Optreden

Een jaar zonder roman

Na het verschijnen van mijn laatste roman heb ik veel voorgelezen op literaire avonden. Voorlezen uit een roman is problematisch. De spanningsboog is te groot, de opbouw is langzaam en dwingend en niet te missen, en eigenlijk zijn alleen losstaande passages of anekdotes overdrachtelijk te krijgen tijdens voorleesavonden. Vanaf november zocht ik naar een manier waarop ik mijn tekst toch bij het leespubliek kon brengen, vanaf een podium. Niet schrijven, maar optreden.

Lange tijd ontweek ik voorlezen uit romans. Ik las alleen stukjes van mijn website voor. Die stukjes hebben een korte spanningsboog, zijn kort en hebben doorgaans een minieme clou. Meestal helemaal geen clou. Die stukjes gaan meer over ritme en sfeer. Ze gaan over Amsterdam, over vissen, fietsen, wandelen, over treinreizen, over het park, speeltuinen.

Mijn roman speelt tijdens het Venlose carnaval. Omdat in het boek de Venlose liedjes heel belangrijk zijn – flink wat regels uit de liedjes komen in de tekst terug – had ik in het voorjaar het plan om de liedjes te gebruiken bij het voorlezen. Organisatoren van literaire avonden vroegen me of ik de muziek mee wilde nemen. Dat wilde ik niet. De Venlose liedjes zijn heel specifiek, het dialect is moeilijk te verstaan en de deuntjes maken de mensen in het noorden aan het wiegen en lachen. Kortom: de afstand tussen het publiek en de liedjes is te groot, de sfeer komt niet over. Wat ik wel deed was een selectie van teksten uit de roman maken, en als er dan een liedje kwam dan las ik het refrein of ook een couplet voor, als gedichten. Dat werkte goed. Ik las in Rotterdam, Utrecht, Groningen, en ik kreeg reacties als: dat is poëzie. Dat is mooi.

Bij festivals deed ik iets anders. Ik vroeg Frans Pollux, de bekende Venlose schrijver, journalist, muzikant en liedjesschrijver, of hij de liedjes wilde spelen als ik moest voorlezen. Om en om fragmenten uit het boek en liedjes. Frans begeleidde zichzelf met zijn gitaar. Op die manier kon hij de nadruk leggen op de tekst en op de melodie en kwamen de teksten van de oude Venlose liedjes perfect over, en daarmee de sfeer van het Carnaval waar ik me in Venlo ieder jaar in onderdompel.

Dat was uit te bouwen. Eerder al had ik opgetreden met blaoskapel D’n Heiten Haspel, tijdens de Nach van ‘t Limburgs Leed in Venlo, in een mooi zaaltje achter het Americain Hotel en in café de Locomotief. De fragmenten die ik daar las waren echter te lang. De nadruk lag nog te veel op het voorlezen. Met de muziek erbij moest de sfeer centraal staan. Als er een paar mensen in het publiek zijn die de liedjes kennen, dan wordt het een feest. Dan beperk ik mijn voorleesteksten tot het minimum en verander ik in een spreekstalmeester. De liedjes laten de roman leven.

Lowlands gaf ons die kans. Ik stelde het festival voor op te treden met de blaoskapel. Dat vonden ze een goed idee. De jongens van D’n Heiten Haspel vonden het een geweldig idee. Negen jaar geleden zijn ze begonnen, en nu als eerste Venlose blaoskapel op Lowlands. Het nieuws ging snel rond, de spanning werd opgebouwd, we repeteerden, en afgelopen editie mochten we spelen in een tent met 240 stoelen en achterin banken, rechts een bar. Het was bloedheet. Het was heel spannend. Het was schitterend. De blaoskapel speelde, een andere bekende Venlose zanger – Lex Uiting – zong een nummer mee, ik las hele korte stukjes en praatte daarmee de liedjes aan elkaar. Al bij het eerste nummer zat niemand nog op zijn stoel, het kleine dansvloertje dat we gemaakt hadden door een paar stoelen weg te halen was vol, de sfeer van de Venlose Vastelaovend was er.

Het is heel moeilijk zo’n optreden in te schalen. Ik was daar niet als literair schrijver. Ik was daar als schrijver van een boek dat wortelt in de Venlose Vastelaovestraditie. Mijn roman is mijn bijdrage aan Carnaval. De jonge muzikanten van D’n Heiten Haspel spelen de oude liedjes om dat zij ook een bijdrage willen leveren aan het feest. Dit optreden ging vooral over trots. We voelden de trots van de mensen die in de tent dansten en zongen; hun feest was nu op een groot muziekfestival. Door sms'jes en bemoedigende berichten vanuit Venlo voelde we de trots van de stad. Daar leefden de mensen ook mee. Zelf waren we trots dat het gelukt was.

Het optreden op Lowlands sterkt mij in het idee dat een roman meer kan dan alleen lezers bereiken. Als een boek meer is dan alleen een persoonlijk verhaal en werkelijk door de mensen omarmd wordt omdat de ziel van een feest of stad, of wat voor gebeurtenis of lokatie dan ook, in de tekst zit, dan gaat het boek een compleet eigen leven leiden. Dan komt er een meerwaarde en van daaruit levert dat weer een andere meerwaarde op. Dat kan geen doel zijn tijdens het schrijven. Het is iets dat kan gebeuren en als het gebeurt, dan geeft het veel voldoening.

De aanblik van zanger Jeroen Engels na afloop van het Lowlandsoptreden zei voldoende. Zijn ogen waren groot, zijn handen trilden, hij kon het niet geloven. De samenkomst van hun muziek, de hitte, de sfeer, de mensen in de tent die zich overgaven aan het moment, en de trots was enorm. Ik vertelde dat hij zeker vier dagen moest bijkomen. Ik ook.

* 

In oktober 2011 verscheen Van Mersbergens Naar de overkant van de nacht. De schrijver nam zich voor in 2012 niet aan een roman te werken. Voor De Revisor houdt hij een dagboek bij hoe hem dat af gaat, niet schrijven. Of beter gezegd: niet aan een roman schrijven, want hij heeft opdrachten en lezingen genoeg, maar de ideeën zijn niet tegen te houden…

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog