31 December 2016

'The Gospel According to Garcia' werd 2 november 2015 in The New Yorker gepubliceerd. Het is het verhaal van een klas ('wij', twaalf leerlingen) die een vervanger krijgt. De vorige docent is verdwenen - de politieke achtergrond is roerig. De vertellers zwijgen bij de entree van de nieuweling, en denken terug aan de lessen van hun oude docent. Een ode aan een leraar, en een illustratie van hoe zelfs zwijgen verzet kan zijn - als we standvastig zijn.

Toon Theuwis vertaalde het voor ons, onder begeleiding van Nicolette Hoekmeijer, met steun van het Nederlands Letterenfonds, en wij publiceren het vandaag en in het eerste nummer van 2017.
De redactie wenst u een goed nieuw jaar, met nieuwe literatuur en een kritische blik.

*

We zagen hem binnenkomen, zagen hem aarzelen op de drempel van het klaslokaal en even wachten, zijn eerste blunder, wat ons genoeg tijd gaf om hem in te schatten, wat hem net te weinig tijd gaf om hoogte te krijgen van wie wij waren, te bedenken met welke strategie hij ons op zijn hand kon krijgen. 
Hij kuchte, alsof hij zo zijn zware ademhaling kon maskeren, een zucht bijna, en vervolgens stapte hij met geveinsde vastberadenheid binnen en ging achter zijn tafel zitten. 
Hij ging zitten waar García altijd had gezeten, zomaar, alsof hij daar recht op had. 
Hij glimlachte naar ons, nog een blunder, en toen: ‘Misschien moeten we onszelf maar eens voorstellen,’ zei hij. Onszelf? Verwees hij naar zichzelf? Was hij zo verwaand dat hij naar zichzelf verwees in het meervoud? Of doelde hij ook op ons? Was het een uitnodiging naar ons twaalven, die symmetrisch tegenover hem zaten? 
Wij zwegen.

30 December 2016

James Jones, Valeria Luiselli. De redactie las deze week een oorlogsroman en urgente columns, en schrijft over perspectief dat als een camera wordt doorgegeven en hoe activisme en schrijverschap samen kunnen gaan.

*

Jan van Mersbergen: James Jones, The Thin Red Line

Zeker tot en met Kerst en de dagen daarna waarschijnlijk ook nog dompel ik mezelf onder in The Thin Red Line, een omvangrijk oorlogsboek uit 1962 van James Jones. In het Nederlands verscheen het bij Karakter, in een ongecensureerde uitvoering, waar de vertaler — ik heb echt goed gezocht — niet in vermeld staat, en waarvoor een vertaling van de titel niet noodzakelijk leek. Beetje slordig heruitgegeven, dit boek. Soms staat er een inspring te veel bij een dialoog en een enkele keer worden de o’s in een woord geschreven als 00, zoals op blz 37: ‘Vind je 00k niet, Whyte?’
Over die kleinigheidjes lees ik wel heen. The Tin Red Line is groots, gedetailleerd, goed verteld, meeslepend.

27 December 2016

Volle bak

Boekhandel van de Maand

De positie van boekhandelaren is de laatste tien jaar erg veranderd. Boekhandelaren zijn steeds belangrijker in het boekenvak: ze geven quotes achterop boeken, ze verschijnen op feestjes, ze kopen boeken in die getipt zijn door de collega’s van het boekenpanel van DWDD. Boekhandelaren spreken zich uit over boeken, Jan van Mersbergen spreekt zich uit over boekhandels in de rubriek Boekhandel van de maand. Iedere laatste dinsdag van de maand.

Vandaag de elfde aflevering: Post Scriptum in Schiedam.

23 December 2016

Deze Kerst zoekt Jan van Mersbergen naar het onsentimentele van het sentimentele lied. De redactie leest liedteksten, Kees 't Hart en Manon Uphoff vertellen over hun ambachtelijke liedschrijverij met De Jeugd van Tegenwoordig en Maarten van Roozendaal (archief), en wij zingen André Hazes.

*

In de afsluitende alinea van de recensie over mijn vorige roman in De Groene Amsterdammer, februari 2014, schreef Marja Pruis dat ik met mijn schrijven laveer tussen gewoonheid en drama. Melodrama zelfs.

‘Dat laatste aspect wordt door de schrijver onderstreept door steeds een zinsnede uit een hoofdstuk uit te vergroten tot hoofdstuktitel. Zet je die titels onder elkaar...

Ik wist wel dat je zou komen
Als je overal voor wegloopt ben je vrij
En nu hoor ik erbij
Ik mis hem, de schat

dan heb je bijna een lied van André Hazes. Wat ook weer geheel in stijl is. De personages die De laatste ontsnapping bevolken, barsten in snikken uit als in hun stamkroeg 'De vlieger' wordt gedraaid.’

23 December 2016

David Bowie, Huub van der Lubbe: de redactie las liedteksten bij gelegenheid van het verschijnen van Jan van Mersbergens essay 'En als zij dan leest hoeveel ik van haar hou'. Over grote woorden, verrassende beelden en vooruitziende blikken.

*

Thomas Heerma van Voss: David Bowie, 'I Can't Give Everything Away'

Er zijn momenten waarop ik me een stuk liever bezighoud met muziek dan met literatuur. Bijvoorbeeld bij het maken van eindejaarlijstjes: ik kan best tot een boeken top 10 uit 2016 komen, maar ik heb altijd het idee dat dat een tikje willekeurig is, want ik lees vooral boeken die al eerder zijn verschenen (zie nagenoeg alle edities van deze rubriek) en sla zelfs van de nieuwe boeken die ik wil lezen een groot deel uiteindelijk over, gewoon omdat ik er geen tijd voor heb of in elk geval - Emma Cline's The Girls ligt nog steeds op mijn nachtkastje, ECI-prijswinnaar Michael Driessen moet ik zelfs nog steeds aanschaffen. Hoe anders is dat bij muziek: ik heb het gevoel dat ik de belangrijkste albums van 2016 allemaal beluisterd heb, dat ik dat landschap overzie - een aangenaam gevoel. En in dat landschap was er een onmiskenbare uitblinker, een verkapt monument voor de dood dat tegelijkertijd een prachtige levenslust toont: David Bowie's Blackstar.

23 December 2016

Deze Kerst hernemen we rond Jan van Mersbergens essay over het Nederlandse lied twee stukken uit Revisor 2006-5, De avond van het liefdeslied. Alle 13 goed! Manon Uphoff zou met Maarten van Roozendaal een nummer maken. Dit is haar verslag van het maakproces - en eronder het 'Rattenlied' zelf.

*

Het is een bloedhete dag, die van de kennismaking. We zitten onder de nauwelijks werkende ventilatoren van het restaurant Eerste Klas. Na de foto's volgt meteen een brainstorm.
‘Wat gaan we doen, Uphoff?’
‘We gaan een lied maken, Maarten... en het mag geen ballade zijn,’ zeg ik benauwd, want ik heb vooral suggesties en ideeën voor ballades, ‘ze zijn zo bang, bij de NPS, dat het dan een heel zoete avond wordt.’

23 December 2016

Deze Kerst hernemen we rond Jan van Mersbergens essay over het Nederlandse lied twee stukken uit Revisor 2006-5, De avond van het liefdeslied. Alle 13 goed! Kees 't Hart zou met De Jeugd van Tegenwoordig een lied maken. Dit is zijn verslag van het maakproces - en eronder 'Klaagmuur'.

*

Op een avond belt Allard hoe ik het zou vinden om met De Jeugd van Tegenwoordig samen te werken voor het grote muziek/poëzieproject. Eerst begrijp ik niet wat hij bedoelt, De Jeugd van Tegenwoordig, wie zijn dat? Maar het wordt direct duidelijk wanneer hij het over ‘Watskeburt’ heeft, dat bizarre nummer is dus van De Jeugd van Tegenwoordig. Ik heb het een maand of zes geleden gedownload, las erover, waar weet ik niet meer. Onnavolgbare tekst, geen touw aan vast te knopen, maar er is iets mee, dat hoor ik ook wel. Er dwingt hier iets, wat weet ik niet. Ik zeg ja, hier voel ik veel voor, waarom weet ik niet. Dezelfde avond bezoek ik hun website, die bestaat uit een vreetmuur waarin je zogenaamd geld moet gooien. Ik zoek op internet de tekst op van ‘Watskeburt’, print het uit, staar er lang naar, een groot schoonheidsgevoel overvalt me niet, maar wel alweer een gevoel van door te moeten kijken en voelen.

15 December 2016

Wilhelm Genazio, Bette Adriaanse en Cynan Jones: de redactie las weer overal perspectief in, soepele wendingen, een vreemde, aanwezige verteller en een passende ik.

*

Jan van Mersbergen: Cynan Jones, Inham

De ontdekking van 2016 is voor mij Cynan Jones. Zijn kleine romans roepen veel vragen op over omvang, bladspiegel en waardering voor kleine boeken in de boekhandel... toch las ik zijn onlangs uitgegeven Inham, en werd weer gegrepen door de taal, door het spel met perspectief, en door de intensiteit van dit proza.

Inham heeft dezelfde bezwaren als De burcht. Ik schreef al eerder uitgebreid over het opblazen van De burcht, wat overigens klinkt als een ridderroman. Inham telt precies honderd pagina’s. Daarvan zijn er zeker twintig onbedrukt, en de tachtig overgebleven pagina’s tellen minstens zes of zeven witregels en flinke stukken wit zo maar tussen de blokjes tekst door. Een normale pagina telt dertig regels, die van Jones slechts twintig. Tweederde van de tachtig bladzijden is dus leeg. Maakt in totaal een boekje van 53 pagina’s. Wederom veel lucht, en nog een minimale omvang. Een boekhandelaar in Schiedam zei me dat zo’n dun boekje het nu eenmaal niet goed doet in de winkel. Misschien kan uitgeverij Koppernik alle kleine romans van Jones in één bundel uitgeven – dat zou beter ingekocht, en daardoor wellicht ook beter gelezen worden.

12 December 2016

Anke Cuijpers studeerde aan de Schrijversvakschool in Amsterdam en schreef voor de Poëziekrant. In 2015 publiceerden we haar verhaal 'Het meisje dat niet dansen wou'. Ze schrijft een roman. Vandaag publiceren we twee gedichten van haar: 'Schuilen' en 'Een dag in het jenevermuseum'.

08 December 2016

Graham Swift, Walter van den Berg, Per Olov Enquist, Chimamanda Ngozi Adichie en Bob Dylan: de redactie leest herhalingen, levensechte stemmen bij een Booker Prize-winnaar, en de juiste details en kromme zinnen bij een Nobelprijswinnaar.

*

Daan Stoffelsen: Walter van den Berg, Van dode mannen win je niet & Per Olov Enquist, Een ander leven & Chimamanda Ngozi Adichie, 'Now is the time to talk about what we are actually talking about'

Ik herlees stukken uit de indrukwekkende boeken van Walter van den Berg en Per Olov Enquist, om de alcoholist beter te begrijpen, je zou denken dat ik genoeg Advocaat van de Hanen en Kwaadschiks gehad had, maar ik begrijp het nog niet. Ernst Quispel (die verkrachting!) en Nico Dorlas (die continue woede-uitbarstingen) zijn blijkbaar te weinig sympathiek om enig begrip voor ze op te brengen. Een zwakte, ik weet het, maar die zwakte zit me niet in de weg als ik lees in Van den Bergs Van dode mannen win je niet (2013).

07 December 2016

Maria

500 à 1000

Een nieuwe 500 à 1000 woorden! Matthijs Eijgelshoven (1975) debuteerde eerder dit jaar met Retour Calypso en schreef voor ons 'Maria', een snapshot van een avond.

*

Ik weet niet meer zeker of ze Katie heette. Ze kwam in elk geval uit Nieuw-Zeeland en heeft de hele nacht als een plank naast me in Jaime’s bed gelegen, in een kamer die stonk naar goedkope jasmijnolie. Dat spul had Jaime van zijn zusjes gekregen, samen met een lichtblauw porseleinen brandertje. Jaime zelf lag op de vloer van zijn slaapkamer te bonken met Maria, wat ik ook had willen doen, maar Victor bonkte al iedere dag met Maria en ik had het idee dat ik daar niet tussen moest komen.

02 December 2016

Lisa Weeda, Jan van Mersbergen, Lucas Barfüss en Marcel van Roosmaalen: de redactie las en keek naar perspectief, scènes en dialogen in Oekraïne, Rwanda en Arnhem.

*

Thomas Heerma van Voss: Marcel van Roosmalen, Schijt

Ik heb heimwee naar Theo Janssen. Naar de voetballer die hij was op het veld: met een magistraal linkerbeen en veel inzicht, wat ieder seizoen leidde tot talloze goals en assists die ik me nu nog precies herinner. Ik heb ook heimwee naar de Theo Janssen van buiten het veld: grofgebekt, direct, allerminst gevoelig voor roem of camera's. Het beste speelde hij gewoon bij Vitesse, zijn Vitesse, in zijn stad waar hij de mensen en de kroegen kende en de komst van het grote Chelsea-kapitaal enigszins wantrouwend genoeg.

Verhaaltechnisch biedt dat natuurlijk veel mogelijkheden, zo'n dorpse, ouderwetse en zeer getalenteerde voetballer die niet meegaat in de modegrllen van zijn tijd, die gewoon nog een sigaret wil opsteken als hij daar zin in heeft, die zegt wat hij denkt, en die ineens wordt geconfronteerd wordt met talloze buitenlandse spelers en een immens buitenlands kapitaal. Dat was ook de reden waarom ik dit boek begon te lezen: ik mis Theo Janssen, ik ken geen hedendaags equivalent van hem. Tegelijkertijd is de valkuil  bij een verhaal over hem natuurlijk groot; menig journalist of auteur zou vervallen in sentiment of opgeklopte nostalgie.

Omhoog