Vlucht

Hoe we licht meten IX

Onder de grond is het benauwd. Elke groep mensen die de metro binnenkomt neemt warmte mee. Wanneer de metro weer rijdt en er lucht door de open ramen naar binnen komt, koelt het af. Lucht, warmte, lucht, geratel van wielen. Ik stel me voor hoe ze het hotel verliet, naar de metro zocht – misschien heeft ze de weg gevraagd aan de receptioniste, wenste die haar ook vriendelijk succes. Het is iets waard. Ik had daar duidelijker over moeten zijn, haar moeten zeggen dat ik voor het eerst in jaren het gevoel had dat – dat ik dat gevoel had. Ik had dat gevoel voor het eerst in jaren, ik dacht dat het dood was. Ik moet haar ook vertellen over de duif. Dat ik naar de dierenarts ben geweest en wat ze zeiden. Ik lees haar kaart nog een keer. Ik begrijp het niet goed. Ze heeft slechte ervaringen met relaties, oké, maar ze zou me moeten kennen, ik heb het beste met haar voor. Op Paddington Station stap ik over – er is een trein uitgevallen, en het is al bijna twaalf uur.

In de hal van het vliegveld zoek ik op de schermen naar de gate – haar vlucht heeft vertraging, ze moet er nog zijn. Bij de douane leg ik de situatie uit. De man aan wie ik het vraag, lacht om mijn ontreddering, vraagt dan of ik opzij wil gaan om de volgende door te laten. Ik loop naar de incheckbalie. Door de ogen van de stewardess zie ik mezelf in het kunstlicht – ongewassen met donkere wallen, verkreukeld overhemd en een paniekerige blik, waarschijnlijk gek en tenminste in de war – het kan me niet schelen, ik heb haast, ik moet het weten. Ze blijft beleefd, raadt me aan om een ticket te kopen, als ik opschiet zou ik op tijd kunnen zijn.

In de rij voor de balie van de vliegtuigmaatschappij kijk ik om me heen, ik zoek, zie haar gezicht steeds bijna in de gezichten van anderen. Ik beweeg van mijn ene op mijn andere voet, het duurt te lang. De man voor me pakt zijn koffer en loopt naar een andere balie – het maakt natuurlijk niet uit voor welke vlucht ik een ticket koop. Ik zoek een balie zonder rijen. De stewardess haalt haar smalle zwarte wenkbrauwen op als ik naar het goedkoopste ticket vraag. Ze heeft een enkele reis naar Hamburg voor negentien pond, een speciale aanbieding. De vlucht vertrekt over twee uur, ik kan nog kiezen voor een stoel bij het raam. 

‘Ik zit graag bij het raam, fantastisch, bedankt.’ Bij de douane vermijd ik de man die me uitlachte. Op de roltrap wordt de weg versperd door mensen met koffers, ik kan er niet langs, kijk op mijn telefoon hoe laat het is, zie geen sms, ik ren het laatste stuk naar de gate.

*

Vanaf begin november verschijnt er wekelijks een deel in Eva Meijers tiendelige feuilleton 'Hoe we licht meten'. In het komende halfjaarboek verschijnt een op het feuilleton gebaseerd kort verhaal. Lees deel III, III, IVVV en VI. Dit project wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog