Hemd

Feuilleton: Hoe we licht meten II

In de kantine kom ik Hedwig tegen. Hedwig onderzoekt de morele betekenis van intenties. Ik vraag haar wat ze van mijn overhemd vindt.
‘Prima, gewoon een leuk hemd. Netjes.’
Ik kijk teleurgesteld.
‘Een prima hemd, niks mis mee. Hoezo, moet je ergens naar toe?’
‘Ik heb bezoek. Van een meisje.’

‘Een meisje nog wel.’
‘Een vrouw, weet ik het.’
‘Ik plaag je. Je ziet er goed uit. Heel aantrekkelijk. Maak je geen zorgen.’
'Dank je.' Ik draai me om en stoot mijn scheenbeen tegen de tafelpoot.
Ze lacht en loopt de keuken uit. ‘Succes mop, ik hoor het morgen wel.’

Als ik terugkom, staat ze bij het raam te roken, de zon schijnt op haar haar. Ik geef haar een beker koffie, me heel bewust van de ruimte tussen ons. Lichamen zijn onhandiger dan woorden, preciezer ook, ze tonen altijd meer dan we willen. Ze vertelt dat ze die ochtend bijna het vliegtuig miste omdat haar trein vertraging had. Toch was ze op tijd, we wonen in uren uitgerekend helemaal niet zo ver van elkaar. Haar geschreven Engels is vlekkeloos maar als ze spreekt, kan ik horen waar ze vandaan komt.

Ze wijst naar het schilderij met de paarden dat naast de boekenkast hangt. 'Als kind heb ik veel paard gereden. Toen ik ging studeren, stopte ik ermee.'
‘Iemand maakte dat voor me toen ik voor het eerst opgenomen werd.’ Het gebeurde alweer bijna dertig jaar geleden. Ik was net afgestudeerd en ik wilde met mijn handen werken. Een vreemde uitdrukking, alsof alleen de handen werken en niet het hele lichaam – ik wilde juist met mijn hele lichaam werken. Ik wist nog niet wat ik na de zomer zou doen, ik wilde er niet over nadenken, ik vond dat ik even genoeg nagedacht had en wilde het studeren van me afschudden. Maar ik kon geen werk vinden op het land, dus ik ging naar het huis van mijn ouders om zoals ieder jaar sinds ik vijftien was op de bank in de naburige stad acceptgiro’s te sorteren. Mijn collega’s op de bank plaagden me met mijn graad in de filosofie, door het raam van de bus zag ik het gras iedere dag geler worden. Alles leek precies als het jaar ervoor. Terugkijkend waren er voortekenen; in het voorjaar voldeed ik aan mijn verplichtingen maar er gebeurde verder niets dat mijn aandacht trok, de studie maakte me niet enthousiast zoals eerder, ik had voor het eerst in jaren geen vriendinnetje. De dagen waren inwisselbaar.

Terwijl ik praat maakt ze aantekeningen, wat me ontroert, alsof je dit niet gewoon kunt onthouden. Ze neemt af en toe een slok koffie, haar gezicht blijft geconcentreerd. Misschien kom ik in een verhaal terecht, het lijkt me prettig om op die manier bewaard te worden. Er valt een schaduw over haar hand en ze kijkt op, ziet dat ik naar haar kijk.

*

Vanaf begin november verschijnt er wekelijks een deel in Eva Meijers tiendelige feuilleton 'Hoe we licht meten'. In het komende halfjaarboek verschijnt een op het feuilleton gebaseerd kort verhaal. Lees deel I.
Dit project wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog