Buiten de woorden

Het objectieve subject

Je prijst jezelf gelukkig dat je over sommige boeken geen recensie hoeft te schrijven. Omdat het te zuur zou uitvallen, of omdat je betwijfelt of je het boek helemaal begrepen hebt. Omdat ik daarvoor vreesde, heb ik K. Schippers nieuwste roman, Op de foto, onbevangen gelezen, zonder verwachtingen, deadlines of maximaal aantal woorden. En inderdaad, ik vermoed dat ik niet de gehele betekenis, de diepte van deze roman te pakken heb. Maar dit begrijp ik wel: Schippers speelt een spelletje met ons. Een spel met letters, zoals een kruiswoordraadsel, maar ook met onschuldige lezers, midden in een zin.

'Alles is er zo scherp vandaag, de speelgoedwinkel op de hoek, de broodjeszaak met die lekkere kroketjes, de geur is net niet aangebrand en dan het plein dat je over kunt steken.'

Deze zin ontspoort: 'alles' - 'de speelgoedwinkel' - 'de broodjeszaak', hoe bot of scherp kan dat zijn, maar je wilt wel aannemen dat de zintuigelijke ervaring overweldigend is. Maar dan een plein? Een plein dat scherp is, omdat je het over kunt steken? Het is als met deze zin als met het hele boek: je wilt het wel volgen, je gaat graag mee in het verhaal, maar op momenten drukt Schippers je op de feiten: je dacht dat het klopte? Het klopt helemaal niet, en als je terugleest, de rest ook niet. Of de rest juist wel?

Je móét wel actief lezen, op zoek naar een letter, buiten wat je ervan begreep.

Een schijn van precisie...

Even een basis leggen, zo zou ik dat in die recensie die ik niet hoef te schrijven ook doen: in Op de foto vragen twee toeristen een fotograaf een foto van hen te maken. Het blijkt een kunstfotograaf, Alain Dubout, en de wat eigenaardige compositie van de foto blijkt vintage-Dubout. Een van de twee toeristen stuurt het rolletje vast naar huis, naar het meisje dat op haar huis past en dat de foto's vast voor haar ontwikkelt. Ze grijpt haar kans, vergroot de foto uit en biedt hem ter veilig aan. Maar de foto blijkt een geheim te bevatten: op de achtergrond blijken bloemetjes in een alpenweide het getal 27 te vormen. Het is de 27ste foto in een reeks waarin Dubout een aantal van iets fotografeert en de corresponderende letter in het alfabet in een hoek noteert.

Maar wat is de 27ste letter? Het meisje, Yvette, gaat op zoek, en Schippers zet een reeks parallelle ontwikkelingen en motieven op: de veiling van de foto, een schoolklas die is aangestoken door het idee en 27ste letters ontwerpt, de toeristen die de foto tegenkomen in het veilinghuis, Yvette die Dubout ontmoet, zinsbegoochelende foto's en paraplu's, werkelijkheidsveranderende zinnen, de overgang van brabbeltaal naar echte taal bij kinderen...

En dan zou je de diepte ingaan, en zoeken naar de verbanden die Schippers meermalen suggereert. Je zou op zoek gaan naar wát het boek bedoelt, wat het betekent. Je zou kijken naar de poëticale, thematiserende uitspraken, hier maar voor het effect lukraak achter elkaar gezet:

  • ‘Het opduiken van jonge kinderen ergens waar je ze niet verwacht, midden in de taal. Femke moet er nog aan wennen. Ze blijft er soepel onder, het waait wel weer over, als het voorgoed speels is gemaakt. De wereld is al ernstig genoeg.
  • ‘“Praat hij voor eigen rekening?” vraagt John.
    “Net niet, soms wordt het officieel. Groot vakman, de hoofdzaak altijd verstoppen in bijkomstigheden.”’
  • ‘Hij zegt dat bij die schilders het oppervlakkige geheimzinnig wordt, net als bij Kafka.’
  • ‘Je kunt beter van een licht misverstand uitgaan, dat maakt het levendig.’
  • ‘Het geluk dat je ergens terechtkomt waar je geen deel van uitmaakt, dat er iets opdoemt en je hebt er geen enkele moeite voor gedaan.’
  • ‘Als ze aan Alain denkt, wordt elke omgeving verraderlijk gewoon.’
  • ‘Iemand heeft een krant laten liggen, de Herald Tribune, een lang stuk over een schrijver, hoe heet de man, Nicolson Baker, “de taal geeft de werkelijkheid een schijn van precisie”.’
  • ‘“...of van een gebouw op een plein...”
    “...wat geven die drie stipjes na dat plein eigenlijk weer?” vraagt Rob.
    “De stilte,” zegt Yvette, “hoor maar, ‘...’ dan wordt er niets gezegd.”
    “...zo van, je kunt iets zeggen en toch doe je het niet?”’

(Ga door naar af.)

Het zijn zinnen waarin tegenstellingen opgeheven worden. Ze bevatten een suggestie: als je goed kijkt, dan zie je het wel, parallel aan wat Dubout met zijn puzzelfoto's beoogt. Maar is dat alles? Is 'goed kijken' niet een wat magere uitkomst van zo'n analyse? Hier begint het pas. Tenminste, voor de lezers met een objectief oogmerk. Die gaan kijken, en dan duiden, beargumenteren, recenseren. Zulke lezers dienen ernstig te zijn - en dat woord komt 16 maal voor in dit boek, varianten van 'spel' (spelen, spelers, spelenderwijs) 25 maal. Schippers zoekt de botsing ook van die twee tegengestelde grootheden, bijvoorbeeld als Yvette aan Dubout toezegt die 27ste letter te willen zijn:

‘“Ik doe het voor je... ”t is toch maar een spel.”
“Goed... dan noem jij het een spel,” zegt hij ernstig.’

Letterspel

Niets is zomaar een spel. Wie niet ernstig speelt, heeft het spel niet begrepen - maar dat terzijde. Let wel: dit is een spel ín het boek, als je als lezer mee gaat zoeken naar kandidaten voor die 27ste letter, dan stel je je naast de personages op. Dan laat je alle afstand varen. Kom, we steken een plein over. Maar ja, wie bepaalt de regels? Schippers legt zich er niet op vast.

‘“Heeft u wel ’ns iets met letters gedaan?” vraagt Yvette.
“Wie niet, maar niemand is er ooit echt uitgekomen.”’

Moeten we ons laten ontmoedigen? Yvette doet het ook niet, ze reist Dubout achterna om de letter te vinden. Ondertussen wordt hij een ware rage bij de klas van haar neefje en nichtje. De juf laten ze hem tekenen. Nichtje Margriet komt met een x waaronder een o hangt, de oks:

‘“...en wat betekent het dan?” vraagt Rob terwijl ze naar de uitgang lopen. Hij houdt beschermend een hand op haar rug.
Dan door de slurf, “binnen of buiten, daar gaat onze nieuwe letter over, het is echt heel leuk, wat je ook leest, je bent op straat of in een zwembad, in bed of in een speeltuin...”
“... je bent binnen of buiten...” begrijpt Rob.
“...altijd... en zo kun je de oks gebruiken, laat je midden op een bladzijde met één letter binnen in buiten veranderen.”
“O, zo.”
“Het leest makkelijker... met de nieuwe letter weet je meteen waar je bent.”
“Als iemand nu in een auto buiten is?” vraagt Rob.
“Dan is hij binnen natuurlijk.”
“In een auto zonder dak?”
“Buiten, die verschillen maken het toch juist grappig?”’

En onwillekeurig ga je teruglezen en oksen zoeken. Neem die pagina met dat 'plein dat je over kunt steken'. Yvette is duidelijk buiten. Komt ze van binnen? Ja, en daar zit een witregel tussen. Is de witregel Schippers' 27ste? Of is het noemen van de 27ste genoeg? Dat klopt tweemaal op de pagina, eenmaal vóór en eenmaal ná het plein, maar daartussenin staat ook een keertje '27ste'.

K. Schippers, Op de de foto, pagina 49.

Of is de 27ste letter een paraplu? Een rode? Die komt wel telkens terug in het boek. Twee zinnen vóór de ontsporende pleinzin:

‘Ze loopt door de regen, haar rode paraplu soms niet eens boven haar hoofd, alsof de stralen er af en toe bij mogen horen, bij wat zich in haar hoofd afspeelt, mee mogen dansen, stukslaan op de uitbreiding van het alfabet.’

Een paraplu boven een hoofd, is dat een uitgebreide x boven een rondje?

Weet u hoeveel keer het woord 'paraplu' in het boek genoemd wordt? 26 keer. Maar wat ziet u in onderstaande afbeelding?

K. Schippers, Op de foto, pagina 101.

Ontsporingen

Dat is het spel dus, en ik speel mee. En u? (Hier staan de eerste pagina's voorgepubliceerd.) Wilt u dan even kijken hoe vaak Yvette haar paraplu nu kwijtraakt? Ondertussen blijf ik zitten met die ontsporende zinnen. Dat zijn zinnen die je meer naar buiten - of denkt u meer naar binnen? - brengen:

‘Ze gaat naar binnen, kijkt in de spiegel, begint ze te vervellen, aan de zijkant van haar neus.’'

Grammaticaal lijkt het allemaal te lopen, maar na die tweede komma wordt toch echt een vraag gesteld, en na die derde een bijstelling: de zin gaat een heel andere kant op. Dat kan, al is het niet gebruikelijk, maar liever gebruik je dan het vraagwoord, of leid je die vraag in met 'of':

  • ‘Veel Vlaamse gaaien, aan de kant van de weg hipt een vogel, z’n bol is zwart, een witte buik, hoe heet die nou.'
  • 'Hier heeft het harder geregend, overal plassen of heeft het water moeite om weg te stromen?’'

(Overigens geldt voor vragen als die naar vogels en vervellen dat Schippers ze wél beantwoordt, verderop in het boek.) Het is onzuiver, vervagend taalgebruik, geen precisie, alleen maar schijn. Het versterkt het gevoel van ouderwetsigheid, van truttigheid, dat Schippers zelfs bij de jonge Yvette en haar partner (in crime) Rob weet op te wekken. Neem ook deze zinnen:

  • ‘Ze doet het aan, over haar lange broek, haar zus kijkt vanaf de waranda naar binnen en weg is ze, dat je zoiets onthoudt.’
  • ‘In musea al die jaren iets van anderen mooi vinden en nu sta je er zelf op.
    “Het is niet waar,” zegt Jan.
    “Je ziet het toch.”’

Dit boek had qua toon in de jaren zeventig, dertig, twintig kunnen spelen - los van vliegtuigen en het noemen van digitale fotografie - en het effect op mij is dat de wereld van deze roman klein wordt, overzichtelijk. Overzichtelijk: er is een samenhang, iedereen is op zoek naar hetzelfde, als in een avonturenroman. Overzichtelijk: alles staat op de foto, als je maar goed kijkt.

Maar er is geen daverende finale met een held die de graal vindt. Er is geen alwetende verteller die alles aan elkaar knoopt. Er zijn zinnen als hierboven. Er is een buiten en een binnen, en niemand is er ooit uitgekomen.

Of hoe een oplettende lezer de puntjes gaat tellen van het beletselteken als de broodkruimels van Hans en Grietje, zijn ze er nog, oh daarbuiten.

*

Daan Stoffelsen wil begrijpen hoe hij leest. Wanneer wordt een poging tot objectief lezen subjectief genieten?

Eén reactie

Daan

Liliane Waanders zegt bij Hanta © als 27ste letter, vanwege de kwestie van authenticiteit en copyright: http://www.hanta.nl/hanta/2012/07/08/op-..

Daan, (URL) - 10-07-’12 10:09
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog