Verlatenheid, eenzaamheid, vernietiging

Het objectieve subject

Ik ben een sentimenteel man, en ik heb soms het gevoel dat me dat een minder criticus maakt. Een aantal schrijvers die ik zeer waardeer, kunnen onverschrokken sentimenteel op het pathetische af zijn. Jaap Scholten, Paul Auster. Daar worstel ik dan mee. Want als het op stijl aankomt, kan het me niet kaal genoeg zijn.

Toen deze week Henri van Boovens bestseller uit 1904, Tropenwee, letterlijk op mijn pad kwam (waarover later meer in mijn wandelzinnenessay in Halfjaarboek 6), dacht ik me in die laatste opvatting gesterkt. Pathetische troep, doorstaat de vergelijking niet met dé boeken voor dit moment, van Sebald, Cole, en zelfs tijdgenoot Nescio. En nu herlas ik ze. Au.

'Alles was zóó hel van zon verlicht, dat de dingen er gedeeltelijk door vernietigd schenen.'

Maar ik liep dus tegen Henri van Booven (1877-1964) aan. Tropenwee is zijn debuutroman, gebaseerd op zijn Congolese herinneringen. Het was een enorm succes, schrijft Sander Bink op Rond1900.nl, en bij het Louis Couperusgenootschap (Van Booven is Couperus' eerste biograaf), en beleefde vele herdrukken. Ik ben het boek gaan lezen, via de DBNL. Het is verdomde warm in dit boek, en de zon brandt fel, al op de boot naar Congo toe:

'Tegen twaalf werd de hitte ondraaglijk, velen kwamen niet aan tafel, enkelen trokken boosaardig vloekend of verbijsterd starend door de gangen onder in het schip, waar het donkerder was, en waar het licht niet kwellen kon, het vreeslijke zonlicht, dat tot radeloosheid tergde, dat niet op de dingen scheen, maar er onverbiddelijk doorheen joeg.'

Dat laatste beeld is wel mooi, niet erop maar erdoor, maar dan moet je wel al flink wat emoties verstouwd hebben, verpakt in bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden. Erg beschrijvend, niets verhullend proza. Maar wat me vooral dwars zat was dat Van Booven het niet nalaat om telkens te benadrukken dat deze reis gedoemd is. Sierra Leone:

'Jules was aan wal gegaan, hij had er gewandeld langs een stijgenden weg, aan weerskanten acacia's en banana's, daaronder hutten en kraampjes, waarin negers en altijd lachende negervrouwen hunne vruchten, gebakjes, en koekjes en meerdere zoetigheid verkochten, en hij was in zeer nauwe, geheel verlaten straatjes geweest, meestal ongeplaveid, hij liep er op kalen rotsgrond of over zeer puntige keitjes zooals hij die ook in Las Palmas had gezien. En heel geheimzinnig had een wonderlijke beklemdheid hem bevangen, toen hij een oogenblik op de helling stil stond in een straatje, dat uitzag op een tuin waarvoor een lage, roodachtig geel gepleisterde muur. Boven dien muur uit zag hij zeer nabij de reusachtige, zeer breede, lichtgroene bladeren van banana's waaronder de kolossale vruchten die begonnen te gelen al. Bij een ijzeren hek, niet veraf, groeiden een tweetal stekelige agaven, achter hem stond een huis van steen, dat hooger dan de andere houten gebouwen was, de blinden waren gesloten, de deur stond aan, maar het scheen toch ganschelijk verlaten. Alles was zóó hel van zon verlicht, dat de dingen er gedeeltelijk door vernietigd schenen. Hij kon niet lang kijken naar al dit nieuwe, telkens voelde hij neiging zijne oogen half te sluiten.'

Als iets 'heel geheimzinnig' gebeurt, is het grootste mysterie er al vanaf, denk ik dan, maar dat geldt zeker voor de verlatenheid, de helheid van de zon, de vernietiging. Er gaat niet gelachen worden in dit boek, dames en heren.

Eenzaamheid, van Nescio's grasland...

Twee aannames:

  • Ik hoef niet verder te lezen dan pagina 200 om weinig enthousiast te zijn over de Nederlandse Heart of Darkness.
  • Ik zal dit soort expliciete stemmingdrukkerij, het uitdrukkelijk benoemen van emoties nooit tegenkomen bij mijn eigen literaire helden.

Of die eerste aanname ook nog onderuitgehaald gaat worden, zullen we zien. Maar die tweede bleek uiterst twijfelachtig toen ik voor dat essay stukken ging herlezen. Laten we met een oude held beginnen. Als aan het slot van het eerste deel van 'Buiten-IJ' de vooravond valt, luidt het zo:

'Om vier uur werd de zon heel laag, groot en rood en zonk koud en glansloos achter een loods in de haven van Amsterdam. Eenzaamheid kroop op uit 't grasland buiten den dijk, tegen 't oosten; aan 't eind ervan lag een poel met bruin riet aan de kanten, de verlatenheid zelf.'

Wat een zon toch al niet vermag (zie ook mijn blogpost over Oek de Jongs Pier en oceaan). Ja, die opkruipende eenzaamheid, de verlatenheid zelf, passen in een verhaal dat elders vooral hemelshoog juicht. Maar als Nescio het verhaal toch had laten werken met sterke beelden als deze:

'Een tuintje naast een huis was omgespit, de natte zware aardschollen glommen dof. Er was een laag hegje omheen van hagedoorn, de zon scheen daarop. Een man spitte 't laatste brok. Zijn kiel was lichtblauw, van voren was er een vierkant donker stuk ingezet.'

(Heeft er iemand al een proefschrift geschreven over Nescio en de zon? Me dunkt dat er meer zon dan Bavink in zijn oeuvre zit.)

Hier kruipt geen eenzaamheid uit op, maar veel meer.

... tot Sebalds aankondiging en Cole's menigten

'Buiten-IJ' is nauwelijks een verhaal te noemen, tenminste, er gebeurt niet echt wat. Zeker het eerste deel, 'Ontdekking', waar ik nu steeds uit citeer, is meer een uitgebreide impressie, een evocatie van de verpletterende indruk die de natuur en de wereld buiten de stad maakt op een groepje stadsjongens. Dat legt Nescio ook expliciet uit in het nooit-gepubliceerde tweede deel van de tekst. 'Buiten-IJ' wil niet een verhaal zijn als Titaantjes, De uitvreter en Dichtertje - en dus mag je andere eisen stellen.

Zo relativeer ik mijn kritische overwegingen weer een beetje. Van een roman verwacht je natuurlijk meer. Maar als de schrijver zijn boek zo begint, dan is de toon wel gezet.

'In augustus 1992, toen de hondsdagen op hun eind liepen, begon ik aan een voettocht door het Oost-Engelse graafschap Suffolk, in de hoop te kunnen ontsnappen aan de leegte die zich in mij uitbreidde nadat ik een tamelijk omvangrijk werkstuk had afgerond. Tot op zekere hoogte ging die hoop ook in vervulling, want zelden heb ik mij zo vrij gevoeld als bij dat uren- en dagenlange voortwandelen door de vaak slechts dunbevolkte landstreken achter de zeekust. Maar aande andere kant geloof ik nu dat er een kern van waarheid zit in het oude bijgeloof dat bepaalde ziekten van geest en lichaam zich bij voorkeur in ons nestelen onder het teken van de Hondsster. In elk geval moest ik na mijn tocht niet alleen vaak terugdenken aan die heerlijke ongedwongenheid, maar ook aan het verlammende afgrijzen waardoor ik herhaaldelijk was overvallen wanneer ik de sporen van vernietiging zag die zelfs in dit afgelegen gebied tot ver in het verleden teruggingen.'

Er gaat niet gelachen worden in dit boek, dames en heren. In tegenstelling tot Van Booven blijft W.G. Sebald in De ringen van Saturnus het niet benoemen, hij laat die sporen van vernietiging voor zich spreken. En je leest door, gedreven door de stijl van Sebald en door de bizarre verhalen die hij in een verlaten landschap oplepelt - om in grote voldoening én somberheid het boek dicht te slaan.

Dat is een overeenkomst met Open stad (Open City), het boek van de Nigeriaans-Amerikaanse schrijver Teju Cole dat vorig jaar in vertaling verscheen. Een andere overeenkomst is dat ook hier wandelingen de roman aan elkaar knopen, en dat de zinnen net zo aaneengeschakeld zijn als die van Sebald.

'Als ik door de drukkere delen van de stad wandelde, kreeg ik meer mensen onder ogen dan ik gewend was in de loop van één dag te zien, honderden of zelfs duizenden meer, maar het effect van die ontelbare gezichten deed niets af aan mijn gevoelens van verlatenheid; het maakte ze zo mogelijk alleen maar erger.'

Hup, daar is hij weer: de verlatenheid. Maar het is hier geen vanzelfsprekendheid, als bij die poel van Nescio, we zijn hier onder de mensen. Plus: Cole draait de volgorde van Sebald om, hij begon met concrete zaken, met straten, de vlucht van vogels, internetradio met klassieke muziek. Alles ademt eenzaamheid, maar nergens staat het woord eenzaamheid.

Maar niettemin: ook hier kan de schrijver de verleiding niet weerstaan, ook hier denkt hij dat de beelden niet voor zich spreken. Ook hier wordt de lezer voorgeschreven iets te voelen. En dat terwijl juist de beelden blijven hangen. Bij Nescio die natte zwarte aardschollen, bij Sebald de militaire installaties en de lege villa's, bij Cole de metro en het spookachtige beeld van een demonstratie.

En de eenzaamheid, die blijft ook hangen. Door die beelden of doordat hij door de tekst heen benoemd wordt?

Ik ben er nog niet uit.

N.B. Cole's kaalheid zou in een trend passen, zeggen onderzoekers naar emotiewoorden, maar als Amerikaans boek is het dan weer opvallend onsentimenteel. Interessant onderzoek.

*

Daan Stoffelsen wil begrijpen hoe hij leest. Wanneer wordt een poging tot objectief lezen subjectief genieten?

elf reacties

sander

Ik zie dit nu pas. Leuk dat je Tropenwee las/probeerde te lezen! Ik begrijp je bezwaar, maar dien daar meteen aan toe te voegen dat mijn positieve leeservaring die van de eerste druk is. Bij en vanaf de tweede druk voegde Van Booven steeds meer toe, waardoor het boek sterk aan kracht inboekte en gooide de tekst ook steeds om, wat niet echt hielp. De eerste druk telt net 200 blz. Helaas is de eerste druk nogal zeldzaam en nimmer herdrukt. Binnenkort verschijnt er, leg laatste hand aan, een boekje waarin uitvoerig over Van Booven. Misschien aardig.

sander, (URL) - 07-08-’13 20:05
Daan

Beste Sander, dank voor je bericht! Ik heb de DBNL-tekst gelezen, dus… de derde druk. Ik ben benieuwd naar je boek. Laat je het me weten? Dan vermelden we het op deze pagina ook, en zal ik het onder de aandacht van mijn Athenaeum-collega brengen.

Daan, (URL) - 09-08-’13 15:07
Sander

Beste Daan,

Geen dank. Het betreft : http://www.louiscouperus.nl/actviteiten/..

Sander, (URL) - 10-08-’13 17:43
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog