, 29 Juni 2011

500 à 1000: Haarpijn

Naast poëzie en beschouwend proza brengt De Revisor nu ook nieuwe fictie exclusief online. Een kort verhaal in 500 à 1000 woorden, dat vragen we debutanten, én gevestigde auteurs. Geen column, geen blogpost, geen dagboeknotitie: fictie, op een voor internet geschikte lengte.

Emily Kocken (1963) is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze publiceerde in De Revisor, Tortuca en was poëzierecensent voor Meander. Momenteel werkt ze aan haar eerste roman.

De vlechten tikken op mijn rug, de kwastjes van mijn vlechten, de strikken om de kwastjes van mijn vlechten, mijn lange, zware vlechten. 

Tikken op mijn rug, de vlechten, tikken op mijn rug.

‘Op haar rug, op haar rug, zo d’erin en dan weer terug.’

Is dat wat zij zeiden?

De drie jongens buiten op het schoolplein.
Ik had ze allang vanuit de klas zien staan onder de betraande takken van de treurwilg, waarvan de meester zei dat het een wonder was: een wilg die zo ver van de waterbron kon groeien.
Dom.
De jongens hadden gezegd dat ze het zouden doen, een wedstrijdje: mijn hoofd achterover, mijn armen, mijn rug. Op de grond.

‘Trekken aan je zwarte vlechten,’ is wat zij zeiden.
Meer ook niet.
Echt.

Ze tikken op mijn rug, de vlechten. Berechten zal ik ze, de rotjongens. Later. Tegen ze vechten.

Ik zal nooit meer de klas verlaten zonder de meester een hand te geven.

Ik ren, mijn nieuwe schoenen klinken veel te luid op de tegels van het plein; ik ren, door de poort van het hek; ik ren, door de dorpstraat, over eeuwenoude kasseien; ik ren, dankzij de dure nieuwe schoenen - sneller dan in mijn dromen - rakelings langs de doorntakjes van de haag rechts van het hoge kruisbeeld,  het hoofd van jezus, christus flitst boven het groen in bedroefd profiel voorbij - wat zei de meester ook weer van het beeld, hij zei dat de kunstenaar, een jongeman uit de grote stad, een fout begaan had door het beeld op zichzelf te laten lijken maar geld eenmaal uitgegeven, ja – ik ren, zompig zacht mijn zolen plots over het pad van gelig zand - padiem padiem piedam piedam – tot ineens een bries onder mijn plooirok, zou dan nu toch de wind opsteken, en ben ik wel zo veilig als ik dacht in de parochietuin?

Val ik?

Ja, ik zie: een grote, witte strik en als ik groot zeg, bedoel ik groot als een wolk die eenzaam overdrijft op zoek naar de anderen: er zijn altijd grotere wolken om je bij aan te kunnen sluiten, als grote wolk in wording.

Viel ik?

Ja, ik lag op mijn rug, gezicht naar de lucht, mijn blote kuiten op het zand, want het was pas later dat ze mij om zouden draaien.

Later.
Straks.
Nu.

De strik is zo groot als de zeppelin die ik in de lucht zag hangen toen ik met pappi mee naar Brussel mocht voor een bezoek aan de wereldtentoonstelling, wat een dag was dat, wat een dag!
Een strik van een stof zo breed van baan, de brede lussen van de strik bol van luxe, vol geblazen door de wind, rond van hoe belangrijk de strik zichzelf vond.
Bol!
Vol!
Rond!
Belangrijk!
Langzaam drijft hij over; maar let op, straks zal hij vol wraakzucht op de jongens neerdalen en ze doden, hun verdiende loon:
‘Zwarte rotkop!’
‘Wat je zegt, ben je zelf.’
Stelletje rotzakken. (‘Rotkop!’)

Ik zal nooit meer de klas verlaten zonder de meester een hand te geven.

In de parochietuin is het veilig inderdaad, ik hoor de jongens vrij vlug niet meer.

Langs het pad de kruisgang, de kapelletjes, de nissen. In een nis staat een beeldje van Maria met van die smalle biddende handjes, de elegante vingers gestrekt, dezelfde soort handen als de mevrouw van de afwasmiddel advertentie in mammi's tijdschrift. Ovaalvormige nagels. Lang, maar niet te lang.
Perfect.
Maria’s mooie meisjesgezichtje. Een beetje als Barbie. Maar dan beter.

De jongens zaten sinds kort achter mij in de klas. Dat moest van de meester.
‘Achter het nieuwe meisje met het zwarte haar.’
Ik zat alleen vooraan.
De drie jongens, ja. Twee van hen waren broers, hun vader eigenaar van een kapsalon maar niet hier op het dorp, nee, zo’n twee, drie dorpen verder. De derde jongen woonde met zijn moeder tegenover de school. Hij zat altijd als eerste in de klas. Maar nu werd hij door de meester aan de lellen opgetild en geplant op een stoel. Met beide handen maakte het joch loze boksbewegingen: Nee, niet achter de nieuwe.
Kom kom, het betekende niets, zei de meester toen ik ging huilen. De jongen deugde werkelijk nergens voor. Ik moest me niets aantrekken van wat hij zei. Niet bang zijn van hoe hij naar mij keek.
Zijn gezicht stond steevast op onweer.

Ben ik wel veilig in de tuin? Ik hoor stemmen, vouw mijn handen. Ik hoor gezang. Vrouwenstemmen.

‘Heilige vrouwe in de maand van mei, vruchtbaar worden willen wij..’

Ik kijk op naar het Mariabeeldje. Ze glimlacht. Net als mammi wanneer zij mij een nachtkus geeft. Of wanneer ze zich verontschuldigt voor het strakke vlechten van mijn haar zodat ik weer te laat kom op school.

Het gezang komt dichterbij en blijkt afkomstig van een rij meisjes. Ze zingen nu uit volle borst;  elk meisje draagt een hoofddoek behalve één: zij heeft blond haar en haar lippen rood gestift.
De rij zwijgt, het meisje zingt alleen verder, zacht en zuiver:

‘Heilige Maagd Maria, wij bidden u om vruchtbaarheid. Wij vragen uw bescherming.’

De andere meisjes staan inmiddels in een halve kring om het kapelletje, waarin ik op de vloer ben ondergedoken, en het is werkelijk een wonder, echt, dat niemand mij nog heeft gezien.

Dat zij niet alleen mag zingen, roept een jonge non, haar witte habijt wappert boos om haar benen, zo snel komt zij eraan gelopen. Het meisje krijgt een draai om de oren die klinkt als een klok! Daarna klapt de non in de handen: kom. Het hek van de tuin gaat sluiten.
Nog even en de avond valt.

Ik zal nooit meer de klas verlaten zonder de meester een hand te geven.

Wanneer de meisjes weg zijn, komen de jongens.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog