Betekenis

Feuilleton: Hoe we licht meten III

Langzaam dikten de dagen in, werden ze taaier, stroperiger. Ik kreeg moeite met opstaan, terwijl ik al veel sliep. Mijn moeder zei dat ik naar de huisarts moest. In de wachtkamer deed ik alsof ik de krant las. Ik had het gevoel dat de andere mensen aan me konden zien dat er iets mis was. De huisarts, die me al mijn hele leven kende, vond het niet nodig om onderzoek te doen. ‘Het is je leeftijd. Komt vaker voor. Je moet in beweging blijven. Je ziet bleek, het zou je goed doen om vaker buiten te zijn. Doe je aan sport? Misschien is tennis wat voor je.’ Thuis vermeed ik mijn ouders en liep ik meteen door naar boven, waar ik in bed ging liggen en naar de posters keek die daar al zeker tien jaar aan de muur hingen.

Parallel aan de dagen dikten mijn gedachten in, met toenemende snelheid, tot ik op een ochtend niet meer in staat was om op te staan. Mijn moeder deed de gordijnen open, ik had de kracht niet ze dicht te doen, maar het licht deed pijn. Ik kon haar niet vertellen wat er gebeurde. Wat me het meest overviel was het verlies van betekenis, ik was eraan gewend dat de dingen betekenis hadden. Na twee dagen kwam mijn vader met me praten. Hij keek serieus. Ik moest aan mijn toekomst denken, ze hadden me altijd met liefde gesteund, maar ik moest nu op eigen benen gaan staan, ook financieel. Als het werk op de bank niet geschikt was, konden ze natuurlijk meedenken over iets anders. Ik kon alleen nog maar huilen. Hij belde de huisarts, die herhaalde dat het mijn leeftijd was, dat ze niet te zacht voor me moesten zijn. Mijn ouders waren zachte mensen.
Het werd steeds erger. Ik kon niet meer slapen, liep ’s nachts uren door die kamer, kreeg pillen om te slapen, spaarde ze op.’

Iemand klopt op de deur. Ze schrikt en laat de gele beker met koffie vallen. Hij breekt als hij de grond raakt, de koffie vormt een volmaakt ronde plas naast haar schoenen. Hedwig steekt haar hoofd om de deur. ‘Heb jij misschien een nietapparaat?’ Ze kijkt naar mijn bezoeker, stelt zich voor, stapt in de koffie.
‘Hedwig komt uit Duitsland,’ zeg ik, terwijl ik haar het nietapparaat overhandig en de gang op dirigeer. Op de wc haal ik een paar papieren handdoekjes. Als ik de kamer weer in kom, vraag ik of het wel gaat. Ze neemt het papier van me over en dept de koffie op. ‘Met mij gaat het goed.’
‘Wil je een nieuw kopje koffie? Het geeft niet hoor, dat die beker kapot is, alle bekers hier zijn oud.’
Geïrriteerd schudt ze haar hoofd. ‘Misschien is het goed om het nog even over dat stuk van jou te hebben. Ik wil vanmiddag graag de stad in, nu ik er toch ben.’ Ze glimlacht. ‘Misschien wil je wel mee? Ik was van plan om naar het museum te gaan.’

*

Vanaf begin november verschijnt er wekelijks een deel in Eva Meijers tiendelige feuilleton 'Hoe we licht meten'. In het komende halfjaarboek verschijnt een op het feuilleton gebaseerd kort verhaal. Lees deel I en II. Dit project wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog