, 25 December 2013

500 à 1000: Texaco

Jack wachtte altijd op me, in de Cherokee, met een stationair draaiende motor, tot ik van de wc kwam – niet dat ik steeds moest, het was meer de gedachte dat ik straks misschien moest en dat het dan niet kon omdat we onderweg waren.
‘Ben je zover?’ vroeg een van mijn schoonzussen.
Al die mensen die in- en uitliepen, de bloemstukken het huis uit droegen, overal kopjes koffie, half leeggedronken.
‘Gaat er niemand bij Jack?’ vroeg ik.
‘Lieverd, jij zit in de eerste volgauto.’

‘Ik wil bij hem,’ zei ik, dus kroop ik op de voorbank tussen de chauffeur en de begrafenisonderneemster. Langzaam trokken we op. Her en der sloegen autoportieren dicht; achter ons vormde zich een stoet. Ik draaide mijn hoed rond in mijn handen. Het was gek om Jack niet achter het stuur te zien en toch met hem in één auto te zitten – bij elke rotonde was ik bang dat ik hem van zijn plek zou horen verschuiven. ‘Godver,’ zei ik, waarop de begrafenisonderneemster haar hand op mijn knie legde. Mijn blaas voelde gespannen. Mijn twintig denier nylons, dun en toch te warm voor deze nazomerdag, knelden om mijn dijen; die klamme hand op mijn knie; al die auto’s achter ons.
‘Kunt u zo even stoppen bij de Texaco?’
De chauffeur hield zijn handen aan het stuur, draaide subtiel zijn pols en wierp een blik op zijn horloge.
‘Eén tel,’ zei ik.
Hij minderde vaart. Er ontstond verwarring: ramen gleden naar beneden. Rijd maar door, gebaarde ik naar de bestuurders, rijd maar door – maar blijkbaar moest Jack voorop. De wc-deur zat op slot. Ik wankelde op mijn hakken naar een pompbediende, die onder de indruk leek van de trits slordig geparkeerde auto’s. ‘De sleutel?’ herhaalde ik. De begrafenisonderneemster riep een paar keer: ‘Het komt goed.’ Ik sloot de deur achter me, het stonk er verschrikkelijk. Aan de neus van mijn pump bleef een stuk toiletpapier plakken. Ik blijf hier, dacht ik. Toen ging ik boven de wc-bril hangen. De spieren in mijn bovenbenen trilden. Iedereen wachtte op me, behalve Jack. Het enige vocht dat ik losliet waren tranen.
‘De sleutel?’ vroeg de begrafenisonderneemster, toen ik wilde instappen.
‘Ik weet het niet,’ zei ik. ‘Ik weet het niet. Misschien nog in de deur?’
‘Wacht hier.’ Ze holde naar het toiletblok. Haar kuiten leken vierkant.
‘Wat is er aan de hand?’ Om de lijkwagen dromden familieleden samen. De chauffeur greep in door licht gas te geven. Even stelde ik me voor hoe het zou zijn om ze allemaal af te schudden en uren over zonverlichte wegen te rijden tot ik rozig onderuit zou zakken, bedwelmd door de zee van Calla’s waarmee de kist was bedekt, maar Jack – die kon niet zonder koeling.

De kerkklokken kondigden onze komst aan. De zware toegangsdeuren stonden open, binnen puilde het uit. Op het moment dat ik mijn hoed wilde opzetten, glipten er twee zongebrilde vrouwen langs de wagen, als ratten. ‘Oh, Jack,’ zei ik. Toen schoven ze hem als een ovengerecht naar buiten. Zijn maten en broers droegen hem op hun schouders, ik had erbovenop willen gaan liggen, omdat mijn voeten dienst weigerden.
‘Je hoed,’ zei mijn schoonzus.
‘Toch niet,’ zei ik.
Ze vond het zonde, ze vroeg of ze die van haar dan ook moest afzetten, maar ik zei: ‘Nee, houd maar op.’
Op weg naar het altaar dacht ik: godverdomme, Jack, daar gaan we dan. Het orgel zwol aan, evenals het besef dat al die ogen me nu zagen als een weduwe. ‘Weduwe.’ Ik proefde het woord – ‘we duwen je’: voetje voor voetje over het uitgesleten marmeren middenpad, ingeklemd tussen mijn schoonzussen.

Als ik tijdens de dienst de draad kwijt was probeerde ik te achterhalen op welke pagina we gebleven waren, en hoeveel pagina’s we nog hadden te gaan. Achterin stond vermeld dat Jack na de mis in familiekring zou worden begraven.
‘Ben je er klaar voor?’ vroeg mijn schoonzus.
Ik haalde mijn schouders op.
‘Ik kan met je meelopen? Straks krijg je er spijt van.’
De pastoor riep me naar voren. ‘Ik kan het niet,’ fluisterde ik. Mijn schoonzus vroeg of zij, of iemand anders, mijn speech dan moest voorlezen, maar ik zei: ‘Het zit allemaal in mijn hoofd.’
‘In dat geval.’ Ze knikte naar de pastoor als om hem aan te moedigen verder te gaan met de dienst, maar de man nam de moeite naar me toe te komen. ‘Het geeft niks.’ Hij vouwde zijn handen ineen. ‘Woorden voegen niet altijd iets toe.’
Tijdens de communie had ik beter wel mijn hoed opgehad: sommigen knepen in het voorbijgaan hun ogen dicht of schudden hun hoofd ten teken van ongeloof: oh, dat Jacks hart er zo plotseling mee was gestopt! Aan mijn liefde heeft het niet gelegen, wilde ik ze zeggen, zijn hart leed onder zijn levensstijl, maar aan onze liefde heeft het niet gelegen.
‘Ik ken nog niet eens de helft van al deze mensen,’ fluisterde mijn ene schoonzus.
‘Jawel,’ zei de ander, ‘zij daar? Zij was vroeger een huisgenoot van Jack.’
Even dacht ik dat ik moest plassen, tot ik in de rij de twee onbekende vrouwen ontdekte, die het licht inschuifelden dat door de glas-in-loodramen naar binnen viel en tussen de pilaren hing als mist. De knapste droeg hoge hakken en een broek die me te strak leek om in te kunnen knielen. ‘Het lichaam van Christus,’ herhaalde de pastoor. Ze stond daar voor hem met haar armen langs haar lichaam, alsof ze de kracht niet had om ze op te tillen – en even was het alsof ik daar zelf stond. Ze kreeg een kneepje in haar schouder van de vrouw die vermoedelijk haar moeder was en dat hielp: ze maakte eindelijk een kommetje van haar handen, en zei: ‘Amen.’
Ik keek naar de katheder, de microfoon. Ik dacht: Ik kan alsnog opstaan. Ik kan naar voren lopen. Maar toen werd ik getroffen door het beeld van Maria met haar van het kruis afgenomen zoon op schoot, zijn lichaam slap, haar hoofd gebogen.
'Ik had het deksel van de kist willen schroeven om Jack door elkaar te schudden. Ik zou naast hem willen kruipen. Ik zou met mijn vingertoppen zijn lippen strelen en iets in zijn oor fluisteren.

acht reacties

Marja Willemse

Wat een prachtig voelbaar verhaal. Knap geschreven, heel herkenbaar en vooral hoe deze schrijver de woorden kan vinden die mij zo raken.

Marja Willemse, - 27-12-’13 16:30
thilly bogaers

eva je bent geweldig en ik ben apetrots dat jij zo ver bent gekomen,want het is een eenzame weg.geweldig en ik kijk uit naar je boek al is het maar om heel ijdel en heel zichtbaar in mijn boekenkast te plaatsen.mama

thilly bogaers, - 30-12-’13 13:16
Tjitske Verra

wow in een kort verhaal zoveel kunnen losmaken in mij is erg mooi.
Knap geschreven!

Tjitske Verra, - 31-12-’13 11:13
josanne van wijngaarden/kruis

Erg mooi eva, ben benieuwd naar meer.
Zet me maar op de lijst voor je boek. liefs josanne

josanne van wijngaarden/kruis, - 01-01-’14 20:41
Ciel Heintz

Lieve Eva,
Heel spannend. Wil meer weten over Jack! En over zijn relatie met de vrouw die nu weduwe is. En over die twee onbekende dames die daar rond schuifelen. Kortom: er schuilt een roman achter dit verhaal.
Bemoedigend overigens dat korte verhalen weer helemaal ‘ en vogue’ zijn.
Heel veel succes met dit debuut,
Kus van Ciel.

Ciel Heintz, - 03-01-’14 12:51
monica

Lieve Eefje, wat goed geschreven! Zie het voor me en voel mee. En word nieuwsgierig naar de rest. Heel veel succes en ik wil je boek graag kopen. xxx Moon

monica, - 08-01-’14 16:00
Marie-Anne

Lieve Eva, mijn felicitaties met dit debuut. Spannend vind ik de opbouw van je verhaal. Prachtig en rijk taalgebruik. Bijzonder vind ik hoe plastisch je de werkelijkheid weergeeft. Ben benieuwd naar je andere verhalen. Dus reserveer al vast een boek voor mij. Lieve groet, Marie-Anne

Marie-Anne, - 09-01-’14 14:38
Patty Tessers

Prachtig, Eva.
Gefeliciteerd! liefs Pat

Patty Tessers, - 22-02-’14 17:40
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog