De boekhandel spreekt

Auteur versus schrijver VIII

Er is één plek waar een schrijver direct verandert in een auteur, na de eerste stap over de drempel: de boekhandel. Zelden wordt er in die openbare boekenpaleizen gesproken over schrijven. Verkoop staat hier centraal. Er borrelt een vreemd verbond tussen boekhandelaren en schrijvers, een verbond dat schippert tussen bewondering, onderdanigheid en professionaliteit, en in die band vervaagt soms het onderscheid tussen schrijver en boekverkoper. Nu ben ik voor het opheffen tussen allerlei onderscheid dat tussen mensen gemaakt wordt, maar als ik me dan toch als schrijver voor moet doen en die rol moet vervullen dan wil ik graag dat uitgevers, recensenten, collega’s, fotografen, interviewers hun rol doordacht op zich nemen, en dat geldt ook voor boekhandelaren.

Mijn buurtboekhandel is Schimmelpennink, aan de Weteringschans in Amsterdam. Een van de beste boekhandels die ik ken, want uitgesproken, klein, gezellig, en ik krijg er koffie. Boekhandelaar Schimmelpennink Ton ken ik al zeker vijftien jaar. Laatst stapte ik met Tim Knol de winkel binnen. Samen met twee vrienden maken Tim en ik momenteel een muzikale show voor Lowlands en we zochten daar try-out plekken voor, laagdrempelige sympathieke plekken waar we de liedjes en de teksten die we willen presenteren kunnen oefenen met een klein publiek er bij. Dus vroegen we Ton. Hij zei: ‘Daar heb ik helemaal geen zin in.’

Daarna zei hij ook nog dat mijn laatste roman een stapje terug was vergeleken met mijn carnavalsboek, een reactie waar ik al twee jaar huiverig voor ben en die gelukkig niet door de recensenten overgenomen is, die hebben De laatste ontsnapping als boek op zich besproken, en goed besproken. Ton is uitgesproken. Dat is heel goed. Maar soms is het heel vervelend. Dan is hij geen boekhandelaar meer, maar wordt hij een redacteur, of een vriend, of een recensent. Welke rol rest mij als schrijver dan? Een vriend die zwijgt? Een bezoeker die snel weer de winkel uit gaat? Een toerist of buitenstaander, dat zou nog het beste zijn.

Nu is Ton al een dagje ouder en wil hij geen gedoe in de winkel, vandaar dat hij die muziek niet wilde. Bij een Revisorpresentatie speelden Tim en de broers Jan en Rik van Doorn een paar liedjes, en daar was Ton heel blij mee, maar nogmaals die winkel vol met bierdrinkende en schreeuwende mensen, dat was hem iets te veel.

Tim en ik stapten de winkel uit, begeleid door het vogeltje dat automatisch piept als er iemand de winkel in- of uit gaat, en Tim zei: ‘Daarnet voelden we ons nog zo goed.’

Dit is precies het gevaar van boekwinkels. Schrijvers stappen vol goede moed binnen en na vijf minuten voel je je misselijk en wil je weg. Je laatste roman ligt niet op de plank, oude boeken hebben ze niet op voorraad, in de top-tien staan alleen afschuwelijke thrillers of hype-romans, de boeken die aangeprezen worden door de verkopers zijn slecht geschreven en goedkoop uitgegeven. Zo moet een wijnboer zich voelen, die zijn hele ziel en zaligheid in een product legt, en dan de schappen van de Gall & Gall allerlei troep afgeprijsd ziet, en zijn flesje wijn staat ergens op een onverkoopbare plek, en de verkoper weet het verschil tussen de wijnen niet, die is vooral behendig met het bedienen van de kassa.

De laatste tien jaar zijn boekhandels erg belangrijk geworden in het boekenvak. Waar de verkopers voorheen gedwee luisterden naar de kenners die in kranten en tijdschriften of op tv hun gefundeerde mening naar voren schoven, waarna de winkels die boeken netjes inkochten omdat het publiek de volgende dag om die boeken vroeg, worden tegenwoordig quotes van boekhandelaren op de covers gedrukt, praten maandelijks vier boekhandelaren bij De Wereld Draait Door over boeken (‘Ze weten álles van boeken, zien er maandelijks stapels nieuwe van én ze hebben een sterke mening: elke laatste dinsdag van de maand in DWDD een panel van vier boekverkopers met de boekenrubriek ‘Boek van de Maand’. Ze presenteren hun favoriete boek in de uitzending en kiezen gezamenlijk één ultiem ‘Boek van de Maand’.’) en is het Boek van de Maand van DWDD zo’n beetje de belangrijkste literaire prijs van Nederland, in ieder geval wat betreft het effect op de verkoop.

Boekhandelaren zijn al lang niet meer enkel verkopers, het zijn belangrijke spillen in het literaire veld geworden. Redacteuren, publiciteitsmedewerkers en verkoopmedewerkers kunnen maar beter die boekhandelaren te vriend houden. Schrijvers ook. Nu is er geen reden ruzie te maken met een boekhandelaar, en dat ben ik hier zeker niet van plan. De verschuivende posities brengen echter wendingen met zich mee die vooral zijn weerslag hebben op schrijvers.

Toen mijn laatste roman was verschenen heb ik een flink aantal boekwinkels bezocht, ter promotie van het boek en ook omdat de winkels graag een literaire avond willen, die ik dan verzorg. Nergens problemen, overal aardige mensen, bosjes bloemen, flesjes wijn, signeren, handjes schudden, en veel vertellen over de roman. Die avonden zijn echter slopend als er over de verkoop gepraat wordt, de core business van de winkels. Bijna op iedere avond wordt er naar gevraagd. ‘Hoeveel verkoop jij nou?’ Of: ‘Kun je er nou van leven?’ Of: ‘Ik geloof dat dit boek het minder doet dan dat vorige...’ Waarbij de boekhandelaar zo gauw niet op de titel kan komen. Soms noemen ze mijn zesde roman ook nog mijn eerste roman. Verkoopcijfers zijn gemakkelijker te onthouden dan publicaties.

Die houding sloopt een schrijver. Ook sloopt die houding de auteur die vol goede moed en voor een flesje wijn het land doortrekt om zijn boeken aan te prijzen en de boekhandels te vriend te houden.

Soms gebeurt dat slopen al in de eerste mail. Via Facebook kreeg ik een bericht van een boekhandelaar uit het oosten van het land. De vrouw was diep onder de indruk van mijn laatste boek, ze schreef dat ik een dichter was die romans schrijft. Ook schrijft ze halverwege de mail, in een onopvallend zinnetje: ‘We hebben je boek tot nu toe teleurstellend verkocht.’

Mijn reactie: ‘Mooi dat je me een dichter noemt maar zeg liever niks over verkoop, ongevraagd. Dat wil ik niet weten!’

Boekhandelaren bekijken natuurlijk hun cijfers, maar een schrijver die hard werkt aan zijn idioom, die zijn stem nog altijd zoekt en uitbouwt, die voorzichtig nadenkt over een volgende roman, die zelfs zijn uitgeverij nooit vraagt naar oplages en verkoopcijfers, wil niet lastig gevallen worden met de verkoop van zijn roman in een specifieke winkel.

Het ongevraagde, daarin schuilt de kern. Ik ga graag op pad met mijn boek als een kindje op mijn arm, en natuurlijk heb ik graag dat mijn boek gelezen wordt en praat ik graag over het boek maar dan bij voorkeur over de tekst, de thema’s, de karakters, die onderliggende lagen. Ook al staat er een kassa in de winkel, een schrijver praat liever niet over de verkoop. Iedereen mag de cijfers weten, heel leuk als een boekwinkel een de top-tien publiceert en de voorkeuren van medewerkers om covers schuift, maar de schrijver zelf is voor die informatie bewust blind en doof. Dat brengt de auteur te dicht bij de schrijver.

Eén reactie

ton schimmelpennink

Jezus, Jan, was het zo erg?
Niks van aantrekken hoor!
En die zuipende vrienden van je vind ik ook best aardig.
Hartelijke groet (ook aan Tim)

ton

ton schimmelpennink, - 23-08-’14 22:37
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog