, 07 April 2014

Een oude Mercedes

Auteur versus schrijver IV

Die ochtend vertrok ik samen met Daan Heerma van Voss naar een middelbare school in Amersfoort. Daan gaat deze hele maand langs scholen in Nederland, soms twee per dag, en steeds is er een andere schrijver die hem vergezelt. Het CPNB en de Bezige Bij organiseerden deze rondgang, die ze JongerenliteraTour32 doopten, naar de laatste roman van Daan, Het land 32. Het belangrijkste aan de tour: Daan zou rondgereden worden in een grote oude Mercedes met witte stickers op de deuren waarop stond: JongerenliteraTour32.

We gingen op pad. Twee schrijvers op de achterbank, voorin twee medewerkers van het CPNB, Anne en Sharon, die de tour begeleidden. De stad uit, de snelweg op. Het was een mooie dag, we hadden de tijd, we zouden wel zien. In Amersfoort wachtten ruim zeventig jongeren op ons. Ze hadden onze romans gelezen, werd gezegd. Het zou geen lezing worden maar meer een vragenuurtje. We hadden vijftig vragen doorgestuurd gekregen, die namen we nog even door, op de achterbank. Vragen als: schrijf je wel eens autobiografisch? Waar schrijf je het liefst? Wat doe je als je een writersblock hebt? Baseer je personages op vrienden en familie? Waarom is muziek belangrijk voor je? Waarom ben je schrijver?

Vooral die laatste vraag bleef even in de oude Mercedes. We stonden even buiten Amsterdam stil bij een tankstation. Een man van het tankstation keek naar de koeling van de motor, onder de motorkap. We konden wel verder zei hij, terwijl de schrijvers op de achterbank kruisjes voor de vragen zetten die zeker aan bod moesten komen.

Waarom ben je schrijver?

Net die week kwam ik op Wikipedia terecht op de pagina ‘schrijver’. Iemand die geschreven werk produceert, dat is een schrijver. Heldere omschrijving. Vooral de zwart-wit foto met het onderschrift ‘Een schrijver’ vond ik fascinerend: een man in een pak met een snor en een bril. Zo ziet een schrijver eruit.

De foto waarop ik met Daan op de achterbank van de Mercedes zit zal nooit geplaatst worden onder het kopje ‘schrijvers’. Zijn dit auteurs? Volgens mijn definitie wel, schrijvers die na het schrijven de boer op gaan. Wikipedia heeft ook een pagina ‘auteur’, hun omschrijving is een stuk moeilijker: ‘Een auteur (van het latijnse auctor, schrijver) is de oorspronkelijke geestelijke eigenaar van een creatief werk.’ Dat klopt in feite wel, het maken van een tekst is iets anders dan het geestelijk eigenaar zijn van een tekst. Het schrijven is dan al gedaan. Van een auteur hebben ze in ieder geval geen foto.

We reden verder. Op de snelweg vlakbij Eemnes begon de auto te roken. Anne van het CPNB besloot de auto op een kort stukje vluchtstrook te zetten. De motor was oververhit. Er stond een praatpaal, Sharon belde de wegenwacht. Er zou iemand naar deze vluchtstrook komen en de man van de wegenwacht adviseerde uit de wagen te stappen, dat was veiliger. De motor begon te tikken. Daan pakte zijn laptop en begon ook te tikken. Dit is goud, zei hij.

Hij ging schrijven, dat vond ik mooi. Ook langs de snelweg, naast de vangrail, bij een rokende oude Mercedes. Ik had geen computer bij me, anders was ik ook gaan schrijven, dan had ik het begin van dit stuk alvast geschreven. Een opengeklapte laptop maakt je wereld klein, er zijn alleen de woorden die je in je hoofd hebt en die je wilt vertellen, en het Word-document waar die woorden op verschijnen. Het klinkt romantisch, maar ik zag aan Daan dat hij de omgeving heel goed kon missen, dat hij het liefst schreef.

Er kwam een sleepwagen van de ANWB. De Indiase man was onverstaanbaar maar wel handig met het oppikken van de Mercedes en het rijden naar een wegrestaurant met een parkeerplaats, iets verderop: De Witte Bergen.

De man van de sleepwagen vertrok, daarna kwam er een monteur die koelvloeistof in een reservoir bij de motor goot. De vloeistof kwam er pruttelend weer uit en de man zei: Die is dood.

Er werd een vervangende auto geregeld. Dit oude brik werd opgehaald en er zou ergens een vervangende wagen staan. We dronken koffie in de Witte Bergen, een enorme ruimte met paarse zuilen en lampen die er Chinees uitzagen. Druk bezet. In de kelder was een congrescentrum. Het voelde als Lost in Translation. Naast ons zaten gamers met laptops, er liepen mannen in pak, op een scherm stond dat er mensen uit Birma en Egypte aan zouden komen die dag.

De oude Mercedes werd opgehaald door een man met een sleepwagen die de medewerkers van het CPNB steeds ‘meisies’ noemde. Er zat geen vering in deze sleepwagen. De sleper benadrukte dat door te stotteren: Er zi-zi-zit geen ve-ve-vering in.

Op IJburg konden we een auto ophalen, daar bracht de sleper ons naartoe. We reden over drempels en kasseien. De sleper stotterde: Le-le-le-le-lekker we-we-we-weggetje.

Ik nam tram 26 naar Centraal Station. Ik was moe. Ik had niks geschreven, ik had geen lezing gegeven, ik had wat gehangen in een auto en langs de snelweg en in een wegrestaurant, en nu in een tram die heel snel bij CS was. Vandaar fietste ik naar huis. Daar begon in te schrijven.

Samenvatting: twee auteurs strandden op de snelweg waar Daan Heerma van Voss weer schrijver werd, iets wat ik thuis pas weer werd.

Conclusie: wie wil schrijven neemt zijn laptop mee.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog