We tekenen een landkaart in de lucht

Feuilleton: Hoe we licht meten V

We lopen langs de Thames. De lampjes in de platanen zijn aan, op het zand aan de oever beneden liggen twee zwanen met hun hoofd tussen hun vleugels, de man met de boeken is al aan het inpakken. Ze kijkt of er iets tussen zit, een aandenken.
‘Hij heeft alleen slechte boeken.’
Ze negeert me, doorzoekt twee dozen met boeken, daarna een met ansichtkaarten. Triomfantelijk houdt ze een vergeelde kaart omhoog. Het is een foto van een vuurtoren, met de groeten uit Beachy Head.
Op een bankje kijken we naar de mensen. Een vrouw die een kinderwagen met twee hondjes voor zich uit duwt, zwaait naar ons, een man met een kerstmuts op zijn hoofd wenst ons een fijne avond. De joggers zien niets. Als een toerist de weg naar het station vraagt, stuurt ze hem met overtuiging de verkeerde kant op.

‘Zo komt hij nooit bij Waterloo Station,’ zeg ik.
‘Hij merkt het vanzelf.’ Ze lacht, kijkt dan serieus. ‘Ik heb in tijden niet zo’n leuke dag gehad.’
‘Ik ook niet.’ Het is alsof de dag buiten het doorlopen van de andere dagen valt. Alsof we hem cadeau hebben gekregen, alsof hij ook nadat hij voorbij is netjes naast de tijd zal blijven liggen, misschien lichtgevend.

Tijdens het eten in mijn favoriete curryrestaurant vertelt ze over het boek dat ze aan het schrijven is over haar oma. Haar oma was een onuitputtelijke bron van ouderwetse spreekwoorden. ‘Waar het komt is het toch donker,’ zegt ze over de onappetijtelijke substantie van de curry. En als ik vertel over mijn ex: ‘Een mens takt wat af in zijn leven’. Als we opstaan, vraag ik wat haar oma zei als het niet goed met haar ging. Ze lacht en geeft me een por. ‘Dat gaat wel over voor je een jongetje wordt.’

We drinken bier in een pub, omdat zij vandaag toerist is, en als die om elf uur sluit, lopen we door de donkere stad naar haar hotel. Ik heb vaker ’s avonds laat door de stad gelopen, als ik niet kon slapen maar ook beter niet in huis kon blijven. Beweging is onderdeel van het regime dat de ziekte me oplegt, ik loop drie keer per week hard. Verder drink ik weinig alcohol, ga ik op tijd naar bed, eet ik gezond; het is belangrijk om het leven zo gelijkmatig mogelijk te laten verlopen. Ze knikt instemmend. ‘Ik moet voor iedere uitzondering betalen.’ Op het forum hadden we het hier ook over maar we lopen nu naast elkaar als echte mensen en we moeten alles opnieuw vertellen. De stad beweegt om ons heen als een machine en wij lopen tussen de wielen door zonder goed te zien wat er gebeurt, omdat we naar elkaar kijken, en soms naar de grond, om niet te vallen.

Een paar straten voor het hotel bukt ze zich naar iets bij de stoeprand. Pas als ze het optilt en in het licht van een straatlantaarn houdt, zie ik dat het een vogel is, een duif. Hij leeft nog.

*

Vanaf begin november verschijnt er wekelijks een deel in Eva Meijers tiendelige feuilleton 'Hoe we licht meten'. In het komende halfjaarboek verschijnt een op het feuilleton gebaseerd kort verhaal. Lees deel IIIIII en IV. Dit project wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog