De verteller, de deur, de sleutel

Het objectieve subject

Zo kan het beginnen.

'De herder wil altijd met zijn neus voor de andere drie hondenneuzen uit. Hij trekt het hardste aan zijn riem. Ze draagt een zwart regenjack met de capuchon op tegen de regen. De dieren zijn niet van haar, dat merk je aan hoe ze met ze loopt en hoe de lijnen steeds in elkaar verstrikt raken. Ik heb haar al vaker met ze zien lopen langs het weiland.'

Maar daar kan het niet bij blijven, en daar blijft het niet bij. Dit meisje heeft voor elke hond een sleutel tot andermans huis, tot andermans levens. Met hetzelfde uitgangspunt als Elmer Schönbergers Vuursteens vleugels loopt dit verhaal uit in een stiekeme vervreemdingssessie à la Amélie. Maar wie is die 'ik'? Misschien dezelfde persoon als 'je', iemand die al uit het vage 'hoe ze loopt' iets op kan maken, iemand die toekijkt met een scherpe blik. Maar wat doet die iemand in het verhaal van de honden en het meisje?

Er dringt zich een verteller op in Sara Kroos fictiedebuut Doorkijk (2011), in bijna alle verhalen in de bundel. Iemand kijkt door de vitrage naar binnen, iemand ziet een Marokkaanse in een viskraam, een stel zestigers op een terras, iemand gebruikt zijn observaties om zich in iemand in te leven, en er iets meer van te maken. Maar waarom telkens de sleutel en de deur vermelden als je zó naar binnen kunt stappen?

Omdat dat de grap grappiger maakt? Ik kom erop terug. Ik las de afgelopen weken ook een debuut uit 2010, van Daphne Huisden, Alles is altijd fictie. In de proloog staat 'Alles is ingevuld. Binnen de lijntjes. Laat ik een verhaal maken. Laten we een spel spelen', en vanaf de volgende pagina is er een ik, je denkt dezelfde ik, maar het blijkt een andere ik, en blijkbaar geldt de titel ook bínnen het verhaal.

Over vertellers en sleutels, binnen en buiten, fictie en wat klopt.

Binnen

Huisden kadert haar roman in met een proloog en een epiloog, Kroos laat haar verteller steeds terugkomen, waardoor je je immer bewust bent van het inkijk-doorkijkeffect. In deze over the top-karakterisering van Huisden gaat het anders:

'Ik kan zonder aarzelen zeggen dat Janna de onopvallendste vrouw is die de wereld ooit zag. Op de minuscule blaas die ze onder die grote vesten mee moet dragen na, valt er niets opmerkelijks over haar te vertellen. In Janna's kledingkast is het altijd herfst. Groen, bruin en op wilde dagen wil er nog wel eens een scheut oranje bij komen. Een treurwilg, met die slappe paardenstaart en die paar opstandige slierten die haar bolle wangen bedekken. Ze heeft waarschijnlijk een golden retriever.'

Enzovoorts. Janna is een figurant, maar een typische bij Huisden. Haar personages hebben iets nondescripts, iets onzichtbaars, en iets afwijkends - op het volgehouden cliché na dat de karaktertekening van de moeder van de hoofdpersoon/verteller is. Huisdens karakterschetsen zijn grappig, maar ze zijn meer dan dat omdat ze de onopvallendheid benadrukken die een thema is in het boek, en daarbinnen de opvallende eigenschappen. Daardoor krijgt de platte karikatuur diepte. De ik, ten slotte, is in dezelfde wereld als Janna, ze zijn binnen.
Bij Kroos, in het 'doorkijkje' van de hondenuitlaatster, zijn er ook golden retrievers, van een stel dat 'potjes saus en jam en een voorraad melk' heeft. Niets bijzonders dus. Maar niets bijzonders kan zowel volkomen belachelijk als helemaal juist zijn bij Huisden. Binnen haar wereld klopt het afwijkende.

Buiten

Bij Kroos klopt het niet, en dat is de grap. Bij Kroos draagt een dakloze vrouw 'een blauwe katoenen trui en een oude zwarte trainingsbroek', realistisch, en doet ze 's nachts balletoefeningen. Dat is absurd op een directe manier, het is een contrast van zwart op wit. Bij Huisden zijn er momenten dat je de titel in de vragende vorm gaat stellen - hoeveel fictie verdraagt een mens? Zij slaat het realisme over, ze maakt haar zwerver meteen eigenaardig en direct daarop geloofwaardig. Een man staat op een brug zijn tanden te poetsen.

'Hij staat niet op blote voeten, maar zijn schoenen zijn zo versleten dat alleen de onderkant nog is overgebleven. Met plakband heeft hij sandalen gemaakt van zijn zolen. Zijn jas en broek zijn echter gesteven en voor zover ik kan zien op maat gemaakt.'

Afwijkend, op een andere manier. Je hebt de ballettende zwerfster en de zwerver in maatpak. Maar ook met plakbandsandalen. En hij poetst zijn tanden. De gegevens nuanceren elkaar tot een grijstint die nieuwsgierig maakt. Zo kan het ook beginnen, met een stapeling van contrasten, een aanzet tot meerlagigheid. De zwerver wordt een vriend, en een geweten, en een slachtoffer, en dat past allemaal binnen Huisdens kader.

(Overigens zit er ook bij 'Janna' zo'n zigzag van onopvallend naar opmerkelijk en terug, via herfst naar opstandige slierten, maar hier benadrukt Huisden het, en iets te veel. Die 'maar' is natuurlijk taalgebruik, maar overbodig, die 'echter' is overbodig en lelijk.)

Sleutels

Misschien is dit het, misschien krijg de binnen-buitenbeeldspraak zo sluitend: bij Kroos zie je buiten en binnen, de observatie en de fantastische ontwikkeling, bij Huisden ben je al binnen, en ís de observatie een fantastische ontwikkeling. En die complexiteit, dat spel strekt zich uit tot in een alinea. Dat is wat Huisden voor heeft op Kroos.

(Had die verteller toch buiten gelaten, denk ik dan. Of was Doorkijk dan te bedacht, te gefantaseerd overgekomen, en ontbrak dan het contrast, de verrassing die doet lachen of schrikken?)

Zonder buiten, zonder de werkelijkheid van iemand die ons vertelt wat er gebeurt en uitlegt wat hij erin ziet, is fictie geloofwaardiger.

Of hoe de lezer er maar niet uitkomt, zo zonder sleutel.

*

Daan Stoffelsen wil begrijpen hoe hij leest. Wanneer wordt een poging tot objectief lezen subjectief genieten?

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog