Het jaar zit erop / Plannen

Een jaar zonder roman

Op 1 oktober 2012 ging ik in de ochtend aan mijn werktafel zitten en begon ik te tikken aan een nieuwe roman. Ik heb het jaar vol gemaakt en ben niet meer te houden. Al schreef ik maar 200 woorden, ik moest en zou ze die dag schrijven. Voor het slot van deze reeks pak ik de plannen erbij, die zich de afgelopen maanden ontwikkeld hebben.

In de werkbeursaanvraag voor het Letterenfonds – namen zijn veranderd in xxx en andere gevoelige informatie is vervangen door (...) – staat:

‘xxx leidt een wild leven, tot hij op een ochtend zijn negenjarige zoon naar school ziet lopen. De relatie met de moeder strandde en hij heeft de jongen heel lang niet gezien. Hij is groot geworden, net zo blond als xxx vroeger was. Op dat moment besluit xxx weer contact te zoeken met de jongen. Ondanks tegenwerking stemt de moeder in en na een wenperiode ziet Igor zijn zoon wekelijks een paar uur.

Heel voorzichtig bouwen vader en zoon een band op. xxx probeert zijn oude leven achter zich te laten. (...) Hij wil een goede vader zijn, een voorbeeld. Een veilige haven. Hij pakt zijn rol als vader heel serieus op. Waar komen die vaderlijke gevoelens vandaan? Is het sentiment? Is het louter de verbondenheid? Het bloedverwantschap? Is het liefde? En hoe uiten die gevoelens zich? Of doet zijn zoon xxx denken aan zijn eigen vader, die ook vaak afwezig was?

Al handel je uit liefde, de consequenties zijn niet allemaal te overzien. De kern van dit verhaal richt zich op de keuzes die een mens vaak zonder weloverwogen afweging maakt en de gevolgen daarvan. Hoe komen dit soort besluiten tot stand? Vanuit ervaringen, een vaag gevoel of een onbekende impuls? Een mengeling hiervan? Een ander thema is vrijheid en gebondenheid. xxx ontsnapte in eerste instantie zelf aan zijn gezin (...) en legt zich nu aan banden, en daarmee ook zijn zoon.’

Het verhaal van de vader en de zoon heb ik al een tijdje liggen. Toch mist er nog iets. In een document dat ik in augustus schreef staat:

‘Deze roman gaat over de liefde, over het bij elkaar komen en onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken zijn, over niks anders. Met een onuitwisbaar slot. Man en vrouw. Wat moet ik met die zoon? Ik ben de verteller en xxx is een vrouw die ik uit het uitgaansleven van een tijdje terug kende. Affaire, heftig, alles. Ik heb een zoon van bijna negen en woon op een etage, zorg voor hem. Hij heet xxx. Vrouw en ik kennen elkaar tien jaar. Dit uitwerken, die tijd. Hoe kom ik in Zuid-Frankrijk? Waar we de feesten opzochten in een haventje. Ieder jaar krijg ik nog de uitnodiging, zo ook dit jaar. Plan: daarheen gaan. Maar dan alleen als de vrouw echt mee gaat, als zij echt wil en alles laat gaan, voor de ik. De spanning zit daar in, zeven maanden. Pfff.

Het gaat over die gekmakende trillende verliefdheid, het uitstellen van elkaar zien, het onmogelijke, de liefde die in je lijf zit. Ontsnappen daaraan kan niet. Die passie en die opzet moet ik volgen. Gaan! Dat is pas ontsnappen en het volgen daarvan is mooi, maar als dat mis gaat – juist omdat ik wil blijven en het risico uit de weg ga - laat ik haar achter met het grootste verdriet. Hoe kom ik daar?

Beginpunt: Verteller gaat op pad en haalt vrouw op, liefde. De vraag is: komt ze haar afspraak na of niet. Kiest ze voor mij? Blijkt: ze is er, ze gaat mee op reis, vliegtuig in, en dat weekend is de basis van de roman. Dat is de tegenwoordige tijd. Alles wat daarvoor gebeurd is tussen de twee vertel ik tijdens de reis. Dat haal ik terug.’

Verwarrende tekst, laatste idee klonk goed. Ik had eerst een plan over een man en zijn zoon, en een vrouw moet een rol spelen, de liefde tussen hem en de vrouw moet ook in het boek. Hoe is dat te combineren? In augustus werd dat een beetje duidelijk. Ik koos voor de vrouw die mee op reis gaat, niet voor de zoon.

Maar...

In die eerste week van oktober schreef ik 3.000 woorden die weer heel anders zijn. Ik ben opnieuw begonnen. Nu heb ik een beginscène geschreven waarin de nog naamloze ik-verteller al in de eerste zin het woord neemt en zich richt tot een zaal vol mensen. Hij gaat een act doen. Wat die act is kan ik helaas niet verklappen. Wat er in die eerste scène gebeurt wel. Hij ontmoet de vrouw voor het eerst, in die tent. We zijn zeven maanden voor het vertrek naar Zuid-Frankrijk waar het verhaal – de liefdesaffaire – zich afwikkelt, waar het epische slot plaatsvindt.

Weer een andere opzet dus, en die veranderingen hebben alleen te maken met het begin van vertellen, het kiezen van locaties en het kiezen voor handelingen boven actie. Als de verteller alles wat die zeven maanden gebeurd is tussen hem en zijn geliefde terug moet halen in het vliegtuig of aan een strand of tijdens een etentje in een Zuid-Frans haventje, dan voorzie ik een stroperige tekst in de verleden tijd waarin details lastig te verpakken zijn. De ik-verteller moet alles op het moment zelf meemaken, alles wat de liefde tussen hem en de vrouw boeiend en verwarrend en mooi en ellendig maakt.

Dus.

Voor het schrijven trek ik nu een paar maanden uit en dan hoop ik de eerste versie af te hebben. Ergens in het voorjaar heb ik hopelijk voldoende lef deze versie aan de uitgevers voor te leggen.

 *

 In oktober 2011 verscheen Van Mersbergens Naar de overkant van de nacht. De schrijver nam zich voor in 2012 niet aan een roman te werken. Voor De Revisor houdt hij een dagboek bij hoe hem dat af gaat, niet schrijven. Of beter gezegd: niet aan een roman schrijven, want hij heeft opdrachten en lezingen genoeg, maar de ideeën zijn niet tegen te houden…

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog