, 03 Augustus 2012

500 à 1000: Uitzicht

Urenlang wilde ik niets liever dan in de auto zitten, terug naar huis. Maar nu het zover is, ben ik nog steeds niet weg uit dat restaurant, van die tafel. Ook omdat Dirk, met zijn blik op de weg, maar doorratelt over die kerel waar hij mee in gesprek was. Iemand van de ondernemersvereniging. Aardige kerel. Dat ik hem niet herkende.

Ik moest bij ze gaan staan, om mezelf te bevrijden van het uitzicht op Eline en haar vriendin, Natascha, die elkaar appeltaart voerden. Vorken naar elkaars mond, lippen er omheen, tergend langzaam de vork er weer uit. Tanden langs metalen tanden. Kippenvel tot op mijn vingers. De middelvingerblik van Eline toen ze mij zag kijken.
Alsof ik ze niet ‘accepteer zoals ze zijn’.
Ze namen een grote slok bier en daarna bracht Natascha het laatste stukje van haar appeltaart naar de open mond van Eline, die haar lippen om de vork sloot, en mij weer aankeek.
Zie je dat, mam?
Dezelfde blik als de laatste keer bij haar opa, toen ze tegen mijn verzoek in Natascha had meegenomen. Ze hadden nog maar zo kort met elkaar. Nog korter dan nu. Maar ze wilde haar vriendin per se meenemen.
Maar je weet toch hoe hij is.
En hij mag weten hoe ik ben!
Trots, schaamte, jaloezie; ik wist niet goed wat ik voelde. 
Maar mijn vader was rustig toen de twee aan zijn bed stonden. Hij keek naar zijn kleindochter zoals hij vroeger deed wanneer ze bij hem op schoot zat. Vertederd, trots. Hij knikte bij het zien van de vriendin en gaf ze allebei een knipoog. De bijbel op het boekplankje was hij vergeten.
Zie je dat, mam?

...

Kijk ze nu eens zitten, die twee. Naast elkaar tegen de autodeur, achter Dirk. Samen op één helft van de achterbank. Hun handen bij elkaar op schoot, aan de stand van hun schouders te zien. Ze zoenen.
Aan de andere kant van de achterbank droomt Steffi weg door haar raampje. Haar gezicht licht op door passerende auto’s. Ik had met haar te doen vanavond; zonder vriendje, en de hele avond naast die twee aan tafel. Ze deed haar best niet op haar grote zus te letten. Gelukkig had ze wat aanspraak met Dirks broer, die naast haar zat.
Eline en Natascha moeten lachen om iets wat ze zien op het mobieltje dat ze samen vasthouden. Steffi drukt haar voorhoofd tegen het raampje, haar rug nu helemaal naar hen gekeerd.  Gaan jullie nog iets doen vanavond?
Ze kijken elkaar even aan en halen hun schouders op. Na vluchtig oogcontact via de binnenspiegel zegt Eline: Weten we nog niet.
En jij Steffi?
Even naar het dorp, zegt ze zonder opkijken. Denk ik. 
Ze lachen weer om de telefoon. Zoentje tussendoor. Nog een.
Tijd om af te koelen. Ik druk op de knop en het raampje waar ze tegenaan zitten gaat omlaag.
Wie doet dat? krijst Eline. Ze kruipt nog dichter tegen Natascha aan.
Sorry schat.
Het raampje gaat langzamer omhoog dan omlaag. Tegelijk mijn eigen raampje omlaag, een beetje.
Deze moest ik hebben. Sorry, sorry.
Helemaal niet, roept Eline, vanuit de nek van die ander. Dat deed je gewoon expres. Kutwijf!
Eline, zegt Dirk, die in de binnenspiegel oogcontact met haar zoekt.
Steffi zegt niets en kleeft weer met haar voorhoofd tegen het raampje, knieën nu opgetrokken, armen gekruist.
De blik van Eline als ik me even omdraai. Zo kon haar opa mij ook aankijken. Zij heeft die blik nooit gezien, alsof hij in Natascha gewoon een jongen zag. Maar bij het afscheid nemen, Natascha was al omgedraaid, was er dat handgebaar van hem. Eline moest nog dichterbij komen. Oor bij mond.
Leuk meisje.
Op dat moment voelde ik vooral spijt. Spijt dat ik hem vroeger niets durfde te vertellen. Hij mag weten hoe ik ben.
Precies zoals Eline zei. De rest zouden we dan wel zien. Het leek zo makkelijk, nu ik het voor me zag.
Toen ze de kamer uit waren, schoot ik vol. Spijt, ja. Jaloezie, natuurlijk. Maar ook trots. Dappere Eline.
Met veel moeite tilde hij zijn arm op. Eeltige vingers kromden om mijn kin. Een stevige greep.
Hij voelde mij rillen.
Al die jaren met Dirk. En pa mocht hem niet eens.
Zijn hand bewoog niet toen mijn tranen op de rug van zijn hand vielen, op zijn knokkels. Geluiden van diep, ze kwamen omhoog, niet te stoppen. Ook niet met mond en ogen dicht.
Vroeger zou ik de kamer uitrennen, de overloop op, naar de badkamer. Om vanaf het deksel van de pot te smijten met toiletrollen, te schoppen tegen de douchemat. Ik zou het gesnik dempen met een lege wc-rol in de mond.
Nu bleef ik zitten. Hij mocht mij horen.

...

Vijf minuten na mij stapt Dirk in bed. Het grote licht kan uit. Welterusten. Het straktrekkende van de deken, de rug die naar me toe draait. Er zou iemand tussen ons in passen.
Nog niet in slaap vallen. Naar het plafond kijken. Ogen laten wennen aan het donker, alles zien.
Zestien. Zonnen in het gras. Al de hele middag bij haar, naast haar, op dezelfde grote handdoek. Deze hele strook gras voor ons alleen. Ze slaapt. Ongestoord naar haar kijken. Zo vaak en zo lang mogelijk mijn adem inhouden, niets missen. Het geluid als ze uitademt. Opletten dat ze niet verbrandt, dat hebben we afgesproken. De vakantie is bijna voorbij en ze is te bruin om nog echt te kunnen verbranden. Alleen voor haar borsten moet ze oppassen. Voor die mooie, zachte borstjes die zo rustig meedeinen op haar ademhaling.
Ademen. Hetzelfde ritme.  
Dirk slaapt, hij is verder weg dan ooit. Zijn rug is een metershoge heg.
Zachtjes kreunen kan, achter de heg is iemand aan het snurken.

*

Naast poëzie en beschouwend proza brengt De Revisor nu ook nieuwe fictie exclusief online. Een kort verhaal in 500 à 1000 woorden, dat vragen we debutanten, én gevestigde auteurs. Geen column, geen blogpost, geen dagboeknotitie: fictie, op een voor internet geschikte lengte.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog