Het woedende weer van Williams en Wortel

Het objectieve subject

Ik ergerde me aan ijzig drama in John William's Stoner. Ik ergerde me aan apocalyptische regenbuien in Bill Chengs Southern Cross the Dog. En toen ik begon te twijfelen of het aan mij lag, begon het te regenen in Maartje Wortels IJstijd. En kort daarop hoosde en sneeuwde het in Ian McEwans Het kind in de tijd. Over weersomstandigheden, meteorologische gemoedstoestanden, weerbeeldspraak en pathetic fallacy.

De regengod

Ben ik nou gek? Ik begon te twijfelen toen een vriendin me zei: de vorige keer dat ik hier was, stormde het ook al zo. Ik heb het nagezocht: toen was de hardste windstoot 21 meter per seconde, op de middag van onze tweede afspraak was het iets rustiger: 19 m/s. Gisteren, ter vergelijking, was de hardste windstoot 10 m/s. Misschien was ze wel een windgodin. In het vierde deel van Douglas Adams' The Hitchhiker's Guide to the Galaxy rijdt een vrachtwagenchauffeur die altijd slecht weer treft. Het hoofdstuk eindigt zo:

'And as he drove on, the rainclouds dragged down the sky after him, for, though he did not know it, Rob McKenna was a Rain God. All he knew was that his working days were miserable and he had a succession of lousy holidays. All the clouds knew was that they loved him and wanted to be near him, to cherish him, and to water him.'

Misschien is dat de eenvoudigste verklaring voor groteske weersomstandigheden in literatuur. Maar behalve Douglas Adams komt geen auteur zelf met die duidelijke uitleg.

'A metaphorical index of their inner lives'

Twijfel je over wat literair is en wat niet en hoe je dat moet noemen, lees dan David Lodge, The Art of Fiction (hier gratis te raadplegen, al is het boek de aanschaf zeker waard). Die gaat een hele reeks kwesties langs, van 'Beginning' via ' Mystery' en 'Names' en 'Interior Monologue' naar, inderdaad, 'Weather'.

'We all know that the weather affects our moods. The novelist is in the happy position of being able to invent whatever weather is appropriate to the mood he or she wants to evoke.

Weather is therefore frequently a trigger for the effect John Ruskin called the pathetic fallacy, the projection of human emotions onto phenomena in the natural world. "All violent feelings [...] produce in us a falseness in our impressions of external things, which I would generally characterize as the pathetic fallacy," he wrote.'

Ruskins kritiek gold, heel concreet, wrede rivieren, woedende stormen en huilende bloemen. Dat kan namelijk allemaal niet. Lodge rekt het al een stukje op met een analyse van Jane Austens Emma. Austen vermijdt de associatie meestal: 'Weather in Jane Austen's novels is usually something that has an important practical bearing on the social life of her characters, rather than a metaphorical index of their inner lives.'

Zo'n meteorologische weergave van de fictieve psyche is oneigenlijk gebruik van onze emotieloze wereld. Het is gekunsteld, het is makkelijk, het is manipulatie, als het strijkorkest dat je in een film eraan herinnert dat nu het brok in je keel moet komen.

Drijvende omstandigheden

Dat brok is het wel het uiterste op een glijdende schaal. Praktische ongemakken kunnen als ze lang genoeg aanhouden alsnog het innerlijk bewegen. 'Het is waar,' stelt Piet Meeuse in zijn essay Wind! (2008), 'je kunt er ook gek van worden.' Chandler beschuldigde de Santa Ana, Michaux de mistral, García Márquez de tramontane. Er is zelfs strafrecht op aangepast: in sommige landen geldt of gold de wind als verzachtende omstandigheid.

Echt waar? We nemen het even aan van Meeuse, en zeggen: dat is een oorzakelijk verband, en als het maar die volgorde op gaat, dan is er niets mis. 'Een literair personage hoeft niet iets ellendigs mee te hebben gemaakt, maar het helpt wel. Het maakt literatuur sterker,' betoogde Bert Natter eens. Hij nam de vuurwerkramp als achtergrond, waar anderen de oorlog opzochten. De omstandigheden drijven de plot.

Zo regent het in Bill Chengs boek en moet zijn hoofdpersoon even later vluchten voor de Great Mississippi Flood. Ook in Renate Dorresteins Het hemelse gerecht drijft het water de personages - ditmaal het huis in, niet ervandaan. In The Guardian haalt Phil Tinline nog een paar mooie voorbeelden op: het weer, historisch vastgelegd (vooral in hoge temperaturen, minder in windsnelheden), beweegt de plot. Tinline noemt ook een ander boek van McEwan, The Cement Garden. Dat ken ik niet, maar wel The Child in Time. Ter inleiding een nuancering van Meeuse, die ook in Wind! terechtkwam, maar eerst in Raster werd beschreven:

'Hoe beschrijf je de wind zonder er van alles in te projecteren? Misschien is dat helemaal niet mogelijk, en ook niet wenselijk. Ik ben tenslotte – evenmin als jij – uit op een meteorologische definitie van wind, maar op beschrijvingen die hem voelbaar maken.'

Bij McEwan zet de projectie stevig in, met de langdurige, meditterane zomer die hoofdpersoon Stephen in zijn drankovergoten lethargie sterkt niet historisch ingebed, óf als de dichte regenbui waarin hij een visioen heeft, net zo min als de isolerende en bedekkende sneeuw waarin zijn beste vriend sterft (buiten), en een half etmaal later, hij en zijn ex vrede sluiten en er een kindje geboren wordt (binnen, de locatie is gepast). Hij houdt van wolken, de wolken houden van zijn personages.

'Verwijderd en erg nabij'

Dat komt al meer in de buurt van de zonde van John Williams in Stoner. Al in dit fragment op Athenaeum.nl is er een weersbeschrijving na de grote verandering die Stoner heeft doorgemaakt. Ik citeer hem even in het Engels, ik heb voor andere voorbeelden slechts de Engelse editie bij de hand:

'The thin chill of the late fall day cut through his clothing. He looked around him, at the bare gnarled branches of the trees that curled and twisted against the pale sky. Students, hurrying across the campus to their classes, brushed against him; he heard the mutter of their voices and the click of their heels upon the stone paths, and saw their faces, flushed by the cold, bent downward against a slight breeze. He looked at them curiously, as if he had not seen them before, and felt very distant from them and very close to them. '

Ik twijfel. Is dit wel slecht? Want de 'thin chill', het 'cut', het 'bare gnarled', de 'pale' hemel suggereren een pijnlijke omslag. Maar in de laatste zin van het citaat blijkt hoe onterecht mijn interpretatie ook is: nieuwsgierigheid en nabijheid kun je moeilijk negatief duiden.

De scène die bij mij alarmbellen deed afgaan was die waarin Stoner zijn toekomstige echtgenote bij haar tante bezoekt.

'And so he called, walking across town to her aunt’s house on an intensely cold midwestern winter night. No cloud was overhead; the half-moon shone upon a light snow that had fallen earlier in the afternoon. The streets were deserted, and the muffled silence was broken by the dry snow crunching underfoot as he walked. He stood for a long while outside the large house to which he had come, listening to the silence. The cold numbed his feet, but he did not move. From the curtained windows a dim light fell upon the blue-white snow like a yellow smudge; he thought he saw movement inside, but he could not be sure.'

Ook bij welwillende herlezing kost het me moeite dit wachten niet als omineus te duiden, de kou en de sneeuw te verbinden met Stoners passiviteit en twijfel. Of was dat pas achteraf? Die kou blijft, ook tijdens hun bruiloft ('In her white dress she was like a cold light coming into the room.') en de wittebroodsweken, waarin hun seksleven niet op gang komt. 'Cold' is sowieso een tientallen malen terugkerende term, maar Williams is minder eenkennig dan ik me realiseerde. Het heeft ook gesneeuwd, het is ook koud in de periode dat Stoner eindelijk het buitenechtelijk geluk vindt met een collega, in een scène die qua sfeer vergelijkbaar is met de McEwan-scène:

'There had been a heavy snow three days before their arrival, and during their stay it snowed again, so that the gently rolling hills remained white all the time they were there. They had a cabin with a bedroom, a sitting room, and a small kitchen; it was somewhat removed from the other cabins, and it overlooked a lake that remained frozen during the winter months. In the morning they awoke to find themselves twined together, their bodies warm and luxuriant beneath the heavy blankets.'

Het is een cliché, net als de tegenstelling met 'warm and luxuriant', maar in gelijktijdige tegenstellingen, zoals Williams in het eerste citaat zocht, kan een schrijver wel degelijk excelleren. We reizen terug naar onze tijd en welja, het regent.

'Dit bedoel ik, de dingen gebeuren altijd in de regen.'

Hoe meteorologisch kun je je roman maken? Maartje Wortels IJstijd ontleent zijn naam aan deze romantische seizoensduiding:

'Wij (Marie en ik) gaan van winter naar winter, twee mini-ijstijden zonder dat de kou een doorbraak beleeft. Ik durf het bijna niet te zeggen, omdat het zo ongelooflijk soft klinkt, maar we houden elkaar warm, zij en ik.'

We zijn elkaars wolken. Leve de clichés van de tegenstelling. En leve het commentaar: ongelooflijk soft.

Maar het klopt: geen doorbraken, het zal niet sneeuwen, en het begint allemaal met regen. Tijdens een praatgroep, waaruit de hoofdpersoon wegvlucht.

'Als ik de deur van het schoolgebouw opendoe is het onweer nog heftiger geworden, abnormaal voor de winter. Het dondert opnieuw, de klap is zwaar, een autoalarm gaat af, de lucht is donkerblauw, de regen valt loodrecht naar beneden en boven het asfalt hangt een waas van water. Ik blijf voor de deur onder het afdakje staan, de regen klettert tegen het afgebladderde hout, via een regenpijp stort een dikke straal vermengd met uitgetrapte peuken en wat plastic troep de goot in. In vergelijking met het gekletter van de regen klinken de straatgeluiden zacht, voetstappen en motoren worden door een filter van water gedempt. Misschien verbeeld ik het me, maar ik lijk het gras uit het Sarphatipark hier te ruiken: zoet, een vogel probeert boven het geluid van de donder uit te fluiten, hard, schel.'

Abnormaal! Bijzondere, heftige omstandigheden. Maar hoe die te duiden? Die gedempte straatgeluiden en de grasgeur vormen wel zachte contrasten, daarmee neutraliseert Wortel de voor de hand liggende somberheid. Toch is James Dillard, de ik, in een donkere bui. Dan komt de zonneschijn (mijn softe beeld - DS):

'Het meisje remt voor de deur van het schoolgebouw, springt van de fiets, die ze met moeite op de standaard zet, recht voor de ingang. Doodkalm vraagt ze me of ze er even bij mag. Haar kleren zijn doorweekt, ze had net zo goed door kunnen fietsen.'

De regen dwingt James onder het afdakje te blijven staan. De regen geeft Marie het excuus bij hem te komen staan. De weersomstandigheden drijven de plot. Het is het begin van een romance, al praten James en Marie vooral over het weer.

'"Het duurt niet lang meer," zegt het meisje monotoon. Ze kijkt me aan, ze zegt: "Dat kun je merken aan de manier waarop het regent."
"Ja," zeg ik, alsof ik ook snap dat het niet lang meer duurt voordat de regen stopt met vallen en net als meteorologen verstand heb van alle manieren waarop het kan regenen.'

Ze praten over het weer, en James haalt het gesprek onderuit. Dan: de leden van de praatgroep komen naar buiten. Een van hen ziet het tweetal staan.

'Hij zegt: "Dit bedoel ik, de dingen gebeuren altijd in de regen."
Die vent kan het over van alles hebben. Ik gooi mijn tweede peuk op de grond en ik zeg hem dat het een vergissing is.
"Het is een vergissing," zeg ik.'

Is wat die vent zegt nu een pathetic fallacy? En wijst James hem daarop?
Tot slot:

'"'You Look Like Rain'," zeg ik. "Dat ben jij. Je ziet eruit als regen."
"Dat klinkt niet al te best."
"Het is juist heel goed," zeg ik.'

Niet al te best? Juist heel goed. De hele passage is een lopend commentaar op ongelooflijke softheid, op onze verwachtingen, de clichés van weersomstandigheden, op gepraat over het weer. IJstijd is een zelfbewust boek, vakkundig in elkaar gezet, knap om de literaire valkuilen heenslalommend waar Williams zich (willens en wetens?) instort. Dat is het begin van iets goeds - en goeds kom je genoeg tegen in deze roman. Literatuur ontstaat waar je het strijkorkest verwacht, maar stilte heerst, waar een trap na door de open deur voor de hand ligt, maar je slechts de muur achter je vindt, waar je verrast wordt ondanks jezelf.

P.S. het is in dit blog niet gegaan over het perspectief van de meteoroloog in Margriet de Moors De verdronkene, of het 'regen en wind maken' in Ronald Gipharts Phileine zegt sorry. Moet dat alsnog? Gebruik het reactieveld. Ik heb het voorlopig wel gehad met dat weer, en het is droog. Ik ga naar buiten.

Eén reactie

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog