» ga terug naar de website
Stichting De Revisor
Van Miereveldstraat 1
1071 DW Amsterdam

info@revisor.nl literairetijdschriften.org

Een jonge verteller

Een jaar zonder roman

Op mijn site schreef ik in april een stukje over mijn zoon en over de scheiding tussen zijn moeder en ik. Ik vertel al die stukjes zelf en wilde de boosheid van mijn zoon laten zien, en aan het einde van het blog had ik vanzelf een metafoor te pakken.

Gister kon hij niet slapen. Zijn zus sliep al, onder hem. Ze snurkte. Ik kneep in haar neus, ze ademde door haar mond, toen was het minder. De straatlantaarn scheen door het raam. Ik heb nog geen gordijnen. Hij riep me. Ik zei dat het allemaal wel goed komt. Hij zei: Maar die lantaarn blijft.

Dat is zo’n beetje de kern. Ik kan er een gordijn voor hangen, maar die lantaarn blijft. Nu is een metafoor in zo’n situatie snel gevonden. Alles is metafoor, alles is zwaar, donker, vergelijkbaar met andere zaken die zwaar en donker zijn. Die jongen heeft het moeilijk en heeft daar niet voor gekozen. Dat doet pijn.

Ik speel nu met de gedachte een jongen van bijna negen in een roman een stem te geven. Op de site van Hard/hoofd publiceerde ik een verhaal vanuit zo’n perspectief, onder de titel Bijna negen.

Mijn vader vraagt me wie die mond en die ogen op dat koekje heeft gemaakt. Voor me op mijn bord liggen een broodje hagelslag en een koekje dat ik uit de verpakking heb gehaald, een koekje met een gezicht er op. De ogen zijn twee lichtbruine rondjes en de mond is een streepje.
Ik zeg: Een machine heeft dat gemaakt.
Hij lacht. En wie heeft die machine dan gemaakt? vraagt hij.
Dat is moeilijk. Soms stelt hij moeilijke vragen. Ik zeg: Een andere machine, en dan moet ik nadenken.
Als de machine die de koekjes maakt weer door een andere machine is gemaakt, wie heeft die machine dan gemaakt?
Misschien is er een rij machines en als je die volgt dan kom je uiteindelijk bij de machine die alles heeft gemaakt. En de machine die alles heeft gemaakt, dat is God.
Dus ik zeg tegen hem: Eigenlijk zijn de ogen en die mond gemaakt door God.
Hij zegt: Jij geloofde toch niet in God.
Nu wel, zeg ik.

Mijn zoon kan een prima verteller zijn, al vraag ik me af of hij dat wel wil, zijn stem als vertelstem voor een roman. In ieder geval houdt hij me veel bezig, hoe hij praat, hoe hij zich ontwikkelt, hoe hij denkt.

Er zijn veel sterke romans die verteld worden vanuit een jongen. De verteller in Emma Donoghues Kameris vijf en kent de buitenwereld niet. Hij zit met zijn moeder opgesloten in een kamer. Dat gegeven verandert zijn taal, zijn vertelstem. Hij benoemt ‘bed’, ‘tafel’ en ‘deur’ alsof die dingen het enige bed en de enige tafel en deur van de hele wereld zijn. Voor die jongen is dat zo. Donoghue schrijft die zelfstandige naamwoorden die de omgeving van de Kamer duiden daarom concequent met een hoofdletter. Bed, Tafel en Deur.

In Mark Haddons roman over een autistische jongen (Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht) begint de autist bladzijdenlang iedere zin met ‘ik’. Het past perfect bij de jongen en bij zijn aandoening. De oude (verouderde) schrijfregel - nooit met ik beginnen - wordt in deze roman weggevaagd. Vooral ook de reis met het openbaar vervoer is geweldig. Daarin krijgt de jongen zo veel indrukken dat het proza duizelingwekkend wordt; de beschrijvingen stapelen zich op. Als lezer voelt je hoe het is om die veelheid aan indrukken niet aan te kunnen.

Momenteel lees ik Hoeveel regen, van John Bauer. Een Australische bestseller. De verteller is afwisselend acht en achtentwintig jaar. Die jongen van acht is interessant. Bauers jonge verteller kan het niet hebben dat zijn ouders pleegkinderen in huis nemen. Hij brabbelt zinnen aan elkaar. Hij legt verbanden die typisch zijn voor kinderen. Hij vlucht weg in zijn eigen wereld. Hij verminkt zichzelf, steekt zijn hand in het vuur. Uiteindelijk doet hij het laatste pleegkind Robert wat vreselijks aan. Voorbeeld:

Ik zet de radio zachter en mama laadt nog meer spullen uit, een natte plek in haar schoot, wat me die paar centimeter doet zinken die droefheid je doet zinken.

Dat zijn geen tikfouten. Vertaler Rob van Erkelens heeft deze zin zo bewust geschreven, neem ik aan. Ik zou eigenlijk het origineel erbij moeten pakken. Die laatste paar woorden hebben een verwarrend en mooi ritme. Droefheid is erg expliciet en toch past het hier. Het zinken is beeldend. Zo wordt de jongen een echte verteller.

In De kunst van rijden in de regen, van Garth Stein, heeft een man een fascinatie voor Ayrton Senna, de autocoureur die goed in de regen kon rijden. Het verhaal wordt verteld door een hond, maar voor mij voelt het alsof een jongen het vertelt:

Ze heette Eve en in het begin kon ik het niet uitstaan hoe ze ons leven veranderde.

Bijna dezelfde insteek als John Bauer.

Schoolvoorbeeld is natuurlijk Roddy Doyle’s Paddy Clark ha ha ha. De roman maakt duidelijk dat een jongen van tien in een bijzonder ingewikkelde wereld leeft. Met familie, vrienden, de omgeving van het dorp. School. De vader van Paddy gaat weg, aan het einde van het boek. Dan wordt Paddy uitgejoeld:

Paddy Clarke
Paddy Clarke
has no da
ha ha ha

Wederom geen tikfout. 'Da' is een verbastering van 'dad'. In het Engels wordt dat uitgesproken als 'dè', dus eigenlijk zou de titel moeten klinken als het Paddy Clarke hè hè hè. geen lachen, maar uitjouwen.

Laatst werd in het café het boek van Ted van Lieshout besproken waarin hij een jongen van twaalf een stem geeft die een relatie heeft met een meneer. Mijn meneer. In dat boek — ik heb het zelf nog niet gelezen — laat Van Lieshout in het midden of die relatie vervelend was of juist geweldig. Volgens een van de mensen aan tafel zijn dat de enige twee opties. Ik weet niet of je als schrijver een van de twee kanten moet kiezen. Ik ken de situatie niet. Daarover ging de discussie in de kroeg. Van Lieshout koos niet en dat heeft gevolgen voor het boek.

Dat boek ga ik nog lezen.

*

In oktober 2011 verscheen Jan van Mersbergens Naar de overkant van de nacht. De schrijver nam zich voor in 2012 niet aan een roman te werken. Voor De Revisor houdt hij een dagboek bij hoe hem dat af gaat, niet schrijven. Of beter gezegd: Niet aan een roman schrijven, want hij heeft opdrachten en lezingen genoeg, maar de ideeën zijn niet tegen te houden…

Geen reacties

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.