Is dat geen werk?

Een jaar zonder roman

Het was zaterdagmiddag. Ik nam mijn kinderen mee naar het De Mirandabad. Ik kreeg een idee voor een roman, schreef dat idee op in mijn kleine zwarte Moleskine boekje dat ik altijd bij me heb maar waar ik verder nooit iets in terugkijk. Ik onthoud het wel. Het idee was er opeens, maar ik had me ergens in 2011 al voorgenomen om dit jaar niet aan een roman te werken.

De reden daarvoor is eenvoudig. Even een periode van rust. Ik heb sinds mijn debuut (dat in 2001 verscheen en dat ik in de zomer van 2000 schreef) in de afgelopen 12 jaar, met 2011 erbij, zes romans geschreven. Om het jaar een roman. Ik nam me voor te genieten van Naar de overkant van de nacht, en omdat die roman het heel goed doet, krijg ik ook de kans om te genieten, komt er voldoende ander werk op me af – voorlezen, publicaties, verhalen schrijven, een theatermonoloog.

Maar gaat dat wel lukken? Als ik in het zwembad zit met mijn kinderen, dan ben ik ook aan het werk. Mijn hoofd stopt niet.

Een van mijn praktische voornemens was: geen scènes schrijven. Ik heb altijd wel een plan in mijn hoofd, zoals in het zwembad ook, maar ik wilde geen karakter maken en dat karakter iets laten doen, het verhaal nog niet omzetten in een handeling met een begin en een eind. Het personage nog geen vorm geven. Tot op heden is me dat gelukt, maar met moeite.

Ik geniet wel van mijn laatste roman, en ook van mijn debuut, dat heruitgegeven is, maar ik wil ook verder. Ik lees weer. Is dat geen werk?

William Faulkners The Sound and the Fury heb ik er weer bijgepakt, de originele (Engelse) versie. Er zit een passage in, zo rond pagina 150, die Faulkner geschreven heeft zonder interpunctie en hoofdletters. Hij begint gewoon op een regel, knoopt zinnen aan elkaar en laat de spreekstem van de jonge verteller galmen, werkelijk. Een voorbeeld:

its late you go on home

what

you go on home its late

Dat is een eenvoudige omkering die heel goed werkt omdat – als je het hardop leest – je de leestekens en hoofdletters niet mist en meteen duidelijk wordt welk ritme de tekst heeft. Ook zonder interpunctie kunnen woorden en hun volgorde dwingend zijn.

Nog een voorbeeld uit dezelfde passage, iets eerder, als de verteller zijn mes kwijt is:

its my knife i dropped it

she sat up

what time is it

I don’t know

she rose to her feet I fumbled along the ground

Im going let it go

to the house

I could feel her standing there I could smell her damp clothes feeling her there

its right here somewhere

let it go you can find it tomorrow come on

wait a minute Ill find it

are you afraid to

here it is it was right here all the time

was it come on

Die zinnen lopen heel goed. (Opvallend trouwens dat Faulkner wel een I schrijft, en geen i. Hij maakt er Im van.) Ik lees het en denk: Dat wil ik ook. Waarschijnlijk zal ik er niks mee doen, ook niet in mijn nieuwe roman, maar ik sla het wel op in mijn hoofd, en ben dus toch aan het werk.

Nog een schitterend voorbeeld uit The Sound and the Fury:

we reached the fence she crawled through I crawled through when I rose from stooping he was coming out of the trees into the gray toward us coming toward us tall and flat and still even moving like he was still she went to him

this is Quintin Im wet Im wet all over you don’t have to do if you dont want to

Dat is spannend. De beschrijvingen van de eerste lange zin zijn helder, ze concentreren zich op actie: het kruipen onder het hek, dan komt er iemand aan. In de volgende zin is opeens zij aan het woord. Nergens wordt dat uitgelegd. De lezer begrijpt het meteen. De slotzin van dit stuk – het gaat nog bladzijden verder – is even beeldend als schrijnend: you don’t have to do if you dont want to. Je voelt dat er iets gaat gebeuren. Je voelt dat er van alles speelt.

Momenteel schrijf ik een theatermonoloog, een betoog over de Ronde van Vlaanderen en de Olympische Zomerspelen (allebei over wielrennen), en ik schrijf natuurlijk dagelijks op mijn site. Genoeg te doen. Die roman echter borrelt in mijn hoofd, ik vecht er niet tegen, dat zou idioot zijn.

Een bakker die vecht tegen het meel, of tegen de geur van vers brood in zijn zaak als hij weekend heeft.

*

In oktober 2011 verscheen Jan van Mersbergens Naar de overkant van de nacht. De schrijver nam zich voor in 2012 niet aan een roman te werken. Voor De Revisor houdt hij een dagboek bij hoe hem dat af gaat, niet schrijven. Of beter gezegd: niet aan een roman schrijven, want hij heeft opdrachten en lezingen genoeg, maar de ideeën zijn niet tegen te houden.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog