Ja, ik bemin Adele en verlang met haar te trouwen

Het objectieve subject

'Stijl is alles, hoor je vaak. Maar hoe kan een roman je dan in de wurggreep nemen terwijl je voortdurend de neiging moet onderdrukken met een rood potlood woorden weg te strepen, zinnen te verbeteren of hele passages te herschrijven,' vroeg Herman Franke zich af. Hij deed het, hij herschreef een pagina van Hermans' meesterwerk, in een bewonderenswaardig essay.

Naast Anthony Mertens' 'jurylezen, magneetlezen en koortslezen' bestaat er pijnlezen. Pijnlezen is vaak herlezen, een confrontatie met de bewondering van jaren terug. Maar even vaak is de aantrekkingskracht er nog steeds, onverbiddelijk, ondanks de kromme zinnen, de benoemerigheid, de zwabberige omgang met perspectief. Mijn project voor de komende maanden: lezen tot het pijn doet. We beginnen bij Elsschot, Tsjip, en vaagheden.

Toen ik naar de universiteit kwam, bracht ik drie schrijvers in het bijzonder mee: Belcampo, Elsschot en Nescio. Ik heb op deze plek al eerder geworsteld met Belcampo en mijn ergernis over Nescio vertaald in opmerkingen over functionaliteit. Maar waren dat hun beste scènes? Ik zal Nescio's boterhammenworstscène uit De uitvreter oppakken. En vervolgens sla ik de naoorlogse grote drie, vier of vijf over en ga verder met de auteurs die er nu toe doen: Van der Heijden, Thomése, Rosenboom, Grunberg.
Nu: Elsschot. Ik ben destijds verliefd geworden op dit harmonieuze gezin met de knullige dilemma's en het drama dat zich ontvouwt als de liefde eenmaal ruim baan gekregen heeft, maar de eerste zinnen overtuigen niet.

‘Ik herinner mij niet precies meer hoe en wanneer de vreemdeling in huis gekomen is, maar hij loopt hier nu voortdurend rond. Zeker heb ik zijn aanwezigheid in 't begin niet opgemerkt en zat hij boven als ik beneden was. Nu echter ontmoet ik hem op de trap, bots in de gang tegen hem aan en zit tegenover hem aan tafel, want hij eet nu ook mee. Mijn oudste dochter, die hem in huis heeft gehaald, zit naast hem. Zij zijn beiden op de Handelsschool en ik geloof dat hij in 't begin kwam om met haar te blokken. Hij was zwak in de Franse taal en zij in staathuishoudkunde en zij zouden trachten elkander te helpen. Ik heb toen tenminste zoiets gehoord.’

Het is bepaald geen krachtige openingszin. Als je het mysterie van de vreemdeling wilt confronteren met de intimiteit van de ik, dan kan dat stelliger ('Hoe is de vreemdeling in ons huis gekomen? Hij loopt hier nu voortdurend rond.'). Het vage zet door, Elsschot markeert het met woorden als het twijfelachtige 'zeker', met 'opmerken', 'geloven', 'tenminste zoiets gehoord'. En het gegoochel met tijds- en plaatsbepalingen (driemaal 'nu', 'voortdurend', tweemaal 'in 't begin', 'toen'; 'in huis', 'hier', 'boven' - 'beneden', 'op de trap', 'in de gang', 'tegenover hem') is rommelig. En wat staat er nu helemaal? Veel meer niet dan: wat doet die vreemdeling in mijn huis? en: Hij kwam om huiswerk te maken met mijn dochter, en nu blijft hij steeds vaker eten. Bepaald geen doorslaggevende informatie.

Elsschots eerste alinea is niet strak, je zou zeggen dat voor een begin de tweede alinea het beter doet:

‘Het is een lange, beleefde Pool die zijn hakken tegen elkander klapt bij 't begroeten en die bij 't komen en 't heengaan mijn vrouw een handkusje geeft. Zo ongeveer drukten wij, als jongens, de lippen op het heilig sacrament. Ik heb haar al eens gevraagd of Bennek, want dat is zijn voornaam, haar hand werkelijk kust en zij zegt dat het tussen kussen en niet-kussen in is: aanraken zonder nat te maken.’

Want die vage 'hij' heeft een figuur gekregen, en manieren. Hij ís vreemd, in deze vier zinnen laat Elsschot zien wat het lege en burgerlijke 'vreemdeling'niet vertelt. Letterlijk: het is een Pool, hij heeft een afwijkend postuur en gekke manieren. Hij is vreemd zoals religie vreemd is, in een toestand tussen zijn en niet-zijn. Goed beeld trouwens. En wie in alinea één al zag dat er iets speelt tussen Bennek en de oudste dochter, wordt daar niet in bevestigd. Is het liefde? Dan een hoofse. Maar wat kan ons de verhouding tussen hem en die moeder schelen? Er hangt een duel in de lucht!

‘Mijn gesprekken met hem lopen steeds over 't zelfde: het studeren aan de handelsschool en de Europese politiek, vooral in en rond Polen. Ik zou goed doen daar wat meer over te lezen want ik val nogal eens stil en kan dan soms, met de beste wil, niet opnieuw demarreren. Maar tussen ons in, als een dreigend vraagteken, staat die dochter. Over haar wordt niet gerept, maar alleen aan haar denken wij beiden. En als ik hem zijn mening vraag over de Poolse corridor dwars door Duitsland, dan verwacht ik dat hij eindelijk zeggen zal “ja, ik bemin Adele en verlang met haar te trouwen”.’

De verleiding is groot meteen door te stomen naar die geweldige slotzin. Het contrast tussen de saaie materie van handelsschool en Europese politiek en het 'beminnen en verlangen' is meesterlijk. Dat kan natuurlijk veel neutraler, ook voor de oorlog kon je gewoon zeggen dat je van iemand hield en met haar wilde trouwen. Dat 'dreigend vraagteken' als het eerste abstracte beeld in een halve pagina werkt ook goed. Net als de wielrenmetafoor. Is dat een wielrenmetafoor? Deden de Belgen daar toen al aan? Ondertussen merken we dat 's mans onmacht weer opspeelt, en vervagingen als 'vooral', 'wat meer', 'nogal eens', 'soms', 'met de beste wil'.

‘Van haar kant houdt mijn vrouw hem in 't oog en ik ondervind ieder ogenblik dat zij alles opmerkt wat mij ontsnapt.
Zij kent zijn schoenen en dassen als had zij ze zelf gekocht, ziet direct dat hij zijn hoed nieuw heeft laten wassen en weet 's avonds precies wat hij verteld heeft, al kent zij maar weinig Frans. Zodra hij de deur uit is begint zij zijn hele conversatie te ontleden en Adele is het meestal met haar eens, want zij is geheel en al haar moeder, maar dan in 't jong.’

Hoe was je een hoed? Maar de voorlopige conclusie mag wel zijn: als karaktertekening en plotintroductie werkt deze eerste pagina uitstekend. De onmacht van de man, de alwetendheid van de vrouw, dat gaat moeilijkheden opleveren. En weet je wat? Het is er maar één, maar levensgroot, en hij zit tegenover hem.

Dat deze pagina wérkt, is de reden dat je het Elsschot vergeeft dat hij onhandig introduceert met tell en voortgaat met show, eerst abstract (vreemdeling, Europese politiek, alles wat mij ontsnapt) dan concreet (Pool, de Poolse corridor, schoenen en dassen en hoed en rand), dat hij zich herhaalt en vaagheden debiteert. Want dat alles draagt bij aan het enorme dreigende vraagteken tussen kussen en niet-kussen.

(illustratie: de gekopieerde eerste pagina van Tsjip, met aantekeningen van tweeëndertigjarige en tweejarige lezer)

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog