, 19 Maart 2014

Man of vrouw

Auteur versus schrijver III

Ik kreeg Keke Keukelaar op bezoek. Ik ging op de foto. De dag ervoor plaatste ze op facebook drie foto’s van vrouwen die geïnterviewd werden in de weekendkranten. Citaat van de eerste vrouw dat er groot uit werd gelicht: ‘Mijn problemen waren prinsessenproblemen: er was geen oorlog, ik heb geen honger... er was gewoon enorme paniek in mijn hoofd.’ Zangeres Jacqueline Govaert: ‘Ik ben ongeduldig, altijd.’ En tot slot een harpiste die zei: ‘Ik huil heel snel.’

Keke vroeg zich af of vrouwen slecht geciteerd of slecht geïnterviewd worden. Ik zie dezelfde trent bij schrijvers, vrouwelijke schrijvers. Interviews gaan over emoties, paniekaanvallen, ziekte, moeite met het moederschap. Deze vrouwen worden niet neergezet als schrijvers (‘schrijfsters’ zeg ik eigenlijk nooit, schrijven is niet geslacht gebonden, dus er zijn alleen schrijvers, zoals Keke ook een fotograaf is), ze worden ook niet neergezet als auteurs, ze worden voornamelijk neergezet als vrouwen zoals alle vrouwen neergezet worden: als vrouwen met problemen.

Ik ging op de vensterbank zitten, voor de foto. Daar was het licht goed. Op de foto was ik niet aan het schrijven. Ik was een auteur. Ik had Keke gezegd dat ik vooral geen hand aan mijn kin wilde. Of een vinger. Verder was alles goed. Ik ging als man op de foto, daar zorg ik wel voor. Als mannelijk auteur.

Het onderscheid tussen schrijver en auteur is wellicht nieuw, schrijvers worden al heel lang verdeeld in mannelijke en vrouwelijke schrijvers. Vaak gebeurt dat door vrouwen zelf, die bijvoorbeeld een literaire prijs in het leven roepen waar alleen vrouwelijke schrijvers aan mee mogen doen (Opzij Literatuurprijs, Anna Bijnsprijs). Ik ken de precieze achtergronden van die prijzen niet. Charlotte Mutsaers vertelde me eens dat ze die prijzen haat. Dat kan ik me goed voorstellen. Zij schrijft. Pas als ze met haar boek de hort op gaat wordt ze een vrouw, veronderstel ik. Ze is pas vrouw als ze auteur wordt. Of is ze de hele tijd al in de eerste plaats een vrouw, ook als ze aan het schrijven is?

Waar het mij vooral om gaat: er zijn mannen die schrijven en vrouwen die schrijven en in beide groepen zitten heel goeie schrijvers en ook slechte schrijvers. Er zijn echter ook mannelijke auteurs en vrouwelijke auteurs, dat verschil is helder: een vrouw die met een boek naar buiten komt en een lezing geeft is toch anders dan een man die zoiets doet. Dan speelt opeens uiterlijk een rol. Je kunt er niet omheen. Hoe ijdel schrijvers zijn maakt niet uit, het verschil tussen mannen en vrouwen wordt gemaakt als de schrijver in beeld is.

Keke heeft een kindje van vijf maanden. Op haar telefoon had ze een foto van de jongen. Ik vertelde over mijn kinderen. Even waren we ouders.

Een schrijver die op de foto gaat wordt een auteur. Ik ben niet alleen een mannelijke schrijver maar ook een mannelijke auteur. Waar ik vaak tegenaan loop, als we toch met clichés bezig ben, is dat mijn voorkomen botst met het beeld dat bij schrijvers hoort en dat vastgeklonken zit in de hoofden van lezers en toeschouwers: stoffige mannetjes, klein en verlegen, warrig haar, bleek, iel, mager, rokend en drinkend, snel dronken ook. Ik ben kalend en bleek, tsja, maar ook groot en sterk en ik ga ergens staan, neem mijn plek wel in. Dat weet ik.

Tijdens het knippen van de foto dacht ik aan Edward van de Vendel. Hij had mijn laatste roman gelezen en vond de taal subtiel en emotioneel geladen en hij zei me dat ik maak de thematiek invoelbaar maakte. Hij vond het geen mannenboek. Ik bedankte Edward daarvoor.

Echter, de tekst is niet wat een auteur meeneemt zijn werkkamer uit, de straat op, de media en de zaaltjes in. Dat zijn de personages, de setting, het verhaal. Een roman over jongens die aan auto’s sleutelen: mannelijk. Een boek over een bokser die bij de stierenrennen terecht komt: mannelijk. Een man die zich verliest en terugvindt tijdens een carnavalsnacht waarin hij ruim zeventig biertjes drinkt: mannelijk.

Als Heleen van Rooyen fotos van zichzelf maakt en op twitter plaatst is het Letterkundig Museum geïnteresseerd. Hebben ze met haar teksten ooit iets gedaan? Lezers maar ook het Letterkundig Museum en Heleen zelf maken van haar een auteur. Van Heleen begrijp ik dat, ze runt een bedrijfje en ze is zelf het product. Ze schrijft heel goed, vind ik, maar dat maakt na een jarenlang auteursoffensief niet meer uit, ze wordt al lang niet meer op haar boeken beoordeeld.

Keke zette een statief meer, daar plaatste ze een lichtscherm tegenaan. Ze had ook nog een camera met gewoon een rolletje erin. Het scherm viel om. Ze had het verkeerde rolletje. Toch bleef ze een fotograaf, ze werd geen moment een vrouw die fotografeert.

Jamal Ouariachi schreef laatst in Vrij Nederland een artikel over de kwestie man-vrouw. Vrouwen moeten de lat hoger leggen, luidde de titel. Saskia de Coster had gewaarschuwd: vrouwen komen eraan, want ze spelen al jaren tweede viool. Hoe kun je tweede viool spelen aan je schrijftafel? Er wordt gesteld dat literaire prijzen vaker naar mannen gaan. Het zegt mij niets. Het zou vreemd zijn als literaire prijzen vaker naar kassamedewerkers gaan dan naar schrijvers, maar dat is niet zo. Toen ik genomineerd was voor de Libris Literatuurprijs, twee jaar geleden, waren er geen vrouwen genomineerd. De genomineerden waren zes mannen, blank, tussen de dertig en de vijfenzeventig. Het prototype auteur is iets anders dan het prototype schrijver.

Ook wordt er in het artikel gesteld, en dat doen feministes vaker, dat vrouwen toch voor hun kinderen moeten zorgen, ook als ze literair schrijven. En dat ze daarom geen prijzen winnen, want goed schrijven en moederschap gaan niet samen. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat ik (schrijver) de vader ben die in de klas van zowel mijn zoon als mijn dochter verreweg de meeste tijd met zijn kinderen doorbrengt.

Ouariachi: ‘Spoel die parttimementaliteit door de plee: dump eventuele kinderen bij je geliefde (m/v) en schrijf de beste roman ooit.’ Dat laatste begrijp ik en dat van die partneralimentatie ook, je kinderen dumpen voor de literatuur is stompzinnig. Kwaliteit van schrijven heeft niets met je gezinssamenstelling te maken. Het vraagt concentratie, creativiteit, hard werken, volhouden. Ouariachi is niet alleen een man, hij is een man zonder kinderen. Een schrijver zonder kinderen.

Natuurlijk zijn er schrijvers die moeite hebben met het schrijven van een goede roman sinds er kinderen rondkruipen, maar dat is de reden niet. Schrijven is altijd moeilijk. Wat meer opvalt: auteurs gebruiken dit als excuus, schrijvers niet.

In 2009 schreef Marjolein Februari over de kwestie. Vrouwen (steeds zo algemeen) moeten (van wie?) afstappen van hun thematiek terwijl mannen dat niet hoeven. De voorbeelden die Februari aanheelde komen denk ik uit thrillers. Daarin worden chichés gebruikt, man-vrouw clichés. Ik tel thrillers niet mee, ze zijn stom. Vrouwen die niks meer zijn dan een omhulsel om een lul, ik weet niet wie zoiets verzint, ik kan me voorstellen dat vrouwen zich daar druk over kunnen maken, maar dat kunnen mannen ook. Het gaat hier eerder over beroerd schrijven dan over vrouwelijke en mannelijke schrijvers.

Inmiddels is Marjolein Februari een man.

Keke wilde ook buiten nog foto’s maken. De mensen uit de straat die langs liepen keken naar me. Voor hen was ik geen schrijver, ik was een man die op de foto ging en de fotograaf was een vrouw. Ik zag aan hun gezichten dat het verwarrend was en die gezichten en de gedachten achter die gezichten kwamen misschien wel het dichtst bij de kern: de rollen liggen vast, dat wordt doorbroken, er zijn mensen die dat doen, dat kost tijd, het komt wel goed.

Zo lang de kwestie benoemd wordt is het een kwestie, denk ik. Maar ik ben dan ook een op en top mannelijke schrijvers. Mijn roman over drie vrouwen die ook nog eens alle drie moeder zijn wordt zelden genoemd. Heel soms krijg ik de vraag hoe ik me zo heb kunnen inleven in vrouwen, in bevallingen, in de zorg voor een kind. Nou, ik heb me niet ingeleefd, ik kijk alleen goed om me heen, ben bij de twee bevallingen van mijn kinderen geweest, heb de tweede bevalling zelfs meegemaakt zonder verloskundige, die rol nam ik op me, en ik vertel daar over tijdens lezingen en in interviews, toch komt er zelden iemand op terug, want ik blijf een man die schrijft en mijn brede schouders vormen nog altijd een soort contrast met mijn gevoelige pen, dat eerste blijft meer hangen dat het tweede.

Ik begin bijna te geloven dat mijn nieuwste roman weer een mannenboek is, dat wordt in de recensies benadrukt. Twee vaders en twee zonen die op reis gaan, en vrouwen die weggedrukt zijn omdat het boek niet over moeders gaat en hun probleem met een man die vaak op stap gaat, maar over vaders die een band met hun zoon proberen op te bouwen of te onderhouden. Een mannenboek, geschreven door een man, alles klopt.

De fotosessie met Keke zat er op. Beter gezegd: het was kwart voor drie en ik moest weg, mijn kinderen ophalen bij school.

Later die dag stuurde Keke twee fotos: een zwart-wit en eentje in kleur. Keke stelde een vraag: ‘Ben jij dat?’ Het was een goeie vraag. Ik wil graag dat een auteursportret dichtbij mezelf staat. Bij mezelf als persoon en als schrijver. De zwart-wit foto was beter.

Foto: Keke Keukelaar

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog