eerder aan Littérature sans saisons, deze lente en zomer werd er tweemaal over kerst geschreven op Revisor.nl, door Bregje Hofstede en Laura Broekhuysen. En terugkijkend vond ik meer mooie verhalen, van Patrizio Canaponi, A.F.Th. van der Heijden en Annick Vandorpe. Voor onder de kerstboom of op het strand, van het beste talent.

24 December 2015

Doffer

Het drogestofgehalte

In deze nieuwe reeks keert Marieke Rijneveld terug naar haar roots. Tussen het schrijven door werkt ze op een koeienbedrijf achter haar studentenhuis. Ze schrijft over haar bevindingen, verlangens, twijfels en onzekerheden. Vandaag deel 4.

                                                         *

Als de boer koude handen heeft, legt hij ze tussen de uier en de achterpoot van een koe. Ik vraag ik me af hoe het zou zijn als hij mijn handen vastpakt en met tussenpauzes in de kommetjes blaast, of dat hij net zo zorgvuldig bekijkt als de koe die kreupel loopt en vastgebonden staat aan de stang van de ligbox. Met een mesje snijdt de boer stukken nagel van zijn hoef als koolraap, lepelt de zweer uit als een te zacht gekookt eitje. Even voel ik aan mijn rechterwang dat nog brandt van de koeienstaart die hard tegen mijn gezicht sloeg toen ik de grup uit wilde mesten. Er loopt een rode striem aan de zijkant van mijn slaap richting mijn kin. Ik breng een volle kruiwagen met stront naar de mesthoop en balanceer over de planken naar het einde om het te lossen. Maar de kruiwagen is te vol waardoor hij in het midden van de plank valt en ik hem niet meer kan houden: balanceren is niet mijn sterkste kant. Ik ben te bang om mijn voeten verkeerd neer te zetten en ga voorzichtig lopen en maak juist een misstap. In mijn hoofd hoor ik de juf van de basisschool zeggen: ‘Als je in evenwicht wil blijven moet je je handen naast je lichaam houden als een vogel, tussen kop en bil negentig graden, denk aan je geodriehoek. Buigzaam ben je tot op zekere hoogte.’

23 December 2015

Gedicht: Alexander Baneman

Alexander Baneman

Alexander Baneman (Amsterdam, 1986) publiceerde eerder proza, poëzie en artikelen in diverse literaire tijdschriften, waaronder De Parelduiker, Liter, Kluger Hans en Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. Momenteel werkt hij aan zijn debuutroman.

22 December 2015

Walvisvaarders

Zomer-IJsland III

Hvalfjörður, walvisfjord, is vernoemd naar de vervloekte Rauðhöfði, een boerenzoon die volgens de sage in een walvis werd veranderd. Uit razernij liet hij negentien schepen zinken, waarbij de zoons van een blinde pastor verdronken. De op wraak beluste vader lokte de walvis, tikkend met zijn stok langs de kustlijn, dieper het fjord in, stroomopwaarts door de rivier, naar IJslands hoogste waterval. De walvis zwom tweehonderd meter omhoog en explodeerde van uitputting. Nog worden daar walvisbotten gevonden.
Mijn dochter zegt: Hier zie je al het uitzicht van de wereld.

15 December 2015

Vlieger

Zomer-IJsland II

Laura Broekhuysen leeft en schrijft op IJsland, tien afleveringen Winter-IJsland (alle afleveringen: één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen en tien) lang. En nog steeds. Ter voorbereiding op een bundel die in april zal verschijnen bij Uitgeverij Querido vervolgt ze nu met Zomer-IJsland. Dit is aflevering twee (lees ook één).

*

Met de komst van de bladeren nadert ons uitzicht. Tegen de bergwand dikken de mossen op. Onze vier hectaren zijn een meter gestegen, paars van lupines, hun geur hangt zwaar rond het huis. Uit ons kale perceel werkt zich een tuin op met een omarming van struiken – mijn man blijft ze bomen noemen, ook na tien jaar vasteland. Er staat een hoge wind die we aan de grond niet voelen. Ons kind gooit haar blauwe vlieger de lucht in als een pootloze zwaluw, hopend dat hij zijn vleugels zal spreiden. Ze slingert hem de warmte uit, de winter tegemoet, die boven onze zomer een kortstondige siësta houdt. De kou is nooit ver. Hij hangt nog in de bergtoppen, vlekken oude sneeuw lichten op in onze ooghoeken. Het is een zomer met zandloper.

14 December 2015

Vogels, scheermessen, maar bevallingen het meest - in de loop der jaren beet Daan Stoffelsen zich vast in menig onderwerp, maar zijn interesse in literaire bevallingsscènes leidde in 2013 tot het essay 'Het literaire couvadesyndroom' en een reeks blogposts. Nu is dat essay gratis te lezen en uit te printen, met een extra essay toegevoegd: 'Soldatenmoed, geslacht meisje. Vier bevallingen in oorlogstijd'.

Daan Stoffelsens Het literair couvadesyndroom is nu als Bladspiegeleditie voor eigen afdruk en tabletgebruik beschikbaar. Download de PDF.

09 December 2015

Voor het slapen

De drempel zouten
Rode letters naast de deuren slaan
De vingertoppen doven
Voorhoofd en tepels klaren

Niemand meer naar boven horen rouwen
De kraan afknijpen
De vadernaam en niet meer
Aan dorstige moeders denken

09 December 2015

Hij stond daar beroerd, zo juist voorbij de bocht. De meeste klanten zwaaien als ze zien dat de wegenwacht aan komt rijden, maar hij hing maar wat tegen de zijkant van zijn auto – een roestige BMW 3 series uit ’89 – en staarde naar het asfalt. Een vluchtstrook was er niet, enkel een zachte berm en een vangrail. Ik reed hem voorbij, parkeerde de wagen, stapte uit en stak een sigaret op. Het schemerde en met het licht verdween de warmte. De laatste klant, dan zat mijn dienst erop. Hij gaf me geen hand. Een Turk.

09 December 2015

Hersenflitsen

Zes jaar en enkel nog de dood in ons denken ter grootte van een cavia, onze
geboorte in fotoalbum met een ingeplakt spiraaltje uitgebeeld, bescherming
stond eronder in hoofdletters en we wisten niet zo goed of ze dat verloren
was of wilde bieden, het was een schroef waaraan broer en ik zelfportretten
ophingen aan onze kamermuren: wij zijn de spelonken op bergvakanties: goed
genoeg om in te schuilen maar vooral veel duisternis. Paard George was in een
droom tegen mij gaan praten, zei dat hij deze nacht naar links zou vallen en ik
niet moest treuren, de volgende ochtend kwam er een vrachtwagen met grijper
als bij een kermisattractie in de eerste poging meteen de overwinning, ik weet dat
ik over een paar jaar mijn knuffels ook als kadavers ga zien...

09 December 2015

Waarom die vogel? ‘Dat de ruisende, geurende boomkruinen en de vaak herhaalde vraag van een vogel de indruk geven dat hier nooit een oorlog is geweest, is wellicht de enige overwinning die ertoe doet,’ laat Annelies Verbeke Alphonse Badjie denken, haar hoofdpersoon in Dertig dagen (2015). Een mooi decor. Die vogel komt dichterbij, ‘tot vlak bij zijn zware, van stalen tippen voorziene schoenen, dan naast hem op de bank, slechts een paar centimeter verwijderd van zijn vuist’. Pas bij derde lezing zie ik hoe geur en geluid contrasteren met het staal en de vuist, en pas nu zie ik hoe weinig idyllisch deze scène is: ‘Hij schrikt als de vleugels zich spreiden, even lijkt het opvliegen op een aanval, de buik en de poten naar hem toegekeerd, de stevig zwijgende bek. Hij ziet af van de afwerende beweging waartoe hij is geneigd.’

09 December 2015

Ik zit op de grond bij de sectie ‘landen’. Bij Spanje, om precies te zijn. Hier komt straks de man die het voor mij waar gaat maken.
Hij komt, hij tilt me op en hij trekt het masker van mijn gezicht. Dat flinterdunne masker dat ik laatst in een reclame zag. Toen deed een dagcrème dat, een grauw masker van een huid trekken. Eronder straalde het natuurlijk.
Hij zoent me. Hij zoent me zo goed dat ik in een keer weet hoe het moet. Zoenen. Dat mijn lichaam haar weg naar het zijne wel vindt. Dat het niet uitmaakt dat we in de bieb zijn. Dat het alleen maar uitmaakt dat we samen zijn.
Iedere dag zit ik lange uren in deze bibliotheek te veranderen. In mijn eentje kan ik het niet, ook al heb ik dat lang gedacht – en daarmee wil ik nadrukkelijk aangeven dat ik heus wel verander.

09 December 2015

Ze zijn de eersten: een blonde vrouw en een Chinees. Zij ziet eruit alsof ze van haar werk komt, in haar blauwe rok en dat jasje en die panty’s. Ze heeft oorbellen in. Van die witte knopjes.
Ik begroet ze. Ola.
Ze vraagt me of we al open zijn en ik knik, wijs naar de bar. Helemaal leeg.
Carlos is in de keuken, hij kijkt even door de open bovenkant van de deur, de theedoek over zijn schouder, schuursponsje in zijn hand.
De vrouw zegt iets tegen de Chinees, in het Engels waarschijnlijk, ik zal nooit iets begrijpen van Engels en van Duits ook niet.
De Chinees gaat zitten aan het lange stuk van de bar. Hij heeft van dat zwarte piekhaar en een rond gezicht. Zijn jasje iets te groot, zijn broek wijd. Alles grijsblauw, slappe stof. Voor een warm klimaat.
Aan zijn jasje hangt een kaartje. Congres. Meestal de rai. Meestal hebben die congresgangers ergens aan de andere kant van de ringweg een hotel en blijven ze ergens in de Scheldestraat eten, bij de bistro’s daar en die Italiaan en Toetanchamon, zij zijn helemaal hierheen gekomen.
Waarom zijn ze helemaal hierheen gekomen?

09 December 2015

in dit huis is het te droog om nog te ademen,
de rust mat alles af, er ligt stof en niets deint nog
zoals de lijn tussen land en water.

ik zou moeten vluchten, voorbereiding
zat, maar die deur en die klink,
en dan die lucht zonder dak.

09 December 2015

Dag

We legden haar in de woonkamer, zodat ze naar de tuin kon kijken. Vandaag lag er sneeuw.
‘Doe een sjaal om,’ zei ze toen ik naar buiten ging. Zelf lag ze met een muts op onder een dik dekbed.
Er stonden verschillende sporen in de sneeuw. Ik volgde de voeten met het bekende profiel. De meeste vaders droegen rubberlaarzen of deden plastic hoesjes om hun schoenen met dit weer, maar mijn vader had klassieke bruinleren laarzen, die mijn moeder voor hem in een Italiaans bergdorp had gekocht toen we daar op vakantie waren. Een paar dagen daarvoor hadden ze een enorme ruzie bijgelegd en we voelden ons allemaal licht in ons hoofd van de hoogte en de opluchting.

09 December 2015

Punk deed zijn intrede in de gemeente Wateringen ergens tussen 1982 en 1984. Het duurde 1 minuut en 14 seconden en daarna was het voorgoed voorbij. Hans Boogmans betrad de plaatselijke kerk en speelde een sobere en instrumentale versie op het kerkorgel van Haai Pipi Langkous die doet haar eigen zin, orkestraal en foutloos. Virtuoos, zoals hij was. Ik heb een huis, een aapje en een paard, een aapje met een staart klonk het niet lang daarvoor of erna door de microfoon in het Paard van Troje, hoofdkwartier van de stad waarvan Wateringen in de rook ligt. Eén en één is zesendertig riep Hans in het Paard, niet in de kerk. En dan nu een serie van zevenendertig dia’s van de heer Boogmans. Dat is mijn vader dus! 

09 December 2015

Wit

Opgerold in de middag in het dekbed in mijn lichaam in onderpand
in de zachte centimeter waarin ik wegzak
voor ik dubbelklap, straks

kruipen de eerste vissen weer uit het water, zal ik het licht
weer verdragen, weer luw in de middag
in de perzikschil van je huid

09 December 2015

Poëziecritici en hun keuzevrijheid

‘Een wereldse beloning’ noemde de jury van de VSB Poëzieprijs 2014 haar toekenning aan de dichter Antoine de Kom voor zijn bundel Ritmisch zonder string. Ik geloof dat poëzieprijzen nog niet zo werelds zijn dat wedkantoren geld laten inzetten op de winnaar, maar in De Koms geval hadden ze toch een aardige winst kunnen boeken. De gedoodverfde laureaat was Ritmisch zonder string immers beslist niet. Menig poëziecriticus trok de wenkbrauwen op over de shortlist, waarbij De Kom niet eens als gevaarlijke outsider werd beschouwd. Arie van den Berg schreef in zijn traditionele bespiegeling op de genomineerde bundels in NRC Handelsblad dat hij weinig onder de indruk was van de poëzie van de kanshebbers. Daarbij memoreerde hij dat alleen Maria Barnas met haar bundel Jaja de oerknal in zijn krant besproken was. ‘Dat was een welbewuste keuze. De andere vier hoorden voor NRC-recensenten niet tot de beste of boeiendste bundels uit de selectieperiode,’ aldus Van den Berg, die – niet gehinderd door een uitdrukkelijk westerse leesbril – meende dat de poëzie in Ritmisch zonder string was bedolven ‘onder te veel tropisch gekleurd taalgeweld’.

09 December 2015

De dode vogels liggen altijd op hun rug, met hun poten naar de hemel toe. Als ze ertegen duwt schommelen ze op hun rug heen en weer. Het meisje loopt van de volière naar het huis, gooit de langstaart in de vuilnisbak, luistert naar de doffe klap als het deksel dichtvalt. Ze lijken op dieren van papier-maché, de vogels die ze weggooit, onder hun veren een buik van uitgehard karton. Gisteren vond ze de donkergroene agapornis in het grind van de volière. Ze klemde haar hand om het lijfje, voelde hoe haar vingers wegzakten in zijn veren, daaronder zijn ademhaling en spieren, adertjes die over zijn buik liepen. Had ze een vuist gemaakt was hij als een kiwi tussen haar vingers doorgesijpeld. Ze droeg hem het huis in, hield zijn nek tussen wijs- en middelvinger. Een wervelkolom als een luciferstokje, zwavelrode kop. Ze legde hem op een zachte doek. Ver weg van de verwarming. Zodat hij langzaam kon wennen. Aan binnen. Aan de warmte.

09 December 2015

De taxichauffeurs vielen voortdurend aan in de verschrikkelijke drukte, wat je ook er ook tegen probeerde te doen, eerst zei hij: nee, nee, laat me met rust, later gaf hij geen antwoord en trachtte hen te ontwijken, terwijl hij met zijn ogen zei: nee, nee, maar het was nu eenmaal niet mogelijk om hen te ontwijken of hen ervan af te brengen hun lijf tegen je aan te drukken en als het ware rondjes om je heen te draaien terwijl ze je in het oor dreunden: Syntagma, Akropolis, Monastiraki, Piraeus, Agora, Plaka en natuurlijk hotel en hotel en verrie tsjiiiep en verrie  tsjiiiep, zo krijsten ze, en ze glimlachten, en die glimlach, die was het gruwelijkst, en ze kwamen van achteren, en als je dan met je koffer van richting veranderde, botste je onmiddellijk – hoppa – aan de voorkant tegen ze op, want ze konden in een oogwenk opeens voor je of achter je verschijnen, het was daar op de Aerodromio Elefterios Venizelos allemaal alsof het niet om een aankomst ging maar om een vergissing die de aangekomene pas inzag als het al te laat was, want dan is hij al aangekomen en in de verschrikkelijke drukte van de enorme wachthal terechtgekomen...

09 December 2015

Hanneke van Eijken (1981) is dichter en jurist. Haar debuutbundel Papieren veulens (Uitgeverij Prometheus, 2013) werd genomineerd voor de C. Buddinghprijs 2014 en werd bekroond met onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2015. Ze stond op menig literair podium en droeg haar gedichten voor in onder meer het Concertgebouw, op de Nacht van de Poëzie en op festivals als Lowlands en De Parade. 

Van Eijken is onderzoeker en universitair docent aan de universiteit Utrecht waar zij onderzoek doet naar Europees burgerschap aan de leerstoel Europees recht.

*

08 December 2015

Tussen hooi en gras

Zomer-IJsland I

Laura Broekhuysen leeft en schrijft op IJsland, tien afleveringen Winter-IJsland (alle afleveringen: één, twee, drievier, vijf, zes, zeven, acht, negen en tien) lang. En nog steeds. Ter voorbereiding op een bundel die in april zal verschijnen bij Uitgeverij Querido vervolgt ze nu met Zomer-IJsland. Dit is aflevering één.

*

Zoals je in een gezicht die ene moedervlek fixeert, zo staar je in de baai naar een enkele boot. Los van de baai is dat bootje niets; als je het langs de snelweg zag liggen, zou je je hooguit afvragen hoe het daar verzeild is geraakt. De vorm op zich zou je koud laten. Nu bekijk je het vaartuig als onder hypnose: de witte glim, het rood dat glanst, de punt, de curve, de deining, hoe het dobbert aan het touw. We weten niet van wie het is – van ons, denkt mijn dochter. De boot, opgedoken in het verlengde van onze tuin, is middelpunt van de baai geworden. Er zou maar één manier zijn om hem die status van centrum te ontnemen: door een tweede boot voor anker te leggen, twee dobberende brandpunten, met daar omheen de kustlijn als ellips geconstrueerd.

03 December 2015

Kruiskop

Het drogestofgehalte

In deze nieuwe reeks keert Marieke Rijneveld terug naar haar roots. Tussen het schrijven door werkt ze op een koeienbedrijf achter haar studentenhuis. Ze schrijft over haar bevindingen, verlangens, twijfels en onzekerheden. Vandaag deel 3.

*

Ik denk aan hoe vaak ik me hier heb opgesloten. We hadden toen nog een andere badkuip die mintgroen was met roestplekken aan de zijkanten van zijn buik. Die staat nu in het weiland gevuld met regenwater voor de pinken. Ik stond dan naakt, maar met mijn sokken aan, op de badrand om voor de spiegel het kind in mij te zien dat ik paar maanden daarvoor nog was. Papa riep in het sleutelgat dat ik kon kiezen: de papegaai of de schroevendraaier. Ik koos voor de papegaai.

Omhoog