, 26 Februari 2014

Networking poetry

Ik ken een Nederlandse dichter die meent dat de computer is uitgevonden voor gedichten. Hij acht de mate waarin de computer ten dienste staat van zijn schrijven als graadmeter. Als hij geen printjes meer hoeft te maken en hij versies van een gedicht op het scherm kan vergelijken en zo bepalen welke beter is, dan zegt hij: ‘zo’n goede dichter ben ik nu geworden’. Andere dichters hebben handschrift nodig, ook het tempo van het opschrijven en overschrijven met de hand. Hij niet. Je zou natuurlijk kunnen overwegen dat ook andere functies van een computer in verband staan met gedichten. Corresponderen, data beheren. Kennis is poëzie, nietwaar, zelfs geld is poëzie. De dichter die ik bedoel is hoogleraar in de economie.

Ik ken een andere Nederlandse dichter, ik wil er zelfs voor alle duidelijk bij voorop stellen dat het een zeer goede vriend van me is, die de term networking poetry bedacht. Het voordeel van een gedicht, niet van een reeks en al helemaal niet van een bundel maar van een los en tamelijk kort gedicht, is dat je het op het beeldscherm kunt lezen. Veel woorden in een gedicht kennen verwijzingen, geïntendeerde, suggestieve, onbedoelde, impliciete en expliciete verwijzingen naar andere teksten. Met een gedicht echoot van alles mee. Je kunt die verwijzingen sturen door onder ieder woord van het gedicht op de computer een hyperlink aan te brengen naar een andere plek op het internet. Naar een plaatje, een verhandeling, een lemma op wikipedia, een online woordenboek, een ander gedicht, of een filmfragment. De links sturen de verwijzingen een bepaalde kant op, vaak de verkeerde kant of met een kluitje in het riet, maar dat is juist de grap of de bedoeling van networking poetry. Je kan wel klikken, zolang je maar blijft lezen en andere verwijzingen zelf bedenkt.

Poëzie lijkt te maken te hebben met verdichting, een ingekorte weergave die meer verbeeldt of weergeeft dan een lange uitleg. Stefan Themerson ging daar dwars tegenin, door ieder woord in een gedicht te vervangen door de betekenis ervan in het woordenboek. Die bewerkte gedichten werden veel te lang voor een pagina, zelfs voor een beeldscherm, tegen hoeveel inch je ook aan zit te kijken. Een journalist sprak ooit terecht van de verdichtingsproblematiek. In de Amsterdamse tramlijn zeven hangen televisies met korte nieuwsberichten. Ergens in 2005 was daarop te lezen dat New Orleans niet meer overstroomd was en iedereen gered. Amerikaanse televisiekijkers die vrachtwagens met hulpgoederen die kant op zagen rijden, dachten hetzelfde. Maar dat was helemaal niet zo. Mensen zaten er in huizen vol water met hun schoenhakken tegen het plafond te slaan om gered te worden. De ruimte op het schermpje in de tram was simpelweg te klein om het hele verhaal weer te geven.

Overlijden is meestal niet al te bevorderlijk voor het in stand houden van een netwerk – ik bedoel dan voor de persoon in kwestie, aangelegenheden als een begrafenis en andere herdenkingen kunnen juist het verdere netwerk versterken. Ik heb van zo ongeveer mijn zeventiende tot mijn vijfendertigste dichtersavondjes belegd, in den beginne in een triest vandalism proof jongerencentrum in Zoetermeer en eindigend in een chique cultureel centrum in Parijs (rara, welke van de twee bestaat nog?) Op een gegeven moment ken je iedereen, dat stel ik gelukkig spreekwoordelijk. Vervolgens ben ik een aantal jaar gaan recenseren. Recenseren is, hoe mild je ook schrijft, de dichter ten opzichte van jezelf op afstand zetten. Niet in dialoog gaan met de auteur, wat een vergissing is die vaak op internet gemaakt wordt, maar met diens werk. Zogezegd een netwerk opheffen.

Iedereen netwerkt. Elk gesprek dat je voert, iedere hand die je opsteekt en ieder mailtje dat je schrijft is een vorm van netwerken. Het lijkt soms dat mensen die er niet zo bedreven in zijn en het vrij obvious doen er het meest mee opvallen. Het hele begrip vormt een spiegel voor fanatieke bloggers die in het openbaar iemand nauwelijks in het gezicht durven te kijken en zegt daarmee vooral iets over hen. In Duitsland lijkt het allemaal anders, daar ken ik de aanduiding networker met betrekking tot kunstenaar alleen maar in gunstige zin en beslist niet als afbreuk doende aan enige artistieke kwaliteit. Ooit vroeg mijn onderbuurvrouw in Berlijn me te eten. De directrice van het residentie-programma riep meteen oh she is such a great networker. Terwijl ik alleen maar dacht: leuk, ze is aardig en ze heeft een aardige vriend die goed kan koken, zijzelf ook trouwens, ze schenken altijd goede wijn en ze nodigt ook die andere buurman uit en dat is weer een aardige schrijver, en diens vriend ook, et cetera et cetera.

Het is moeilijk te abstraheren, dat verschil tussen Duitsland en Nederland. In de klassieke zin zou de netwerker meer investeren in zijn contacten dan in zijn werk en daarmee per definitie niet de beste kunstenaar zijn, een opvatting die ik in Berlijn maar al te vaak tegengesproken heb gehoord en gezien. Ik ken er vooraanstaande dichters die hun eigen uitgeverijtje beginnen en dan niet om ergens te komen waar ze allang voorbij zijn, maar om de verscheidenheid levendig te houden en het tij gunstig en er simpelweg de moed in te houden. Mogelijk zelfs uit altruïsme, wat iedere verdenking van het netwerken uit eigen gewin om zeep zou moeten helpen. Aanvankelijk schrok ik van het gemak van de positieve duiding van het begrip netwerken en de bijbehorende misvattingen. Ik zou volgens de catalogus van de residentie op mijn veertiende van school weg zijn gelopen om mijn leven aan de poëzie te wijden. Niets is minder waar: op mijn veertiende had ik een grafhekel aan poëzie, ik schreef Engelse songteksten waarvan ik zelf wist dat ze niet erg origineel waren en ben pas later ‘teksten’ in het Nederlands gaan schrijven. Behalve de mythe van de verdichting, is er de mythe van de romantisering, de mythe van de autobiografie.

En het netwerk, intussen? Je moet altijd naar het werk zelf kijken, of het nu verknoopt is met stevig zeemanstouw aan dat van anderen of op de tocht staat in het midden van krioelende USB-kabels. So much is true. Men netwerkt zich met regelmaat in de nesten – hoe duidelijker het doel des te onhandiger de omgang met mensen. Volgens mij moet je het hele begrip omdraaien. I was working as a cocktail in a waitress bar, zong mijn ex-vriendin altijd. Zo kan het ook.


Foto: © Éric Suchère, ... un autre mois ...

Erik Lindner schreef in 2013 voor De Revisor een blog over Berlijn. In 2014 start hij een nieuwe reeks over wat teksten literatuur maakt, als lezer en als schrijver. De vorige aflevering heette Kleine gedachtengang over het gelegenheidsgedicht.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog