, 14 Februari 2014

Zelfgenoegzaamheid

Auteur versus schrijver II

Schrijven is onzekerheid. Een schrijver weet nooit precies wat de kwaliteit van zijn werk is. Dat is niet erg, het is zelfs een belangrijk onderdeel van het schrijven, zeker wanneer de schrijver er vanuit gaat dat ongeveer de helft van de roman ontstaat in het hoofd van de lezer. Niet alleen het eindproduct telt, maar ook wat de lezer ermee doet, of wat er bij de lezer gebeurt. De schrijver heeft invloed op de uiteindelijke tekst. Op de rest heeft hij minder grip.

In het eerste artikel in deze reeks gaf ik het verschil aan tussen een schrijver en een auteur. De eerste schrijft, de tweede gaat het zijn boek de boer op. Een auteur heeft geen ruimte voor de onzekerheid die het schrijven moeilijk maar ook plezierig maakt. Een auteur krijgt in een interview of tijdens een lezing de vraag: Waar gaat het boek over? Er wordt van de auteur verwacht dat hij een kant-en-klaar antwoord heeft dat meer biedt dan alleen de flaptekst. De uitleg die de schrijver in de roman achterwege heeft gehouden moet door de auteur ingevuld worden.

Wanneer een schrijver met een vorig boek flink wat exposure heeft gehad dreigt de auteur groter te worden dan de schrijver. Die auteurs worden op tv uitgenodigd. Niet om hun boeken maar om de belangstelling voor die boeken. Franca Treur publiceerde onlangs haar tweede roman De woongroep en mocht erover komen vertellen bij Omroep Max, tussen de middag. De presentator vroeg: Maar waar staat die woongroep dan voor? De beste man wilde duiding. Franca had een antwoord paraat maar ik zag de teleurstelling op haar gezicht. Ze zat in de studio als schrijver, de man en de vrouw achter de desk zagen haar als auteur. Ze stelden meer vragen over het succes van Dorsvloer vol confetti dan over haar tweede boek. De eigenlijke insteek van het gesprek was niet haar tweede roman, maar de aanname dat het schrijven aan dat tweede boek maar vervelend moet zijn geweest.

In de roman De nacht van Lolita voert Rob Waumans een hoofdpersonage op dat aan een roman werkt, een schrijver. Bijzonder aan dat personage is dat hij heel vaak zegt dat de roman die hij aan het schrijven is ontzettend goed is. Het wordt echt een meesterwerk. Echter, schrijven doet hij in de roman niet. Hij zit in de kroeg met een andere schrijver en een volkszanger, hij fietst door de stad, zoent met Anna Drijver. Ik vond het een interessant personage. Het is een auteur.

Ooit gaf ik les aan een groepje aspirant-schrijvers. Iedere maand kwamen ze bij elkaar. Leesopdrachten die ik gaf werden half of niet gedaan, de helft van de klas kon het boek niet vinden of het was net uitgeleend in de bieb. De lessen hadden de opzet van een workshop, dat doe ik altijd. De opdrachten werden over het algemeen heel matig uitgevoerd. Herschrijven vonden de cursisten vervelend. Er werd vooral veel gepraat, over plannen en ambities en de resultaten van schrijfwestrijden – met als hoogtepunt een jongen die zei dat hij de tweede prijs had gewonnen bij de schrijfwedstrijd van Meppel. In de eerste les kreeg ik de vraag voorgelegd hoe het is om op het Boekenbal te zijn. Als ik daaraan terugdenk vind ik het jammer dat ik toen geen naderscheid maakte tussen schrijver en auteur, dan had ik kunnen zeggen: Jullie volgen schrijfles maar jullie willen auteur zijn. Schrijven doen jullie amper.

Schrijven is moeilijk omdat het werk is, maar geen standaardwerk. Het is bijna gokken. Iedereen leert schrijven op de lagere school, ontzettend veel mensen denken dat ze literair kunnen schrijven en aan het einde van het proces kan een pot goud staan. Een tegelzetter betegelt muurtjes en weet dat hij dat de volgende dag ook zal doen, alleen op een andere plek, hij spaart wat, koopt een autootje, bouwt een klein pensioen op. Een schrijver fabriceert een verhaal of een roman en heeft toch in zijn hoofd dat zijn tekst gepubliceerd wordt, dat hij veel sterren zal krijgen in de kranten, dat hij prijzen gaat winnen en honderdduizenden boeken zal verkopen. En daarna kan hij pronken in de Stadsschouwburg van Amsterdam op een branchefeest van het CPNB dat jaarlijks het NOS-journaal haalt, een heel leuk feest overigens. Schrijven zonder die dromen is helemaal moeilijk. Je moet een vooruitzicht hebben en de enige die je met beide benen op de grond kunnen houden zonder die benen af te zagen zijn een gedegen uitgever en strenge redacteur die weten wat schrijven is en die voor het auteurschap weinig aandacht hebben, dat schuiven ze door naar de afdeling publiciteit.

In Revisor halfjaarboek nummer 7 van 2013 staat het verhaal 'Vlaamse reuzen', van Marieke Rijneveld. Een mooi verhaal dat streng geredigeerd is en waar hard aan gewerkt is. Marieke is onlangs uitgeroepen tot talent van het jaar, met haar poëzie. In januari verscheen in de VPRO Gids haar verhaal 'Herbarium'. Dat was mooi, een jonge schrijver die op meerde plaatsen haar weg vindt en bovendien een goed verhaal, dat me heel bekend voorkwam. Marieke stuurde het eerder naar onze redactie en wat vooral opvallend was, het verhaal werd precies zo in de VPRO Gids afgedrukt. Niks aan veranderd.

Nu is het hier niet de plaats om kritiek te hebben op een verhaal dat elders gepubliceerd is en ook niet op de manier van publiceren van andere tijdschriften - ieder zijn eigen manier – maar bij 'Herbarium' bekroop me wel het gevoel dat de redactie van de VPRO Gids gemakzuchtig was geweest en de schrijver op haar beurt snel tevreden was met de publicatie. Redigeren maakt een verhaal altijd beter, is mijn uitgangspunt. En nu kreeg de schrijver het signaal dat het verhaal goed is, verder niks. Naar de drukker ermee. Dat is jammer. Het is veel aannemelijker is dat er aan een verhaal geschaafd en geschaafd wordt, dat er steeds weer over gesproken wordt, dat er twee of drie nieuwe versies komen. Het kan altijd beter. Dat is schrijven, die onzekerheid.

Ook opvallend, zeker in de lijn met die onzekerheid, is dat er in het verhaal van Marieke Rijneveld ook geschreven wordt, net als bij Waumans: ‘Papa en mama schreven al jaren aan een roman over het bewustzijn van de kever.’ Maar ook hier komt dat schrijven niet in beeld, want iets verderop staat: ‘De roman zou zo goed worden dat ze ons foto’s stuurden van verschillende vakantiehuizen waar we op iedere plek net zo gelukkig konden worden.’ Met andere woorden: er wordt verteld dat er geschreven wordt. De schrijfdromen maken van dit echtpaar een auteursduo. Daar zijn er al veel van. Ze worden door iedere serieuze schrijver gewantrouwd want als auteur kun je prima samen op pad, interviews doen, kletsen op tv, samen optreden. Samen schrijven, dat kan niet.

zes reacties

Peter Gielissen

De openingsvraag van ieder interview bij lezentv.nl is toch echt een andere, Jan.

Peter Gielissen, (URL) - 15-02-’14 10:13
Johan V.

Interessant dat de schrijver van deze ‘artikelenreeks’ (misschien willens en wetens) over het feit heenkijkt dat zijn simplificaties en tegenstellingen geboren zijn uit dezelfde noodzaak die ten grondslag ligt aan het DWDD-circus: de dwang een pakkend verhaaltje te vertellen, een leuk stukje te schrijven, een paar minuten te vullen met onderhoudende praat, in niet te veel nuances want dan zapt de lezer verder: ‘Een schrijver is…’ ‘Een auteur daarentegen…’ En: ‘Samen schrijven kan niet.’
Gelukkig zit de wereld complexer in elkaar dan een enkele columnist ons kan doen geloven. En er zijn genoeg echte boeken geschreven door duo’s, of je ze nu schrijvers of auteurs noemt. Ik ben in ieder geval blij dat de onzekerheid inherent aan het schrijven wel aangestipt wordt. Meer mogen we op een podium als dit waarschijnlijk niet verwachten.

Johan V., - 16-02-’14 12:44
Daan Stoffelsen

Geachte heer V.,

Bent u een lezer, een auteur of een schrijver? Anonimiteit doet af aan ernst. Stellingname zonder voorbeelden – iets wat u Jan van Mersbergen niet kunt verwijten, zij het niet op dit specifieke punt – ondermijnt de stelling. Komt u met een illustratie van uw punt dat er goede boeken door duo’s zijn geschreven?

Dan praten we verder.

Daan Stoffelsen, (URL) - 17-02-’14 10:15
Johan Veen

Veen, mijn excuses.

Begrijp goed dat ik het niet oneens ben met wat volgens mij de premisse is van de heer van Mersbergen in zijn stukje: dat de bijzaken rond het schrijven afleiden van het schrijven zelf. Maar het kunstmatige onderscheid schrijver/auteur werkt een soort snobisme in de hand waar niemand op zit te wachten. Ik heb al meerdere amateurschrijvers luidkeels en met glimmende ogen zien verkondigen dat ze ‘schrijver, géén auteur’ zijn.

En terzijde, wat succesvolle schrijfsamenwerkingen: Boris & Arkadi Stroegatski (op hun ‘Bermtoeristen’ heeft Tarkovski zijn fraaie film ‘Stalker’ gebaseerd); Neil Gaiman & Terry Pratchett, ‘Good Omens’; William Gibson & Bruce Sterling, ‘The Difference Engine’; Robert Shea & Robert Anton Wilson, ‘The Illuminatus! Trilogy’; Larry Niven & Jerry Pournelle, ‘Inferno’, om er maar een paar te noemen. Voor meer voorbeelden verwijs ik u naar de Wikipedia-categorie ‘Writing duos’.

Johan Veen, - 19-02-’14 10:11
Jan

Ik zeg niet dat er geen goede boeken zijn waar twee namen op staan, ik zeg alleen dat samen schrijven niet kan. Wel dat ze samen als auteur naar buiten kunnen treden. Die buitenlandse namen van schrijfduo’s vertellen me niet hoe zij samen schrijven, en wikipedia ook niet.

Jan, (URL) - 20-02-’14 20:40
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog