, 15 Januari 2014

Archief: De tombe van Wallace Stevens

'Kies iets van de Tomben van Jan Kuijper,' schreef Piet Meeuse (redactielid van 1982/1 tot 1992/1). Neem ‘De tombe van Wallace Stevens’, schreef Christien Kok (1991/6 tot 1994/1). 'Ik was blij dat Jan Kuijper in de redactie kwam, de totaal ongelovige, en geestig. [...] Jan was op alle fronten aanwezig, ook als wijnschenker. En het is een goede dichter,' voegt Barber van de Pol (1983/4 tot 1989/6) toe.

We volgden de concrete suggestie van Christien Kok en namen Wallace Stevens, uit de negentiende jaargang (1992). Kuijper zat toen zelf in de redactie, hij was redacteur van nummer 1984/3 tot 1994/1, en hij droeg frequent bij aan het tijdschrift. De DBNL getuigt daarvan, met veel tijdschriftbijdragen en zijn gebundelde Tomben.

1

Onzin doordringt ons met een vreemd verband
terwijl de zin pardoes de straat op smijt.
Toch is er meer dan de toevalligheid
die lange marskanalen aanlegt, want
beter geblazen dan de mond gebrand,
zodat geen domheid tot verwijten leidt,
zodat wat er beklijft na bedenktijd
de spiegel is van verstand en verstand.

Tuig olifanten op, leer beren dansen -
dan zul je beide bulten van je kemel
vanzelf door het oog van de naald zien gaan
naar waar het helder is, dat is de hemel,
dat is de woestijn waar je levenskansen
alleen bestaan binnen de karavaan.

2

Geluid als alle andere. Het houdt op.
Wanneer de stilte een nieuwe pauze inlast
is het een wonder wanneer het nog past -
dat doet het dan ook niet. Zoals de knop
tussen twee zenders in kan staan, hiphop
en aleatoriek, in 't duister tast
een hand naar boven, naar de boekenkast -
zo komt jouw kans pas als ik ermee stop.

Waar we leven en leven waar dan ook
klinkt alles door elkaar. Als de sirene
van de zweefmolen voor een ogenblik
het stoomorgel laat stikken in zijn rook,
dan worden wij wat onvast in de benen.
Weer oud en jong dansen we, jij en ik.

3

Het moet mogelijk zijn. Het moet zo zijn
van mij. Ik ben eerzuchtig als de dood
en optimistisch: de vruchtbare schoot
van moeder aarde zal, zij het met pijn,
mij laten halen wat ik wil. Te groot
is niets voor mij en niemendal te klein;
ik toon het wezen in donkere schijn
en geef hem terug na stoot na stoot na stoot.

Om uit licht een muziek te horen stromen
is makkelijker dan uit duisternis.
Lagere zinnen, jullie taak ligt hier:
op golven zal ze benedenwinds komen
van wat het hele eieren eten is -
reuk, smaak, gevoel doen het halve plezier.

Dat de dichter altijd staat in de zon
is dat het is de dochter of de zoon
en dat wel wil weten ook. Schraag de troon,
verdorde epigoon! Aan de levensbron
barst de moeder uit haar nopjesjapon,
de vader stelt zijn embonpoint ten toon
in zijn knollentuin, tussen zijn pronkboon
en zijn dood, alsof ik er nog bij kon.

Brengt u de felle helderheid van vrede,
dan ga ik bokkig in de zonneschijn
belast en beladen naar de woestijn
en mekker roepende in duistere rede.
Ik sterf van sprinkhanen en wilde honing.
In mijn luchtspiegeling doop ik een koning.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog