277

500 à 1000

De opa van mijn vrouw wilde dood, behalve als de Tour de France op televisie was. Toen Wiggins gewonnen had, hebben we de opa gecremeerd en de oma verhuisd. Naast hen woonde een lesbisch stel, door hen consequent aangeduid als ‘de meiden van hiernaast’, ook toen die daar niet echt de leeftijd meer voor hadden. Toen we vierden dat de opa tachtig werd, droeg een van deze meiden bretels. Vroeger dacht ik dat bretels (spreek uit: brétuls) en bretels (bruhtèls) twee verschillende dingen waren. Het woord dat ik las, was niet wat mijn moeder me aantrok om te voorkomen dat mijn broek van mijn kinderbillen zakte.

Nadat Jessica – die ons in de drie jaar dat ze naast ons woonde altijd alleen maar chagrijnig aanstaarde – verhuisd was, kwam er een lesbisch stel naast ons wonen. Mijn vrouw vertelde enthousiast aan haar moeder dat ze nu haar eigen meiden van hiernaast had.
‘Je bent zelf een meid van hiernaast.’

Onze buurvrouwen hebben regelmatig ruzie. Ze schreeuwen daar nogal bij en wij horen dat nogal goed. Vooral in de badkamer. We brengen tegenwoordig meer tijd door in onze badkamer dan strikt noodzakelijk. We weten nu dat de een niet de anders fokking bediende is en dat de ander haar sleutel in moest leveren bij de een. Daarna: ‘Wat ga je doen, wat ga je doen, WAT GA JE DOEN?’ Wat best een vreemde vraag is als je iemand weggestuurd hebt. De deur sloeg dicht. Ze kwam dezelfde dag nog terug.

Mensen vragen ons vaak of wij wel eens ruzie hebben. Of, op dansles: of we in het echt ook een relatie hebben. Of, in het geval van obers en caissières: of we zussen zijn. ‘Nichtjes dan?’ probeerde een bijzonder vasthoudend exemplaar. Waarna ze opgetogen concludeerde: ‘Hele goede vriendinnen.’ Dat hebben we maar zo gelaten.

Ik verwacht nog steeds dat mensen ons zullen vragen of we nu echt dezelfde bril hadden moeten kopen. De opticien zei dat ze helemaal niet zo veel op elkaar leken. Ooit waren we bij de opticien en toen bleef een klein meisje maar om ons heen hangen. Tot haar moeder het te onbeleefd vond worden en haar dochter bij zich riep.
‘Maar ik weet nog niet wie van hen de moeder is!’
Ik ben drie weken ouder dan mijn vrouw.

Natuurlijk hebben wij wel eens ruzie. Al komt het niet vaak voor en is het niet te horen, niet geschikt als entertainment voor de buren. Al kun je het ook anders noemen: discussies. Meningsverschillen. Of de opa toen wel tachtig werd. Of het aan ons lag dat Jessica zo keek, wat het meisje bij de opticien precies zei. Of dit een gedicht is en wat ik ermee zal doen. Voor we het wisten hadden we ruzie over hoe vaak wij ruzie hadden en wat je een ruzie kon noemen. Over of dit er dan eentje was.

We besloten van niet, maar maakten het goed.
Wij maken het goed.

*

Nieuwe fictie exclusief online. Een kort verhaal in 500 à 1000 woorden, dat vragen we debutanten, én gevestigde auteurs. Geen column, geen blogpost, geen dagboeknotitie: fictie, op een voor internet geschikte lengte.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog