Bivakmuts

Auteur versus schrijver I

Tijdens een Revisor-lunch in december werd er gesproken over het onderscheid tussen een schrijver en een auteur. Om mijn website schreef ik een week later: ‘Een schrijver is degene die aan teksten werkt, een auteur is de man die in de krant komt, die op een podium staat, de persoon in de hoofden van lezers en recensenten, het beeld dat naast de schrijver bestaat van de persoon die schrijft. Het is heel eenvoudig. Schrijven is een werkwoord. Auteuren is helemaal niks.’ In deze reeks schrijf ik over dat onderscheid, over het schrijven en over de bijzaken die soms veel groter zijn.

Op een doordeweekse dag in januari mochten veertien schrijvers bij De wereld draait door hun boek aanprijzen. Het item werd gebracht als het boekenoverzicht van het voorjaar. Welke boeken komen er aan? De schrijvers kregen allemaal een halve minuut spreektijd, achter een glazen katheder. Er was een belletje, dat na die dertig seconden klonk. Schrijvers maakten grapjes over de tijd. Een paar schrijvers las een samenvatting van het boek voor, de flaptekst misschien. André Klukhuhn was erg grappig door juist heel snel te gaan praten. Op twitter zei iemand: ‘Die man leest zijn hele boek voor in dertig seconden.’

Twee uur na de uitzending kon ik geen betoog meer reproduceren, alleen spookte de bivakmuts door mijn hoofd die de jongen op had die samen met Özcan Akyol een sportboek aankondigde. Op twitter was bivakmuts een hit. Verder was ik blij dat ik niet gevraagd was mijn boek te pitchen. Het was ongemakkelijk, dat tempo, die groep auteurs, het hijgerige. Het was ook ongemakkelijk omdat als ze me gevraagd hadden, ik natuurlijk wel was gegaan.

Ik moest ook denken aan Matthijs van Nieuwkerk die ooit een boek opensloeg tijdens een DWDD-uitzending, en zei: ‘Zulke volle bladzijden, dat vraagt nogal wat van de lezer.’ Ik weet niet meer over welk boek het ging, maar de schrijver van het boek zat aan tafel en moest daarna iets zeggen. Over zijn alinea’s, die erg lang waren. Geen inspring op de bladzijde. Natuurlijk is de bladspiegel van een boek heel belangrijk, maar daar ging de vraag niet over, en het antwoord dus ook niet. Er kwam geen antwoord. Die lastige bladspiegel zou tien heel interessante televisieminuten op kunnen leveren als er mensen aan tafel zouden zitten die uit kunnen leggen wat het belang is van de juiste bladspiegel. Nu was de bepalende persoon een presentator die naar een dubbele bladzijde kijkt en bij voorbaat zegt: ‘Moeilijk.’ De schrijver probeerde te glimlachen.

De kans om op tv voor een miljoenenpubliek over je boek te vertellen is goud. Peter Buwalda kwam een jaar na het verschijnen van Bonita Avenue vier keer in één maand (oktober was het) bij DWDD en die maand konden er vier hele grote drukken bijgemaakt worden. Schrijvers hopen op DWDD. Uitgevers willen niks liever.

Ik heb een paar keer contact gehad met DWDD. Telefoontje van de redactie. Uitgeverij nerveus, ik ook. De eerste keer was een recensie over Naar de overkant van de nacht in de Limburger de aanleiding. De recensie van Koen Eykhout was de eerste, en heel slecht. Het was de laatste slechte recensie ook, wat later vooral op twitter veel reacties opleverde. Iedere keer als mijn roman in het nieuws kwam - nominaties, prijs, zoveelste druk, filmrechten verkocht, vertalingen – werden er op twitter berichten geplaatst met daarin een linkje naar het nieuwsbericht en daarbij alleen de tekst: Koen?

Maar dat was nog niet bekend toen DWDD belde, toen lag er alleen een slechte recensie en de redactie van het programma stelde: ‘Amsterdammer schrijft roman over Limburgs Carnaval, en die Limburgers moeten dat boek niet.’ Dat was de nieuwswaarde. Of ik daar op tv op wilde reageren. Dat wilde ik niet, omdat ik me niet wil verdedigen en omdat het verhaal niet klopte. Als Matthijs van Nieuwkerk met zijn stelling zou openen, dan zou ik kunnen zeggen: ‘Nou, ze moeten mijn boek wel.’ Maar dan verander je van een schrijver niet alleen in een auteur maar ook nog eens in een auteur die zijn eigen boek goed vindt. Dat is vreselijk.

Het verhaal van het boek had veel meer kanten, daar wilde ik wel over praten, was mijn voorstel. Ik vertelde de redactie van DWDD dat de Venlose boekhandel Koops een eigen editie had, dat de Vastelaovesvereniging het boek omarmde, dat de boekpresentatie een groot feest was, dat er heel veel positieve reacties uit Limburg waren, dat de Vors van Venlo een quote in het boek had, dat ik had opgetreden met een Venlose joekskapel... Dat wilde de redactie van DWDD niet horen. Jammer, dan geen verhaal op tv.

Opvallend was dat het schrijven geen moment aan bod kwam. Het verhaal wat op tv verteld moest worden en wat boeken groot kan maken stond buiten het schrijven. De inhoud van het boek en het proces van het schrijver werden ingewisseld voor rumoer. Nu doe ik daar graag aan mee, maar het moet wel werken en in de juiste verhoudingen zijn. Alleen een rel is niet genoeg. Toen het boek van Özcan Akyol uitkwam – Eus – werd vooral het verhaal achter het boek naar voren gebracht: hij had in de gevangenis het lezen ontdekt, en daarna het schrijven. Dat verhaal was zo dominant dat Özcan eigenlijk al een auteur was voordat hij zijn boek geschreven had. Prometheus zag, terecht, iets in zijn boek, omdat zijn persoonlijke verhaal perfect paste bij het boek. Dat verhaal was essentieel voor zijn succes.

Het is erg moeilijk een roman de boekwinkel in te krijgen zonder die verhalen, zonder DWDD, waar iedere maand vier boekhandelaren het boek van de maand kiezen, een item dat inmiddels voleldig omarmd is door uitgeverijen. Boeken die in dat kwartiertje genoemd worden krijgen stickers: De keuze van DWDD. Schrijvers die aan bod komen worden op facebook gefeliciteerd alsof ze de Nobelprijs gewonnen hebben. Het is allemaal volledig buiten proporties. Vanzelfsprekend is het ook. Anderhalf miljoen kijkers, zodra DWDD een uitgeverij benadert schieten de dollartekens in de ogen van de uitgever en staat de afdeling verkoop op scherp. Nu is verkoopeen belangrijk onderdeel van het boekenvak, maar aan het schrijven op zich wordt amper nog waarde toegekend. Sterker nog, het komt niet aan bod. Het is alsof een sporter mediaaandacht geeft, maar het mag niet over de sport gaan.

Wim Brands praat op zondagochtend op tv over boeken maar als Walter van den Berg te gast is wordt het volledige gesprek toegespitst op de stiefvader van Walter waarop hij de geweldadige verteller baseerde. De persoonlijke achtergrond van de schrijver, daarin schuilt de auteur.

Tijdens de DWDD-uitzending over de nieuwe boeken van het voorjaar werd er op twitter al veel  gereageerd. Verreweg de meeste aandacht kreeg de bivakmuts. Zo werkt het: een schrijver kan genuanceerd over zijn boek praten, over het verhaal, de achtergronden, de thema’s, over het werkproces... hij legt het kansloos af tegen degene naast hem die een bivakmuts op heeft.

Dit voorjaar verschijnt mijn zevende roman. Ik bereid me voor. Ik word een auteur die zijn verhaal moet vertellen, die lezers moet zien te bereiken, met het boek maar vooral ook met het verhaal. Het boek gaat over vaderschap, over vluchten en over thuiskomen, het gaat over een jongen van tien. Ik heb een zoon van tien. Ik heb mijn verhaal klaar.

zes reacties

wim brands

Dag Jan, ik heb Walter van de Berg laten praten over zijn stiefvader zodat hij daarna kon vertellen en uitleggen hoe hij het verhaal vormgaf.
Dat deed hij namelijk op een bijzondere manier.

De meeste interviewers willen alleen het bloed, ook in dit geval besteedde ik aandacht aan de paal,
vrgr
Wim

wim brands, - 15-01-’14 12:54
Jan

Hoi Wim,
Walter deed dat inderdaad op een bijzondere manier maar hij is ook een jongen die over schrijven kan praten, over lezen, het hele fenomeen van iets maken. Dat miste ik. Die stiefvader zit in het boek, schrijven was ook de manier waarmee Walter hem aan kon…

Jan, (URL) - 15-01-’14 16:31
Michelle van Dijk

Ik ben het wel met Wim eens dat je met dit verhaal ook weer niet voorbij kunt gaan aan de persoonlijkheid van de schrijver. En niet omdat dat het rumoer is, of omdat dat is wat de uitgever op de achterflap heeft gezet, maar omdat het bij dit verhaal hoort. In een eerder of volgend verhaal is de persoonlijkheid van de schrijver misschien minder aanwezig, dan is dat niet het onderwerp van gesprek.

Er is een schrijver, er is een auteur, er is ook een vent. Soms hebben ze iets met elkaar te maken, soms niet. Maar als een schrijver de vent in zijn verhaal naar voren laat komen, wil je het niet alleen over de vorm hebben.

Interessant stuk Jan, ben benieuwd naar de rest van de reeks. Oek de Jong heb je ook al gelezen? ‘Het grote nieuwe woord is niet de naam van een nieuwe literaire stroming, het grote nieuwe woord is ‘marketing’.’ Of zie ook: http://dewittekamer.wordpress.com/2013/1..

Michelle van Dijk, (URL) - 15-01-’14 21:42
Joost Nijsen

Ráák!

Joost Nijsen, - 16-01-’14 16:05
Luckie Delacroix

Plaatsvervangende schaamte toen ik veertien schrijvers door de brandende hoepels van Mathijs van Nieuwkerk zag springen… Als aapjes dansend ter vermaak van het volk, getrainde beren jonglerend met kegels op een eenwieler. Plaatsvervangende schaamte en gelijktijdig het besef dat je daar moet zijn om te verkopen! Televisie is de baas geworden en schrijvers, of auteurs, zijn ondergeschikt… Je moet te ‘vermarkten’ zijn en daar minstens net zo lang over nadenken als over het schrijven van een boek. Een walgelijke schertsvertoning zo’n literaire vleeskeuring maar ik kan het ietwat perverse verlangen om daar ook dertig seconden te krijgen en te praten over mijn boek niet onderdrukken. We zijn tenslotte gewoon allemaal hoeren.
Tot slot kon ik het tijdens het zien van dit item niet nalaten om even terug te denken aan Willem Frederik Hermans die speciaal vanuit Parijs kwam om te praten over een boek met Adriaan van Dis. Tijdens dit gesprek vroeg Van Dis retorisch of Hermans wist dat het een vraaggesprek was waarop Hermans antwoordde dat het een vertelgesprek was van zijn kant. Hoe vrolijk ik ook werd van deze gedachte, de keerzijde maakte me droevig. Zeg dit tegen Mathijs van Nieuwkerk en je mag nooit meer bij DWDD komen en je verkoopt vervolgens geen enkel boek meer.

Luckie Delacroix, (URL) - 18-01-’14 15:17
Peter Buwalda

Ha Jan, Peter hier. Begrijpelijk betoog. Alleen klopt de alinea over mij niet. Ik ben in oktober 2011 één keer bij DWDD geweest, en dat was om te vertellen wat ik van de nieuwe spellingsregels vond. En passant ging het ook over de kop die ik trok toen ik hoorde dat Bonita Avenue niet de AKO had gekregen. De uitzending die voor een boost in de verkoop van mijn roman zorgde (waarvan er toen al 50.000 verkocht waren, btw) was eerder die maand, en zonder mij erbij. Ik zat thuis. Het item ging over mijn boek, en nergens anders over. Het is de enige keer dat televisie de verkoop van Bonita Avenue meetbaar heeft gestimuleerd. Ergo, een beetje boek gaat zelf bij Matthijs zitten, (al dan niet met bivakmuts.) Haje jung! Peter
PS: zie uit naar je nieuwe boek, maar dat weet je.

Peter Buwalda, - 21-01-’14 16:36
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog