Autobiografische literatuur als uitdaging: Koch, Auster

Het objectieve subject

Dank & vervloekt, meneer Koch.

'Van een schrijver wil je eigenlijk niet weten hoe zijn adem ruikt. Of ook hij na twee keer blazen toch gewoon mee moet naar het bureau. Je wilt niet weten hoe zijn haar 's ochtends om halfacht zit, je bent niet wezenlijk geïnteresseerd in de exacte ingrediënten van zijn ontbijtje, in zijn vrouw, in het aantal kaarsen of roze gloeilampen op zijn schrijftafel - in zijn werkmethode, de uren die hij slapend of wakend of schrijvend doorbrengt.'

Precies mijn gevoel (met uitsluiting van die werkmethode). Het is een combinatie van gêne, ergernis (om de arrogantie, de gemakzucht om jezelf centraal te stellen) en ongemak. Het kan toch niet zo zijn dat schrijver, verteller en hoofdpersoon één zijn? Herman Koch verwoordt in zijn verhaal 'Schrijven & drinken' wat me tegenstaat aan autobiografisch proza. Het zal ten dele verklaren waarom ik delen van A.F.Th. van der Heijdens Tonio niet kon verteren (zie mijn stuk in De Revisor 2011-2), en waarom ik moeite had met het perspectief van Alsteins werk (eigen observaties, eigen familiegeschiedenis, zij het geen verhalen over hemzélf, wat het alleszins beter te verstouwen maakt), en met een groot deel van Kochs verhalen. Want bedankt voor de verwoording, meneer Koch, maar vervloekt dat u er dan vervolgens toch over uitweidt, over dat drankgebruik van u.

Maar zoals het hoort bij literatuur, doet Koch er vaak nog wel wat mee: hij zoekt de spanning op tussen zijn autobiografie en klinkklare fictie (de schrijver van Eten met Emma gaat vreemd met Hillary Clinton), overdrijft, verfraait, varieert (op Tolstoj: 'Alle volle stadions lijken op elkaar, elk leeg stadion is leeg op zijn eigen wijze.'), zoekt literaire effecten. Dit alles met als doel om te vermaken, een glimlach op te roepen. Maar interessanter vind ik het als je de effecten in de literatuur zelf zoekt, of kortweg zoekt, zoals Paul Auster dat doet in zijn memoir Winterlogboek. Hij thematiseert, speelt met perspectief, tergt de reikwijdte van zinnen, knijpt anekdotes tot fysieke details uit, zoomt in en blijft verrassen.

Vergelijk deze twee passages. Koch noemt de confrontatie met Marco Montanelli in het openingsessay van zijn 'verzamelde verhalen' Korte geschiedenis van het bedrog (waarin zijn enige Revisor-bijdrage, 'Tussen de mensen' (1983), ontbreekt), en in het verhaal 'Sadako wil leven'. Dus als het niet autobiografisch is, dan op zijn minst een terugkerende mythe.

'Marco Montanelli was eigenlijk veel sterker, en vooral een stuk dikker dan ik. Maar ik had hem in een greep waaruit hij niet zo gemakkelijk los kon komen. Hij lag op zijn buik, met zijn gezicht naar beneden, en met mijn vrije hand schepte ik de aarde in zijn mond naar binnen. Later die middag ging bij ons de telefoon. Mijn moeder nam op en knikte een paar keer ernstig terwijl ze mij aankeek. "Heb jij Marco aarde laten eten?" vroeg zij, nadat ze had opgehangen. Ik haalde mijn schouders op. "Marco's moeder zegt dat jij zijn overhemd hebt stukgescheurd en dat je hem daarna aarde hebt laten eten." "Ik heb zijn overhemd niet stukgescheurd," zei ik. Mijn moeder slaakte een diepe zucht. En thuis bleef het daarbij.'

Wat doet Koch? Hij vertelt de anekdote van zijn jeugdige verteller (zie, ik doe het al, ik maak onderscheid tussen de auteur en de ik, en dat is gewoon onzin) sec. Geen moreel oordeel, geen triomfantelijke toon (al meen ik dat wel te proeven uit zijn inschatting van de krachtsverhoudingen), korte sobere zinnen die geen spanning verraden, en de uiteindelijke reactie van de moeder als een onderkoelde grap brengen. Het is dan ook een bouwsteen van een verhaal waarin de jonge verhalenschrijver de confrontatie met zijn leraar zoekt. Die reageert namelijk wél furieus, al vermoedt de ik dat de leraar vooral wraak wil nemen op een eigenwijze opmerking in de klas.

Ik stel al niet meer de vraag of het waar is; Koch zelf suggereert in zijn essayistischer verhalen dat waarachtig volstaat. Toch zoekt hij de spanning op, en die spanning is alleen maar voluit te appreciëren als je weet waar de grens met fictie overschreden wordt. En dat vind ik nu een stomvervelende vraag, of de kleine Herman daadwerkelijk de kleine Marco in het stof heeft laten bijten, en/of zijn overhemd heeft stukgescheurd. Ik wil me daar niet mee bezighouden.

Dus ik doe het niet. Ik wil wel, met enige frisse tegenzin, kijken hoe een schrijver zijn autobiografie inzet. Want je zou je eigen geweldsautobiografie ook als uitgangspunt kunnen nemen, en dan gewoon beginnen. Auster, ruim geciteerd:

'Er waren vechtpartijen, uiteraard. Niemand komt zijn jongenstijd door zonder een paar, of veel, vechtpartijen, en als je terugdenkt aan de knokpartijen en confrontaties waarbij jij betrokken was, de bloedneuzen die je zowel uitdeelde als uitgedeeld kreeg, de stompen in de maag die je naar adem deden happen, de zinloze worstelgrepen die jou en je tegenstander languit op de grond deden belanden, dan kun je je niet één geval herinneren waarbij jij degene was die begon, want je vond dat hele vechten vreselijk, maar omdat er altijd wel ergens een pestkop in de buurt was, een hersenloze rabauw die je tergde met dreigementen, uitdagingen en beledigingen, waren er momenten dat je je verplicht voelde je te verdedigen, ook al was je de kleinste en zou je bijna zeker een pak op je donder krijgen. Je was dol op de pseudo-oorlogen van tackle-football en vlag veroveren, de schermutselingen rond het op de thuisplaat inglijden op de achtervanger, maar je verafschuwde echt vechten. Het was te zeer met emotionele gevolgen beladen, te heftig in de woede die het uitlokte, en zelfs als je je vechtpartijen won, stond het huilen je na afloop nader dan het lachen. De slaan‑ofgeslagen- worden-benadering van het onenigheden beslechten, verloor voor jou alle aantrekkelijkheid toen een jongen in het zomerkamp je aanviel door je vanaf de dakspanten van de hut te bespringen en jij uiteindelijk zijn arm brak toen je je verweerde door hem tegen een houten tafel aan te kwakken. Je was tien, en vanaf dat moment vermeed je het vechten zo goed als je kon, maar van tijd tot tijd viel er toch niet aan te ontkomen, minstens tot aan je dertiende, toen je er eindelijk achterkwam dat je elk gevecht met elke jongen kon winnen door hem een knietje te geven, door met alle kracht die je in je had je knie in zijn kruis te stoten, en dat het gevecht dan meteen, binnen enkele seconden, was afgelopen. Je kreeg de reputatie een “vuile vechter” te zijn, en misschien zat daar ook wel iets van waarheid in, maar je vocht alleen maar zo omdat je niet wilde vechten, en na een of twee van zulke knokpartijtjes, raakte het bekend en heeft niemand je ooit nog aangevallen. Je was dertien en had je voorgoed teruggetrokken uit de ring.'

De opzichtige verschillen: Austers ik is een jij, en daarmee zet hij zich tegelijk op afstand en in intiemere sferen. Auster bouwt lange zinnen, met opsommingen en bijzinnen, en daarmee vraagt hij meer van de lezer, en toch betrekt hij hem in het ritme, in de oorzakelijke keten. En: Auster laat niets gebeuren.

De echte verschillen: hier wordt niet toegewerkt naar een clou, maar schoongeschreven, gespeeld met de aandachtsspanne, de sympathie van de buitenstaander. Het is een ander soort spanning die Auster opzoekt, niet die met de werkelijkheid, maar met de lezer. Ook hier kan ik honderdmaal, en vaker - want van plot is geen sprake, clous ontbreken, het materiaal is alleen maar autobiografie - zeggen: wat doet die schrijver in mijn beeld, waarom moet me dit interesseren?

Maar dit is een uitdaging die ik aanneem. Dit is minder makkelijk, dit is minder grappig, dit is minder doelgericht, maar vooruit, schrijver, als jij het probeert, dan speel ik mee.

Of hoe een lezer, ondanks al zijn vooringenomenheid, liever serieus genomen wordt.

*

Daan Stoffelsen wil begrijpen hoe hij leest. Wanneer wordt een poging tot objectief lezen subjectief genieten?

Een voorpublicatie uit de nieuwe Auster is te lezen op Athenaeum.nl, mijn recensie van Kochs verhalenbundel staat op Recensieweb.nl.

Eén reactie

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog