Interview Sarah Arnolds

Debutanten bij De Revisor

Komend nummer van De Revisor biedt ruimte aan een vijftal debutanten. We introduceren elk van hen door middel van een kort interview. Vandaag de laatste van het stel: Sarah Arnolds, van wie we vier gedichten publiceren. Twee andere kon u al op Revisor.nl lezen. 'Ideeën ontstaan in de avondwinkel, of tijdens het hardlopen, heel vroeg in de ochtend, als ik mensen tegenkom die verdwaald zijn na Sensation White en willen weten waar Almere ligt.'

'Ja, ik studeer aan de kunstacademie, maar de afstand tussen studie en publicatie is eigenlijk groot noch klein, omdat ik nooit iets schrijf omdat het moet voor school, maar het daar wel altijd als eerste laat lezen. We werken vooral in de poëzielessen bijna niet met opdrachten. Er wordt wel van je verwacht dat je elke keer iets hebt om te bespreken, dus dat houdt de productie hoog. Ook buikgriep is geen excuus om niet te schrijven, hebben we net geleerd.

De kunstacademie is niet de plek waar ideeën ontstaan. Die ontstaan in de avondwinkel, of tijdens het hardlopen, heel vroeg in de ochtend, als ik mensen tegenkom die verdwaald zijn na Sensation White en willen weten waar Almere ligt. Ik geniet van de triestheid van het alledaagse of van ongefundeerd zelfmedelijden.

Ik kan in mijn eigen hoofd beginnen, ik kan daar blijven. Maar de verhalen van anderen interesseren me het meest. Me inleven in de situaties van anderen, van mensen die een leven leiden dat ver van me afstaat, doet me veel betere dingen maken. Dat betekent niet dat het niet persoonlijk is wat ik schrijf. Personages in mijn gedichten hebben op het eerste gezicht niets met mij van doen maar uiteindelijk lijken ze toch bijna altijd heel erg op mij, al zie ik dat zelf soms pas als het al af is.

Ik schrijf traag. Of eigenlijk gaat het schrijven snel als ik eenmaal begonnen ben, maar dat beginnen - zo. Ik kan eindeloos prutsen, uitstellen, mijn inbox categoriseren. Niet zo’n uitzonderlijke manier van werken denk ik, maar ik probeer uit te vinden hoe het anders kan. Afgezien van dat tergende tempo ben ik uiteindelijk met bijna alles wat op papier komt tevreden. Ik blijf zo lang met zinnen en ideeën rondlopen en er in mijn hoofd mee schuiven, dat het in mijn hoofd al bijna af is, en het wel goed moet komen als het dan opgeschreven wordt. Waarschijnlijk zou ik al veel meer geschreven hebben als ik niet zo lang bleef broeden, maar op dit moment werkt dit voor mij. Bijna niets verdwijnt in de vuilnisbak.

De feedback op school is dan ook vooral bepalend voor losse woorden, kleine details die iets aan- of uitkleden. Ik ben toch vaak op zoek naar een soort helderheid in de manier waarop ik dingen vertel, het liefst geen woord te veel en geen woord te weinig. Vaak kan ik na het voorlezen in de klas al vrij snel bepalen of dat gelukt is, of het de indruk heeft achtergelaten waar ik op gehoopt had. Ben ik expliciet genoeg geweest of had ik wel wat meer los kunnen laten? Dat zijn leuke dingen om het over te hebben.

Ik lees nu Aliens in the Prime of Their Lives, een verhalenbundel van de Amerikaan Brad Watson. Ik heb alle verhalen al een aantal keren gelezen maar ik vind ze zo ongelofelijk goed dat ik elke keer maar weer overnieuw begin als ik het uit heb. Hetzelfde geldt voor Pulse van Julian Barnes, ook een boek met korte verhalen dat ik overal mee naar toe neem om te herlezen.

Natuurlijk lees ik ook poëzie, Anne Sexton, Charles Simic, Toon Tellegen, Menno Wigman, Raymond Carver, William Carlos Williams. maar op het moment dat ik aan het schrijven begin lees ik even geen gedichten meer - het leidt me af, en ik ben bang dat het me te veel beïnvloed. Ik kan er zo van onder de indruk zijn dat ik me af ga vragen of ik het zelf nog wel kan, iets waar ik niet aan moet denken als ik wil schrijven. De dingen die ik zelf schrijf behandel ik het liefst als hele korte verhalen, met een kop en een staart en met personages, soms met een ik, die naar de supermarkt fietsen, die deuren tegen elkaar willen dichtslaan - ook als daarvan in het uiteindelijke gedicht niets blijkt.

Dat klinkt gek hè, maar gedichten zijn nu de vorm die ik kies om zo’n verhaal te vertellen. Dat puzzelen met klanken en lettergrepen en dat het dan uiteindelijk klopt, maar niets inlevert aan die helderheid of wat ik wil dat er staat, doe ik heel graag. Dat is leerzaam.'

Eén reactie

imsook Yoo

wat goed! alsof je in d’r kopje zit.

imsook Yoo, - 02-07-’12 21:41
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog