Pijn in perspectief, circus direct en klankeffecten. Over literaire bevallingsscènes (3)

Het objectieve subject

Vorige aflevering in deze essay-begeleidende blogreeks citeerde ik uit uitgebreid uit boeken van A.P. Tsjechov, Kristien Hemmerechts, Rosan Hollak, Anna Enquist en Heleen van Rooyen. Ik wierp de vraag op of je over baringspijn kon schrijven zonder het woord 'pijn' te gebruiken. Ook op Facebook trouwens, waar Richard de Nooy improviseerde:

‘De schoppen / klappen / diepe stoten / explosies / mortierinslagen / bliksemschichten / opsodemieters van de barensweeën’

En Fleur Speet aanvulde:

‘... dat er iets gebeurde wat niet kon; een totaal uit elkaar gescheurd worden, een sadist in een heftruck die steeds opnieuw over me heen reed zodat de ballon wel moest knappen en alle brij eruit zou spatten: alles moet kapot en als het niet gaat dan doe ik het godverdomme zélf wel’

Goed, we kunnen dus zonder dat woord, maar in de literaire scènes die ik vond, blijkbaar niet. Uit het romandebuut van collega Gustaaf Peek, Armin:

‘- Wat? Waarom? Wat is er aan de hand? Het doet zo'n pijn. [...] Zeg me wat er is!
Ze legde een arm om Anna's schouders, hield een hand in haar hand. Ze voelde het trillende lichaam verkrampen. Te veel pijn.
[...]
Anna ademde en perste. Pas later zou ze beseffen hoe hard de jonge vrouw in haar handen had geknepen. Ze kneep terug, tot haar vingers dezelfde hitte voelden. Hetzelfde verlies.’

En, om nog eens collega te citeren:

‘Ze denkt aan het moment dat de pijn zich samenbundelde en hij geboren werd. Het was niet een soort pijn die ze kende, van een schaafwond, van wanneer je je stoot, van een verdoving bij de tandarts. Die spuit die in je gehemelte prikt. Het was groter dan pijn.’ (Jan van Mersbergen, Zo begint het (2009))

Ik ben dit vraagstuk (namelijk: welk idioom is stilistisch mooi en effectief voor baringspijn) ingegaan vanuit de veronderstelling dat literatuur beter werkt als iets getoond wordt (en niet beschreven). Én vanuit de ervaring dat de meeste emotiewoorden (verdriet, rouw, ziekte, liefde) weinig specifiek zijn en door de algemeenheid ervan elke interpretatie door de lezer tegenhouden. Dat lijkt bevestigd te worden door Van Mersbergen: 'pijn' volstaat niet. Maar een alternatief dat even schoon en scherp is, is er niet zo snel te vinden - het oud-Nederlandse 'wee', het poëtische 'smart'?

Bovendien - en nu klap ik even uit de school - merkte collega Peek afgelopen redactievergadering op: show, don't tellis een principe dat sterk afhankelijk is van perspectief. Zijn summiere beschrijving van een bevalling is daar een goed voorbeeld van: het gaat niet om de bevallende Anna, het gaat om de verpleegster die terugknijpt - zij is de vertelster en hoofdpersoon. Zij is niet onderdeel van het ademen en persen, die bekijkt en beschrijft. En passant vindt Peek wel een synoniem ('de hitte'), en weet hij met dat terugknijpen de intimiteit niettemin terug te halen in dit verslag op afstand.

Maar, en Zo begint het laat dat goed zien, 'pijn' is een beperkte term. Van Mersbergens hoofdpersoon is zich daarvan bewust. We hebben het ermee te doen.

Film en circus en directheid

Een eerdere Facebookpost leverde me ook Hans Münstermanns 'joekel van een bevallingsscène' (volgens Peter Buwalda) op. Hij is inderdaad pagina's lang, en hij volgt de bevallende vrouw.

‘Het plafond spreidt zich boven haar uit als het witte doek waarop alles zichtbaar zal worden. Het lijkt of iedereen deze geboorte zal zien en meemaken. Roerloos ligt zij op bed. Ze ziet de handen die haar lichaam zullen aanraken. Handen die klaar zijn om het leven vast te pakken. In haar buik is de rust definitief verstoord. Je zou kunnen zeggen: haar kind is op weg gegaan om zijn moeder te verlaten. Ze is nu helemaal helder en hoopt dat het snel zal gaan. Dat het leven ineens tevoorschijn komt, zoals een kind van een glijbaan omlaagsuist. Maar ze weet dat elke centimeter bevochten moet worden. Het moet heel precies en geduldig gebeuren, zucht voor zucht, stapje voor stapje, als de koorddanser op zijn slappe koord. Ze voelt hoe langzaam haar lichaam zich opent, en hoe met de ontsluiting van haar lijf de pijn groeit. Pijn die haar doet zuchten en kreunen en grommen.’

Het schijnt uiterst realistisch te zijn, maar wat mij vooral opvalt, is dat het zo indirect is. Münstermanns helderheid is er een van een uittredende vrouw: ze hoopt, ze weet, ze voelt, ze presenteert een beeld van de bevalling waar ik naar kijk. Dat kan natuurlijk anders: ‘Ze is nu helemaal helder. Laat het snel gaan. Laat het leven ineens tevoorschijn komen [...] Maar elke centimeter moet bevochten worden. [...] Langzaam opent haar lichaam zich, met de ontsluiting van haar lijf groeit de pijn.’

Wat verliezen we bij zo'n herschrijving? Ritme? Het onderscheid tussen hopen, weten en voelen?
Wat winnen we? Directheid. Dit heeft niets met perspectief te maken, maar met een alomaanwezig vertellersperspectief. Mogen we in godsnaam af en toe het gevoel hebben níét te lezen? Mogen we beleven?

Ik doe Münstermann niet geheel recht. Zijn stijl wordt wel intenser en directer als we de slotfase van de uitdrijving naderen:

‘De barenswee overvalt haar nu met al zijn macht. En de koorts, met alle aan stukken rijtende waanzin van iemand die elke controle verliest. Clark Gable wordt verzwolgen in dit dolgedraaide kraambed. Hij met zijn glimlach. Dit hier gebeurt echt. Dit is geen grap. Dit hier is de hoogste ernst die er bestaat. Niemand kan deze pijn verzachten. Geen ster. Geen film. Geen circus. Haar vrouwelijkheid wordt uit elkaar gescheurd.’

Dit is beter, korter, directer, ernstiger, vreemder.
Toch: wat moeten we met de film- en circusbeelden? En hoe moeten we frases als 'aan stukken rijtende waanzin', 'verzwelgen' en 'uit elkaar gescheurde vrouwelijkheid' serieus nemen? Nogmaals: het mag realistisch zijn, dat overschreeuwen, maar ik lees het als pauzemuziek, in afwachting van de geboorte van de hoofdpersoon. Het is een serieuze poging, maar in effect is het niet anders dan het nieuwsbericht van De Gaulle en de opdringerige journalist bij Mulisch' De ontdekking van de hemel: we kijken weg, en hop: ‘De ooievaar is geweest!’

Dwarsverbanden: de oorlog

Zo'n stapel vergelijkbare scènes roept dubieuze reflexen op. Je gaat categoriseren en terugkerende motieven zoeken - om de verschillen te benadrukken. Perspectief bijvoorbeeld: een derde persoonsperspectief levert bij de drie heren hierboven totaal andere teksten op. Het eerste persoonsperspectief van Hemmerechts en Van Royenlevert ook twee totaal andere scènes op. Intimiteit, intensiteit is niet gegarandeerd.

(Probleem bij de vergelijking: geen bevalling is hetzelfde.)

En natuurlijk geven vergelijkingen een algemene deler, maar dat versimpelt literatuur tot documentatie over de bevalling. Bijvoorbeeld: bij de verwachting van nieuw leven kijkt de dood vaak om de hoek. De oorlog zelfs. Zo, dat is bijna alweer een cliché. Een lijstje:

  • Bordewijk: ‘De zieke deed niets dan snel verwelken, gelijk een bloem in gifgas.’
  • Münstermann: ‘Maar ze weet dat elke centimeter bevochten moet worden.’ (het beeld wordt overigens nog meermalen opgepakt in de tien hieropvolgende pagina's)
  • Enquist: ‘Verbijsterd en verslagen had zij alles ondergaan. Op het laatst was ze ervan overtuigd dat ze op de verlostafel zou sterven.’
  • Van Royen: ‘Het bewoog niet.
    Ik sloot mijn ogen.
    Het was dood.
    Ik leefde.
    Het was goed zo.
    Hij of ik — hij was het geworden.’

Instructief hoor, dat herschikken van die citaten. Niet voor de overeenkomsten. Nee, je ziet de perspectiefverschillen(van alwetend via personaal naar ik), de stijlverschillen. En je hoort de kwaliteit van Bordewijk. Lees maar voor: ie-ie, è-è, g-gg. Scherp naar het graf. (Münstermann is te kort geciteerd, maar zie hierboven: geen klankeffecten beoogd. Enquist: ver-ver, ver, ver, ven. Van Royen: bewoog, sloot, ogen, dood.)

Ik dwaal af. Nee, oorlog, geweld, het mag realistisch zijn, maar ik blijf er niet bij, als Hollaks aanstaande vader: ‘Dit kon niet, het kon niet, het kon niet. Kruipend op handen en knieën. Echt bizar. Het werd een cadans, een ritme. De woorden begonnen zich in mijn hoofd vast te zetten. Di-ko-ni-di-ko-ni-di-koni. Goede beat.’

In mijn volgende blog, komende maand: wat is er gesneuveld? Vermoorde liefjes en een bronnenlijst.

twee reacties

Lucy Arts

Uit de dagboeken van Anaïs Nin is ooit een keuze verschenen; ik moet het boek hebben maar kan het niet vinden… i.i.g. staat daarin een bevalling beschreven als het resultaat van een te late abortus. Die scène zat me 20 jaar terug, toen ik hem las, zo brakend op en onder de huid dat hij me nog scherp bijstaat.
Ik zal nog even verder zoeken en de beschrijving oppikken. Proberen. Maar iemand anders mag ook een poging doen.

De passages van Münstermann zijn zonde van het papier. Vind ik.

Met vriendelijke groet, Lucy Arts

Lucy Arts, - 09-11-’13 17:11
Daan

Beste Lucy,

Over Münstermann zijn we het eens, denk ik. Het contrast met de fragmenten van Hemmerechts, Peek, Hollak, is enorm. En ik ben erg benieuwd naar Nin. Het kan niet meer mee met het essay, maar ik zou het graag opnemen op mijn blog over de dingen die het essay niet meer gehaald hebben.

Dank, alle goeds,

Daan

Daan, (URL) - 13-11-’13 11:21
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog