Handen

Hoe we licht meten VIII

In de ontbijtzaal pak ik een bruine boterham uit een mandje. Ik prop hem in mijn broekzak. De receptioniste lijkt niet verbaasd als ik vraag waar de dichtstbijzijnde dierenarts zit. Het is vlakbij. Ze wenst me succes. Buiten verdeel ik de boterham in kleine stukjes die ik bij de duif in de doos leg. De duif begint meteen te eten. ‘Goed zo,’ zeg ik. ‘Eet maar, op, dan word je snel weer beter.’ De lucht hangt zwaar over de stad, het is echt te warm voor de tijd van het jaar. Ik ruik aan mezelf om uit te vinden of ik stink, ik ruik vooral haar.

Ik loop bij de dierenartsenpraktijk naar binnen alsof ik dat iedere dag doe. ‘Ik heb een duif gevonden,’ zeg ik tegen de assistente. ‘Hij kan niet vliegen, hij eet wel van het brood.’ Ze knikt en wijst me naar de wachtkamer, waar ik in een tijdschrift lees hoe taal bij mensen mede ontwikkeld is door de communicatie met honden. Ik ben te weinig thuis om een hond te houden.
De dierenarts draagt een blauwe jas. Ze geeft me een hand. ‘Komt u binnen.’ Ze tilt de duif uit de doos op de behandeltafel en beweegt de vleugels heen en weer. De duif kijkt met zijn glimmende zwarte oogjes stil voor zich uit. Sommige dieren tonen het niet als ze pijn hebben, die kruipen alleen weg.
‘Ik kan hier niet zoveel aan doen. Sommige breuken kun je spalken, maar dit is hier en hier gebroken.’ Ze wijst het aan met haar vinger. ‘En volgens mij is er ook een zenuw beschadigd want hij of zij kan de staart niet bewegen terwijl daar niks mis mee lijkt. Ik zou het kunnen opereren maar de kans dat deze duif ooit nog zal kunnen vliegen is heel klein. En duiven die niet kunnen vliegen hebben geen kans om te overleven.’
‘Hij wilde nog wel eten.’
‘Deze duif zat er waarschijnlijk al een tijdje voor u hem vond. Hij is heel mager.’ Ze gaat met haar vinger langs de voorkant van de duif, over de borstkas die uitsteekt. Ze kijkt vragend.
‘Dan moet u hem laten inslapen. Ik zou het anders ook niet weten.’
‘Het is voor de duif het beste. Buiten sterven ze een langzame hongerdood, of ze worden door een kat gepakt. Wilt u hem even vasthouden?'
Het lichaam is warm en kleiner dan ik dacht, mijn handen bewegen onder de snelle ademhaling. De veertjes zijn verschrikkelijk zacht.
Ik voel de duif schrikken als de naald naar binnen gaat, hij verzet zich niet. Hij is vrijwel direct dood. 'Dat betekent dat de duif al erg verzwakt was,' zegt de dierenarts. 'Dit was echt het beste voor de duif, het is goed dat u langsgekomen bent.'

Aan de overkant van de straat haal ik in de schaduw van een boom mijn telefoon uit mijn zak. Mijn handen trillen. Niets. Ik haal diep adem en zoek het vluchtnummer op. Als ik snel ben, kan ik het nog halen.

*

Vanaf begin november verschijnt er wekelijks een deel in Eva Meijers tiendelige feuilleton 'Hoe we licht meten'. In het komende halfjaarboek verschijnt een op het feuilleton gebaseerd kort verhaal. Lees deel III, III, IVVV en VI. Dit project wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog