Nieuwe zaadjes. Over literaire bevallingsscènes (4)

Het objectieve subject

De zetproef is gecorrigeerd, het essay is af. Nee, het is nooit af. Ik moest me beperken tot een paar fragmenten, en sommige onderwerpen zijn niet aan bod gekomen. Het gesprek dat ik had met de schrijver die worstelde met zijn autobiografisch geïnspireerde bevallingsroman. De paar ongecompliceerde bevallingen in de literatuur. De veel grotere aantallen afgrijselijke verlossingen. De ogen van artsen en verloskundigen, en wat ze zien. Dood en ziekte rond geboorte. Vaders op de gang vanaf Tsjechov via Haasse en Brouwers naar Hollak. Slapstick. Enkele aanzetten tot nieuwe essays en blogs.

1. Geen pijn en geen problemen

Ik klus bij door voor mijn verloskundigenpraktijk mooie bevallingservaringen op te schrijven. Tevredenheid domineert de verhalen, en niet de pijn (een hoofdonderwerp in het essay dat nu naar de drukker gaat). Of dat door de uitmuntende verloskundige begeleiding is, het slechte geheugen of door zelfscensuur, dat weet ik niet, maar feit is dat de ongecompliceerde bevalling een enkele keer ook in romans tegenkomt. Bij Jan Wolkers is de bevalling in Brandende liefde (1981) zo gepiept, en bij Arjan Visser in Paganinipark (2009) ook, het kindje 'glijt' er letterlijk uit. Zijn het expliciete verwerkingen van een bredere impliciete stroom in de (Nederlandse) literatuur (en lectuur - streekromans kunnen er ook wat van) waarin de bevalling een voetnoot is, in een bijzin wordt weggestopt, of gaat het hier om pleidooien voor een minder angstige verloskunde?

2. Autobiografie en zelfcensuur

Zelfcensuur is een belangrijke motivatie, maar ja, hoe kom je erachter? En wat zit erachter? Ik sprak de eerste auteur van een roman die een gehele bevalling moet bestrijken. Van Philip Snijders Verloskunde zijn al twee fragmenten bij De Gids verschenen, dus misschien dat er al een versie van het boek was dat me kon helpen bij mijn essay. Nog niet. Hij schreef me dat hij ermee worstelde. Hij legde het me uit bij de koffie: zijn eigen ervaringen, of eigenlijk die van zijn vrouw, bij de bevalling van hun dochter, waren de inspiratiebron. Maar ook zijn angsten en zijn twijfels, en hoe moet hij die nu aan hen uitleggen?

Toen sprak ik een jonge schrijfster, die een bevalling in haar romandebuut wilde schrijven, maar er nog nooit een heeft meegemaakt. Ik dacht: hoeveel van die scènes zijn er gesneuveld, uit onmacht? Van der Heijden, Brouwers, Zwagerman, Giphart verwerkten hun ervaringen vrij direct in hun werk. Wie kon er niet om zijn schroom heen? En wat zegt dat over die romans, over die auteurs? Of moeten we het uitbreiden naar een gesneuvelde-scènestuk, of -bijlage (heeft de vorige redactie dat niet al eens gedaan?).

3. Annunciaties

In de groslijst voor dit essay kwamen ook scènes die vanuit het perspectief van de arts of verloskundige waren geschreven. Hemingway bijvoorbeeld, met een provisorische bevalling in 'Indian Camp'. Of Belcampo's 'Bladzijde uit het dagboek van een waarnemend arts', waarin een reusachtige boerenvrouw onverwacht bevalt van een tweeling ('Deze onverwachte mededeling — ik had hem in mijn praktijk al meerdere malen gedaan — heeft veel van de Annunciatie.'). De hilarische, ranzige beschrijving in Kees 't Harts De keizer en de astroloog ('De bevalling was een verbijsterende ramp, een bloederig slagerstafereel.'). De indrukwekkende opening van David Mitchells Nederlandse Japanroman The Thousand Autumns of Jacob de Zoet. Menno Lievers, De val van Hippocrates. Het slot van Nelleke Noordervliets Vrij man.

Ze zijn er niet ingekomen, op een fragment uit Gustaaf Peeks Armin na, dat uit het perspectief van de verpleegkundige is geschreven. Maar daar zit het aanknopingspunt voor een nieuw essay. De roes van de moeder blijkt daar besmettelijk, overgedragen te worden op die verpleegkundige. Of apotheker, in het geval van Thomas Rosenbooms Publieke werken: 'In droomachtige vertraging daalde het mes neer, vredig als een duif, en gedurende die onwezenlijk lange glijvlucht vroeg hij zich van allerlei in alle kalmte af.' En zelfs zonder die besmetting is er de professionele concentratie. En die botst weer met de relativerende afstand die artsen zoeken. En dat alles heeft weer parallellen met varianten van het lezerschap, van Anthony Mertens' koortslezen, magneetlezen, jurylezen. Ja, dit is een goede kandidaat voor een opvolgessay.

4. Doodgeboorte en kraamkoorts

De bevalling is een van de eenvoudigste schrijverstrucs om een personage te introduceren en er tegelijk een af te voeren. Het siert Harry Mulisch dat hij in De ontdekking van de hemel er nog een coma omheen heeft gebouwd. Veel van de arts-bevallingscènes lopen slecht af, maar ja, daar zijn moeder en kind natuurlijk patiënten en passanten. De beste bevallingsscène die ik las, en die een prominente plek heeft gekregen in het gedrukte essay, is van Kristien Hemmerechts (zie deel II van deze reeks). Doodgeboorte. Net als die scène bij Tsjechov die ik in datzelfde blog, en ook in het essay citeer en bespreek. Hemmerechts eindigt zo: 'Het is erg stil.' Dit essay zou over stilte gaan. Stilte en eenzaamheid.

5. Vaders

Tsjechovs Olga ziet dat haar man zich tijdens haar weeën 'eraan wende binnen te komen, lang bij het raam te staan en weer weg te gaan'. Hij is niet de enige half-aanwezige vader. Jeroen Brouwers heeft rondom dat gegeven zijn hele romandebuut geschreven, Joost Zwagermans Tomaatsj heeft het omgekeerd en doorgedrukt. Rosan Hollak schrijft haar verhaal vanuit de vader in spe. Maar ook Hella S. Haasse schrijft een scène vanuit dat frustrerende perspectief. In Het woud der verwachting:

‘Stilzitten kon hij niet; hij liep heen en weer, stootte een vensterluik open, keek naar buiten; aan de horizon was al een grijze lijn zichtbaar, de voorbode van morgenschemering, hanen kraaiden in Blois en verder weg, bij de boerenhoeven op het land. Ergens begon een klok te luiden; die klank bracht de jonge man weer tot het besef van wat er daarginds achter de gesloten deur gebeurde; hij vluchtte naar de kapel op de binnenhof van Blois. Op de vergulde kandelaars van het altaar brandden kaarsen; in de duisternis van de na-nacht scheen het verlichte altaar een eiland van vrede en veiligheid.’

Net als bij Tsjechov en Brouwers wacht de vader op de dood, ditmaal van zijn echtgenote. Het wachten en de stilte, het werken en het leven, dat contrast. Misschien moeten essay 4 en 5 samengevoegd.

6. Gêne

En dan druppelt er nog materiaal binnen dat ik eerder had willen lezen, dan had het vast een plekje gekregen. Want schrijven over pijn zonder 'pijn' te noemen? Sanneke van Hassel kan het. 'Naar de film', in Torpedo 2007.3. De weeënstorm: 'Niet weggaan, niet weggaan! Na een kwartier weet ik niet meer hoe ik moet liggen. Ik kronkel en roep mijn vriend dat hij haar weer moet bellen.' De weeënopwekkers en de aanmoedigingen: 'Ik krijg een injectie waardoor de weeën toenemen. Het golfslagbad. De mensen om mij heen roepen. Ik ben een sportwedstrijd.' De dreigementen: '"Als je nog een keer doet wat je net deed, dan zet ik een knip en haal ik hem eruit," roept Van Rumpt.' En de geboorte: 'Als een snottebel glipt het eruit.'

Nee, Van Hassel roept niet, zoals Hemmerechts, de intensiteit van de bevalling op, ze schrijft heel documentair (Torpedo was dan ook een non-fictietijdschrift) maar heeft ook oog voor de slapstick, voor de gêne. Dat zou een heel ander essay hebben opgeleverd, want dan heb je het niet alleen over de pijn en de eenzaamheid, maar ook over het sociale element. En als we dan toch doorassociëren, dan komen we uit bij dat andere hekele literaire thema.

Ik schreef voor Recensieweb een blogpost over seks en literatuur, in het bijzonder over wat schrijvers daarover zeiden in The New York Times. Edmund White zei daar: 'Don’t try to make sex scenes pornographic, since that will make them formulaic in actions and language, and unbelievable. Include all the incongruent, inconsequent thoughts and amateurish moves. Most sex is funny, if we accept Henri Bergson’s definition of humor: the failure of the body to perform up to the spirit’s standards, or the resistance of the material world to the will’s impulses.'

Al zegt Geoff Dyer in hetzelfde stuk, en ik neig naar diezelfde ernst: '[S]ex, if it’s going well, is not comic. Even when it’s going badly, i.e., not going at all, it tends to be embarrassing rather than funny. Because having sex with someone for the first time is a leap into another reality.'

Maar dat is weer een ander verhaal.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog