, 05 Maart 2013

Berlijn II

'Boeken in het Nederlands tellen niet mee'

Je moet dit jaar zien als een dans, zeg de dame van het kunstprogramma als ik aankom in Berlijn. Jij bent de man en jij moet aangeven hoe we gaan dansen.
Opvallend dat de directrice poëzievertaler is. Bij de DAAD zijn beeldend kunstenaars, componisten en filmmakers te gast. En schrijvers die geen poëzie schrijven natuurlijk.
Je kunt een jaar alleen maar schrijven of meedoen aan programma’s, festivals. Ik ben amper aangekomen, moet ter plekke verzinnen wat ik de rest van het jaar ga doen.
Let’s dance, zeg ik. Te gast in Berlijn ben je maar eenmaal. Schrijven kan ook op een hutje in de hei. En ik ben van het nieuwsgierige type.

Na een paar weken komt de eerste uitnodiging. Een boekpresentatie op een bijzondere locatie. Gelieve op een bepaald tijdstip voor de lift te staan in een flatgebouw naast de Tiergarten. De uitnodiging is strikt persoonlijk, er zijn maar een paar plaatsen.
Op de tiende verdieping van het Hauses Eden ligt de PanAm Lounge. Piloten en stewardessen van de vliegmaatschappij dronken er hun cocktails in between flights toen West Berlijn nog een eiland was. De lounge heeft uitzicht op het aquarium van de Zoologischer Garten en het centrum aan het einde van de Kurfürstendamm. Op het dak van een lagere flat liggen naakte mannen op strandstoelen rond een zwembad: Duitsland en zijn Frei Körper Kultur.
De PanAm lounge is niet veranderd sinds de jaren zeventig, met zijn bruine tapijten, oranje lampen. Op de negen-en-een-halve verdieping is de PanAm suite, een luxe kamer.

Het boek dat gepresenteerd wordt heet Die Köpfe der Hydra van Cécile Wajsbrot, die drie jaar eerder te gast was. De directrice leest de Duitse vertaling, de auteur een pagina uit het Franse origineel.
Voorafgaand spreekt er een man over een gedicht van Paul Celan. Baanbrekend nieuws, de interpretatoren zijn er over uit dat een bepaalde verwijzing in het gedicht betekent dat Celan in hetzelfde flatgebouw is geweest.
De directrice heeft het boek verzorgd en de vertaling geredigeerd. De uitgever zit naast me en heeft er niets mee gedaan.
Rumoer in het publiek. Men wil meer originele tekst horen en minder vertaling.

Na afloop staan we op het balkon. Auto’s cirkelen rond het Europa-Center. Het is donker boven Berlijn.
De diners zijn het moeilijkst, ook het voorgesteld worden. Een vrouw vraagt me hoeveel boeken ik heb gepubliceerd. Een bundel vertaald in het Frans, zeg ik. En vier in het Nederlands.
Ze kijkt me meewarig aan en buigt zich naar me toe, alsof ze een belangrijke raad geeft: ‘Books in Dutch don’t count.’

Het omgekeerde van heimwee heet Fernweh. Ik haat het moment dat terwijl je juist aan het verlangen weg te gaan hebt toegeven wordt teruggewezen op waar je vandaan komt.
Books in Dutch don’t count. Boeken in het Nederlands doen er niet toe. De vrouw is bezig een boek met teksten van John Cage te bezorgen bij Suhrkamp en zit in de selectiecommissie van het kunstprogramma.

Al schreef ik in een taal die alleen maar door honderd analfabetische eskimo's werd verstaan, al zouden alleen een paar chagrijnige bloggers poëzie lezen, dan nog, en ik schrijf dit zonder een greintje masochisme, lijkt me zaak dat je teksten worden uitgegeven in de taal waarin ze zijn geschreven. De rest is – nee niet weer Tonio Kröger van Thomas Mann, Erik – ‘potsierlijkheid en ellende’. De rest is alleen maar ijdelheid en vertoon.
Een dichter zei tegen me dat hij pas bestaat sinds hij een bundel in het Engels vertaald kreeg. Ik kon hem moeilijk geloven.
Ik zal niet zeggen dat ik het onbelangrijk vind, vertalingen, het is ook nodig om te reizen. Maar je met vertalingen bemoeien betekent bezig zijn met je eerdere werk en niet met het nieuwe. Dus het is hoe dan ook secundair. Zelfs al schrijf je in een taal die blijkbaar niet meetelt.

De directrice vertaalt poëzie uit het Wit-Russisch. Haar man komt daar vandaan.

Boeken in het Nederlands tellen niet mee, zegt iemand me in Berlijn. En ik kan het niet helpen me toch even Calimero te voelen tussen alle mooi aangeklede en opgedirkte mensen in de PanAm Lounge.

Had ik dan voor een tweede Franse dichtbundel moeten gaan en niet mijn aandacht besteden aan het helpen vertalen van Faverey en Van Dixhoorn?
Nee.

Misschien is het helemaal niet erg.

Boeken in het Nederlands tellen niet mee. Waar wij schrijvers en redacteuren de hele dag mee bezig zijn, speelt geen enkele rol. Het is gewoon niets.
Eigenlijk is dat alleen maar heel goed. Het is vederlicht, van geen betekenis.

‘De wereld heeft mij failliet verklaard. Het is een geschenk van God en niet van de maatschappij,’ zong Ramses Shaffy.

Wij tellen niet mee. Wij zijn ontslagen van enig belang. Wij zijn vogelvrij.

___________________________________

(foto: Bosz de Kler) 

Erik Lindner verbleef in 2012 in Berlijn als stipendiaat van het Berliner Künstlerprogramm van de Deutsch Akademischer Austauschdienst (D.A.A.D.) Hij hield er voordrachten, werkte aan zijn eerste roman en leerde de stad van binnen uit kennen. In deze rubriek noteert hij zijn indrukken van de nieuwe Duitse hoofdstad. Dit was de laatste column over Berlijn.

Alle columns in deze reeks: Berlijn IBerlijn IIBerlijn IIIBerlijn IV, Berlijn VBerlijn VIBerlijn VIIBerlijn VIIIBerlijn IXBerlijn X, Berlijn XIBerlijn XII.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog