24 Mei 2017

Schatzalp

Voorpublicatie uit De kuur

In Revisor 15, nu te koop, schrijft Emily Kocken over de totstandkoming van haar nieuwe roman, De kuur, en hoe ze omgaat met haar personages: 'Fictief bloed vergieten'. Vandaag publiceren we voor uit haar boek bij wijze van satellietverhaal.

*

Ze waren er hun hele leven vol van. Na hun aankomst bij het hotel renden ze meteen naar boven.
‘Ik ben op de toverberg!’
Magische berg der bergen. Ze waren eindelijk aangekomen. 
Onervaren stumpers, met tranen in de ogen. Armen wijd, de weerstand brak, het gemoed liep over. Of dat huilen was. Sijpelen van gletsjerstroompjes langs haar steile wanden. Aarzelend zochten ze hun weg van haar top tot diep in het dal, het water was koud met menselijke lichaamswarmte vergeleken. Haar rotsen, hun huid. De stenen, het hart.

22 Mei 2017

Familie

Vertaling: Melani Reumers

I

Midden op straat ligt een vrouw te beven, languit op de grond, en om haar heen hebben zich vijf voetgangers verzameld, maar slechts een van hen probeert, op zijn knieën en opgewonden gebarend, haar te laten reageren. Hij zal wel arts zijn, ook al lijkt hij dat van een afstand niet, juist vanwege die opwinding, vanwege de spanning die spreekt uit zijn bewegingen, die ik op een paar passen van het groepje kan zien. Hij is in driedelig pak, net als twee van de nieuwsgierigen, en de vrouw draagt een dikke jurk die door het gewicht enigszins comfortabel moet aanvoelen. Naarmate ik dichterbij kom, lijkt ze steeds ouder en uitgemergelder, ze is reddeloos in de verwarring die ze ondervindt en ligt nog altijd te beven, maar steeds minder, misschien omdat haar hart vermoeid is en er graag mee ophoudt. Dit vindt plaats op het linkertrottoir van een brede boulevard, de automobilisten zijn zich nergens van bewust en denken aan het avondeten, aan een of andere afspraak, aan de voetbalwedstrijd die ze om acht uur gaan kijken, en om ons heen heerst de gebruikelijke drukte van een vrijdag aan het eind van de middag.

22 Mei 2017

De laatste keer dat ik mijn broer sprak, was aan de telefoon. Het was vrijdagmiddag, de dag voor zijn verjaardag. ‘Ik ben zo bij je,’ zei hij nog.
Ik heb hem niet meer gezien.
Zijn stem klonk die middag misschien iets geknepen, maar uit niets bleek dat hij niet meer had kunnen rijden. Het regende. In de knik in de weg langs het kanaal raakte een boom eerst zijn rechter koplamp, de auto begon te tollen en een volgende boom kwam vol zijn portier in. De politie zei dat er drank in het spel was. Zo zeiden ze het letterlijk; nadrukkelijk en traag, alsof ze het tegen een kind hadden. Het was vrijdagmiddag, er werd altijd wel een borrel gedronken op zijn werk, hij zou de volgende dag dertig worden. Geef hem eens ongelijk, hij kon er goed tegen.
Hij moet vrijwel meteen dood zijn geweest, zeiden ze. Dat vind ik geruststellend.

22 Mei 2017

1

Ik trek de gordijnen dicht als een lijkzak, de tengere
sigarettenhulzen van het bed, snijbloemgroen de deken
die makkelijk vuurt, het moet meteen.

Het moet, de traagheid, mijn kinderhand tussen haar
benen en ik lach met haar mee, want voor mij is het erger
ik ben ingehuurd, niet ik ga over twee dagen dood.

In de middag pakt ze me terug wanneer de hulzen
uit me blijven vloeien en ik de man doe van wie de dochters
uit de oceaan komen omdat hij crepeert.

22 Mei 2017

Ik heb geen kinderen van vlees en bloed maar van papier. In mijn tweede roman De kuur halen ze levensgevaarlijke capriolen uit. Op het randje van de afgrond laat ik ze bewegen. In mijn atelier, waar ik schrijf, heb ik op een schoolbord een vraag geschreven. Houd ik genoeg van mijn personages om ze te mogen laten sterven?
De vraag plaagt me. Een van de personages is Kick. Hij is de jongste zoon van Yves Altman, de hoofdpersoon. Midden in de fase van herschrijven geef ik toe dat ik graag wil dat er van een jongen als Kick gehouden wordt. Hij hoeft niet beroemd te worden zoals Harry Potter, of door miljoenen aanbeden. Gezien is al genoeg, en soms door de lezer liefdevol gedragen. Als het belangrijk is dat de lezer houdt van Kick, in principe meer dan ik, volgt de onvermijdelijke vraag: hoe zorg ik er op een meeslepende manier voor dat dit gebeurt?

22 Mei 2017

Vijf stevige tralies voor en een onverbiddelijk vonnis boven mijn hoofd hebben me het inzicht opgeleverd dat het allemaal is begonnen, de ondergang van mijn liefde en mijn utopische fantasieën, in die week die Dean en ik als voortvluchtigen doorbrachten in en rond het huis midden in het bos. Het was geen spookhuis, integendeel. Het had een frisrood pannendak.
De muren waren met klimop begroeid. De vensterluiken konden zowel uitnodigend geopend als knus gesloten worden, en dat is ook hoe ik de bewoners zou kunnen omschrijven, het echtpaar van wie de leeftijd zich tussen de tachtig en de dood bevond. Ze hadden de reputatie vroeger ook jong en avontuurlijk te zijn geweest, even strijdbaar als Dean, had ik me laten vertellen, maar nu waren ze niet meer dan namen uit een roemrijk verleden en waren ze even verknocht aan deze diepe kalmte als hun hond, een harige dikkerd, een echte lobbes die geboren was met het huis en er ook mee zou sterven, die doorgaans op een kleed bij het potkacheltje in de keuken lag te soezen. Het aanrecht was blinkend geboend en op het zware tafelkleed stond een vaas met versgeplukte bloemen. De schuur op het erf stond vol verroeste werktuigen en in de zonnestralen die door de kieren kropen hingen miljoenen stofdeeltjes, glinsterend als kristallen. Een massieve muur van bomen beschermde dit alles tegen de buitenwereld, maar deze muur lag verborgen achter de façade van een vriendelijke bosrand. Het was een wonderlijk idyllisch tafereel, een oase, en de eerste dagen wisten we niet eens zeker of we ons nog wel op aarde bevonden.

21 Mei 2017

Het bericht telt drie woorden en heeft geen aanhef of afsluiting. Het is krap een uur geleden binnengekomen; Aleid kijkt op de mobiel tot het lampje uitgaat en het apparaatje zichzelf vergrendelt. Hoe lang staat ze al verstijfd met dat ding in haar handen? Ze legt de telefoon terug waar ze hem gevonden heeft: op de hoek van de eettafel, met het scherm naar beneden.
Wilbur kermt, hij zit nog aan de riem. Ze maakt hem los en hij loopt naar zijn mand, een blauw en versleten geval dat ze mee kreeg uit het asiel. Eigenlijk is de mand hem te klein. De hond draait een paar rondjes en gaat liggen met een plof. Hij zucht er dramatisch bij.

21 Mei 2017

Normaal kocht ze nooit zo’n dure jas, maar Agnes’ dochter was overleden. Daarom kon ze de etalage niet voorbijlopen. Het was een deftige winkel, gespecialiseerd in avondkleding, lange zwarte jurken en merktassen. Niettemin had Agnes alleen oog voor de jas. Praktisch was hij niet, er zaten bijvoorbeeld geen mouwen aan. Ze zag al voor zich hoe de jas van haar schouders afgleed. En toch ging ze de winkel in. De verkoopster noemde het een ‘mantel’.
Haar man vroeg haar of ze gek was. ‘Je kind is dood, en jij koopt een jas.’ Agnes zweeg alleen maar. Als Ronald het nu niet begreep, zou hij dat nooit doen, welke verklaring ze ook gaf.

21 Mei 2017

De Panorama

Bij mijn opa in de leesmap zat de Panorama. Als het tijdschrift net in de bus lag bladerde hij langs de spannende foto’s en later keek de familie mee. Plaatjes die echt waren, maar tegelijk onwerkelijk: een stierenvechter wiens been doorboord wordt door een stierenhoorn, een stam in de jungle van Papoea-Nieuw-Guinea die een paar leden van een andere stam opgegeten had, een vrije val uit een vliegtuig van tien kilometer hoogte, de liquidatie van een crimineel, een gevecht met een haai zoals in Jaws maar dan aan de Australische kust, een fatale liefde voor een mooie vrouw.
De spanning van die foto’s en verhalen deed ons gniffelen, die spanning maakte van het huis van opa onze veilige plek.
Flapteksten van thrillers ogen vaak als Panorama-artikelen

De voordeur stond open. Daar keek hij niet eens van op, Marleen was altijd chaotischer geweest dan hij. Een wijd open raam tijdens hun spaarzame weekendjes weg, een sleutel die nachtenlang in het slot van haar gammele stadsfiets bleef zitten – en ze kwam er nog mee weg ook. Lang had hij zich daaraan gestoord, niet zozeer aan de slordigheid zelf als wel aan het feit dat die nooit werd afgestraft. Maar hij zei er niets over.
Ook vandaag wilde hij zwijgen over de rommel. Tot hij de slaapkamer inliep en van schrik direct riep: ‘Marleen? Wat is hier gebeurd?’ Voor hem op de vloer lagen tientallen boeken, opengeklapt en met half uitgescheurde pagina’s. De planken waar ze tot voor kort keurig op hadden gestaan waren stuk voor stuk losgeraakt van de muur – sommige lagen tussen de boeken in, andere bungelden aan een losse schroef.

21 Mei 2017

Verward liet hij de brieven op de grond vallen. Had hij ze nu aangeraakt? Achter zijn ogen kwam een gonzende hoofdpijn opzetten. Hij betastte zijn voorhoofd, maar zijn vingertoppen waren gevoelloos, alsof ze de contouren van zijn gezicht niet meer herkenden. Hij klom van het matras en zette een stoel overeind. Een felle steek schoot door zijn bovenarm. Hij boog zich voorover en liet zijn hoofd in zijn handen rusten. Dorst. Hij draaide zich om naar het keukentje achter in de kamer, vond een glas en vulde het met water. Het rolde over zijn tong, maar zijn mond bleef gortdroog.
Hij liet zijn grote, bleke lijf op de stoel zakken. De mist waarin zijn gedachten waren gehuld trok iets op. Wat een rotzooi. Van wie waren die spullen? En waar waren de zijne? Waar was zijn bureau? Dit was niet zijn kamer. De grijze vloerbedekking, de non-descripte meubels, de spiegel boven het bed, die genadeloos de chaos weerkaatste. Dit was niet zijn kamer.

21 Mei 2017

‘Het was onmogelijk die kamer te betreden, zonder te worden overvallen door een sterk onbehagen,’ vervolgt hij. ‘U kent dit, natuurlijk.’
Girard neemt niet de moeite om te knikken. In dit gezelschap is het niet nodig om uit te weiden over de woede die opwelt bij de aanblik van de bloedige chaos, de stille getuige van een wreed verstoord leven. Was Ledru een van zijn eigen ondergeschikten, dan zou hij hem hebben gevraagd om ter zake te komen, maar de man komt uit Parijs en ongetwijfeld doen ze dingen daar met meer omhaal. Het is de prijs die je betaalt voor een expert van buiten, maar hij hoopt dat Ledru opschiet. Als de zaak werkelijk is opgelost, lijkt het hem tijd om dat te vieren met een Merlot Blanc en een diner in Le Coq, al betwijfelt hij of de jongere man te vinden is voor zo’n informeel samenzijn. Ledru’s vermoeid ogende gezicht, de ingevallen stoppelwangen tonen hoe zwaar de verantwoordelijkheid is die op zijn schouders rust: er is iets aan de manier waarop hij zijn woorden afbijt en ook hoe hij daar zit, klaar om elk moment weer op te springen, zijn vuisten zo krampachtig gebald dat zijn knokkels wit wegtrekken.

19 Mei 2017

Koen Peeters, Sandro Veronesi: de redactie las een onderzoekende roman en columns over sport, en zag sterk ritme en sterke taal.

*

Daan Stoffelsen: Koen Peeters, De mensengenezer

Niets menselijks is mij vreemd: ik kon niets met die titel. Zweverig klinkt het. Pleonastisch ook: je hebt dierenartsen, dokters, genezers, de term weerspreekt ons antropocentrisch perspectief. (Fijn zulke dure woorden.) Peeters verbindt met de term de onderwereld van de Eerste Wereldoorlogslagvelden van de Belgische Westhoek, de stille natuurwereld van boeren, de leer van de jezuïeten, de theorieën van antropologen, Freud, Lacan, en de rituelen van de Yaka in Congo. (Een groteske opsomming, maar de eerstehands kennis hiervan is verenigd in één mens.)

Zo begint het: 'Het wezen, er bestaat misschien zoiets als het wezen van de Westhoek. Misschien is het een geest, een daimon, een genius, die niet bestaat als lichaam maar toch sluipt en heerst in het West-Vlaamse landschap.'

12 Mei 2017

Teju Cole, Atte Jongstra, Dennis Lehane: de redactie las essays en een novelle-thriller. Over wat een goed essay is. Over wat een goede scène is.

*

Thomas Heerma van Voss: Teju Cole, Vertrouwde en vreemde dingen

Aankomende woensdag vindt de uitreiking van de tweejaarlijkse Jan Hanlo Essayprijs plaats. Enigszins tot mijn verbazing ben ik die avond een van de sprekers. Een eervol en tevens lastig verzoek. Enthousiast vertellen over essay(bundel)s die ik hoog aansla, ja, dat kan ik vermoedelijk wel, maar wat een goed essay nou precies een goed essay maakt, en breder: wat ik precies van een essay verlang, dat kan ik geloof ik niet zo gauw in heldere zinnen uitleggen. Ik vrees althans dat de zinnen die ik daarvoor bedenk me zelf vroeg of laat zullen tegenstaan.

05 Mei 2017

Jan van Mersbergen: Irvine Welsh - Trainspotting

Voor anderhalve euro kocht ik Trainspotting, dat onderop de stapel lag en dat ik deze week las. Tevens een boek waarvan ik de verfilming ken, maar ik had Trainspotting al een keer gelezen, aan het einde van mijn studie toen het net verscheen, in tegenstelling tot Shutter Island, dat ik pas las nadat ik het laatste uur van de film zag. De eerste twintig bladzijden van Trainspotting, om precies te zijn van bladzijde 11 tot en met 33, zijn briljant. De verslaafde Mark Renton, Rentboy, wordt goed neergezet en heeft een mooie passende opgefokte vertelstem. Welsh speelt het de verteltijd, wat past bij de karakters en hun kuren. Hij schiet heen en weer van tegenwoordige naar verleden tijd, en weer terug. Je moet de tekst echt goed herlezen om te kunnen volgen hoe Welsh dat doet, zo natuurlijk is de vertelling.

Omhoog