De duif

Feuilleton: Hoe we licht meten VI

Voorzichtig inspecteert ze de vleugels.
‘Deze vleugel is gebroken en de duif is heel mager. Hebben jullie een dierenambulance?’
Ik heb geen idee. ‘We kunnen de RSPCA bellen, de dierenbeschermingsorganisatie.’ Ik zoek het nummer op en informeer naar de procedure voor gewonde vogels. Ze kunnen de duif komen ophalen, we kunnen hem morgenochtend ook zelf naar een dierenarts brengen, dat laatste is waarschijnlijk sneller. Er is een opvang voor zieke en gewonde vogels aan de rand van de stad, die zijn ook morgenochtend pas weer open. Ik noteer het adres.
‘Is het hotel nog ver lopen?’
‘Een minuut of tien.’
‘We hebben een kartonnen doos nodig.’

Ik loop een avondwinkel in. ‘Heeft u misschien een doos waar een duif in kan?’ De man achter de helverlichte balie geeft geen krimp en zoekt er een voor me op. Er hebben chocoladerepen in gezeten.
Ze zet de duif er voorzichtig in. ‘Waarschijnlijk kunnen ze er niet zoveel meer aan doen. Maar als we de duif laten zitten, wordt ze misschien opnieuw aangereden of pikken andere vogels de ogen uit.’
‘Doen duiven dat?’
‘Meeuwen of kraaien.’
Onderweg naar het hotel houdt ze de doos tegen zich aan. Ze praat in het Nederlands tegen de duif. Ik kan niet verstaan wat ze zegt, het klinkt lief.
In de hotelkamer vult ze een bakje met water en zet het in de doos, ook verkruimelt ze een boterham. De duif begint meteen te eten. Het lijkt me een goed teken. Ze geeft de duif meer brood. Als ze daarna de minibar open doet, breekt het handvat af. Ik hang het terug in het frame. Heidegger schreef dat de dingen ons niet opvallen zolang ze doen waar ze voor gemaakt zijn. Pas wanneer ze stuk gaan, kunnen we over ze na gaan denken als de dingen die ze zijn.
‘Net als bij een depressie?’
‘De structuur van de situatie is misschien hetzelfde, maar ik vraag me af of een depressie de wereld of je zelf echt laat zien.’
Ze schudt haar hoofd. ‘Andere mensen leven in de waan dat het wel goed is.’
We drinken wijn, kijken af en toe in de doos en eten te zoute pinda’s tot ik moet opschieten om de laatste bus te halen. We hebben afgesproken dat ik de duif meeneem en de volgende ochtend vroeg naar een dierenarts breng.
Ze loopt met me mee naar de deur. Ik verstijf als ze me een kus op mijn wang geeft. Het bakje water in kartonnen doos schuift naar achteren, ik probeer de doos recht te houden. Ik doe een stap terug, bedank haar voor haar komst en zeg dat ik haar zal schrijven. Ze pakt de doos uit mijn handen en zet hem voorzichtig neer, omhelst me en dan kust ze me, heel zacht. Mijn lichaam reageert, het verbaast me. Ik duw haar opzij.

*

Vanaf begin november verschijnt er wekelijks een deel in Eva Meijers tiendelige feuilleton 'Hoe we licht meten'. In het komende halfjaarboek verschijnt een op het feuilleton gebaseerd kort verhaal. Lees deel III, III, IVVV en VI. Dit project wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog