, 04 Februari 2011

Archief: Over het schrijven van mooie natuurgedichten

In 1997 nodigde de toenmalige redactie van de Revisor voor nummer 5/6 een twintigtal auteurs uit om na te denken over hun literaire toekomst: wat moest er anders? In welke richting zou de literatuur zich ontwikkelen? Wat was de ideale literatuur van de toekomst? Voor de poëzie gold daarbij de leidraad van Gorters inleiding bij diens School der Poëzie, precies een eeuw geleden geschreven: 'Er moet een andere weg gevonden worden, langs welke de kennis van het algemene in dat wat ons aandoet, en in onze aandoeningen zelf, bereikt wordt.'

Esther Jansma's bijdrage heette 'Over het schrijven van mooie natuurgedichten'.

Over het schrijven van mooie natuurgedichten

Natuurgedichten schrijven is ingewikkeld,
iets waarbij men zuchtend moet gaan nadenken
over bijvoorbeeld rood en boom en wat het verschil is,
en hoe dit op te heffen. Processen, denkt men,

hoe water inkt doet vervloeien, zo ongeveer moet dat —
maar hoe doet een boom dat richting rood?
Stelt zich er late lucht bij voor, verwerpt die.
Iemand die aan een tak hangt en bloedt? Winter

en daarin een roodborst? En nog zo wat. Niets
voldoet. Dan: men verbant de b van beginnen
en het hekwerk van m, roept de r uit tot rotzooi,

zegt 'de d is dood', en houdt over: tweemaal oo.
Niet mooi, wel kaal, een haast radeloos, o, o.
Natuurgedichten schrijven is sloopwerk.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog