Alsof Pygmalion vrouw wilde worden

Het objectieve subject

Soms vergeet je bijna dat je een vent bent. Of althans, iets anders dan een jonge vader, of iemand die graag leest en graag goed leest en daar graag goed over schrijft, of een toevallige inwoner van dit land. Zelfs in de spiegel ben je in de eerste plaats jezelf, een vertrouwd gezicht, geen analyse nodig. Foto's veranderen het verhaal, vervreemden je van die simpele veelvoudigheid. Opeens ben je een witte man tegen een donkere achtergrond, samen met vier andere mannen.

Over het misverstand dat het mogelijk is je daarvoor te verontschuldigen of dat het wenselijk is alles te veranderen. En over een scène in het romandebuut van Bregje Hofstede, die ooit in Parijs studeerde, een Nederlandse studente in Parijs opvoert als personage, maar een zeer geloofwaardige mannelijke verteller gebruikt. Over hoe veelvoudigheid simpel kan zijn. En over hoe Pygmalion een vrouw wilde en niet worden wilde.

Ik heb mezelf altijd als feminist beschouwd, tenminste sinds mijn puberjaren, toen ik mijn moeder bewonderde. Dat is niet meer verdwenen. Vrouwen horen gelijkwaardig behandeld te worden en gelijkwaardig beloond. Ik zou graag meer vrouwelijke ministers en brandweerlieden zien, en meer huisvaders en meesters. Mijn favoriete schrijver is een vrouw, en ik zou graag meer dan drie titels van schrijfsters op de AKO-tiplijst zien. Meer ook dan de dertig procent van de totale literaire boekproductie waar we nu mee moeten leven. Er is een bestaansrecht voor literair feminisme.

Ik ben geen praktiserend feminist. Ik heb nooit een bh verbrand, ben niet de straat opgegaan voor vrouwenrechten, ik scheer me wel.

Dat is ook niet het bezwaar. Het gaat niet om mij, het gaat om ons. Wat het meteen ingewikkelder maakt. Hoe verdedig je dat je bij elkaar bent? Hoe scheef de verhouding ook is, hij is er, en naar onderlinge tevredenheid. Kijk, die 50-50 bijdragen door mannen en vrouwen halen we nooit. Maar we zitten ook niet op 3-22. Eerder de betreurenswaardig normale verhouding 33-67. Het komende nummer zou met aftrek van de stukken van de redactie op 50-50 komen. Dus of we nu wel of niet te mannelijk lezen, alleen al door het feit dat we mannen zijn en zelf meeschrijven, selecteren we minder schrijfsters.

Maar hoe verdedig je een relatie? We waren vrij, en we zagen grote kwaliteiten in elkaar. Of althans, onze koppelaar. En nu hebben we een vredige, kritische verhouding, met veel praten, platonisch maar niet geheel monogaam (u leest ons ook wel eens ergens anders). Die vrede is in ieder geval mooi meegenomen; er schijnen voorgangers te zijn geweest die elkaar met typemachines begooiden. Moet ik, als niet-praktiserend feminist, in dat goede huwelijk stoken?

Zonder een literair tijdschrift met een telecombedrijf te willen vergelijken: ik geloof niet in quota. In een voorzichtige parafrase: uiteindelijk zie je vooral blanke, hoger opgeleide vrouwen, tussen de 20 en 45 jaar oud met dezelfde sociale achtergrond binnenkomen. Een aantal lijkt in gedrag en capaciteit erg op de mannen die er al zaten, inclusief hun tekortkomingen. We hopen op meer schrijvende vrouwen die vanuit hun vrouw-zijn deels andere belangrijke waarden, inzichten en kwaliteiten kunnen toevoegen aan de literatuur. Maar ja, vrouwen zijn ook maar mensen. Allochtonen ook, trouwens, want die blijken volgens dat telecombedrijf dan weer te zeuren over het voortrekken van vrouwen.

Ik geloof alleen in quota op kwaliteit, en dan streven we naar 100%.

'Wij willen niet veranderen,' schreef een collega bij die foto met vijf mannen. Zij is een van vier redactrices in een redactie van negen; de andere tijdschriften lopen hoogstens een op drie. Ik vind dat bewonderenswaardig, en zeer te waarderen, een goede poging om je ideaal in de literatuur vast te leggen. Maar veranderen, dus zoeken naar vervangers of nieuwe leden, moet een goede reden hebben.

Goede redenen zijn welkom, maar vooral betere redenen dan: enige stabiliteit is goed voor de duurzame kwaliteit van een literair tijdschrift.

Ondertussen kijk ik naar die foto en zie ik vooral vijf mensen met jonge kinderen. Wij schrijven over bevallingen.

*

Dat is een gek bruggetje naar het boek van Bregje Hofstede (1988), waar geen jonge kinderen in voorkomen, en evenmin een bevalling. Wel twee onvoltooide zwangerschappen. De hemel boven Parijs (lees een fragment op Athenaeum.nl) heeft als premisse dat een hoogleraar op leeftijd in zijn collegezaal zijn grote liefde terugziet - zoals ze toen was. Deze Nederlandse Erasmusstudente, Fie, is in bijna alles - het gebit niet - zijn jeugdliefde van weleer, Mathilde. De hoogleraar, Olivier, raakt in de war, verliefd, of niet?, in ieder geval raakt hij te betrokken bij haar. Op enig moment ziet Fie de foto's van Mathilde.

'Ze opende de doos en bladerde met beide handen door de afbeeldingen. Hier was in honderdvoud een gezicht dat leek op het hare – al kon ze nauwelijks zeggen hoe sterk. Haar eigen gezicht en lichaam kwamen haar ook altijd vreemd voor op foto’s, en pasten niet bij het gevoel dat ze haar van binnen gaven. De façade was in een andere stijl dan het interieur, een onbekende, buitenlandse stijl die haar zo vreemd was dat ze er niet eens een oordeel over had.'

Zoals je je eigen voicemail kan horen, maar je er niet in herkent. Op dit punt in het boek, maar wel vaker, denk je: dit boek gaat over identiteit. Dit meisje is zo leeg, onuitgesproken, zo zonder verleden, zo onvolwassen, ze heeft het maar amper door. Of: ze voelt zich een vreemde, niet alleen in dit andere land, maar in dit lichaam. Hofstede schrijft precies, netjes, haar beelden en zinnen vliegen niet uit de bocht. Deze eerste zin is daarop een uitzondering. Afbeeldingen zijn niet concreet genoeg om aan te raken, bladeren met beide handen klinkt gretig, maar hoe doe je dat? En de herhaling van 'vreemd' met datief-'haar' is lelijk. In de ene zin een kunstmatig alternatief, in de andere niet ver genoeg gezocht. Wel mooi: 'Al kon ze nauwelijks zeggen hoe sterk.' En: 'De façade was in een andere stijl dan het interieur.'

Gaat De hemel boven Parijs over beelden van jezelf? Of over verhalen? Over jezelf heruitvinden?

'Er was een foto van Mathilde in de Tuileries, op de rand van een fontein die vol met water stond, en waarop kleine bootjes zeilden. Hier had ze dus gezeten, in dat ouderwetse shirt met het fruit erop. Een katoenen shirt dat wuifde in de milde wind en zacht was van het vele dragen. Fie kon zich dat herinneren alsof zijzelf die zomer hier had meegemaakt. Ze kon zich het geluid van spelende kinderen herinneren, en zich de stoffige lucht en de nasmaak van aardbeienijs voor de geest halen. Ze kon die dingen oproepen zoals ze zich ook haar eigen wieg herinnerde, als een gigantisch deinend schip, donkerblauw, bekleed met wit katoen. Ze was toen vijf maanden oud, maar ze kende het van foto’s. Wie kon bewijzen dat die herinnering niet echt was? Hij voelde echt. De zon blonk op de donkerblauwe lak, de wielen piepten, wit grind schoot eronder weg. Wie bewees dat zij niet het meisje van de foto was?
[...]
Het idee dat ze kon kiezen uit verschillende verledens, net als tussen mogelijke toekomsten, had iets aanlokkelijks. Hier in het park, terwijl de kou en het bonzen van haar voeten haar verdoofden, leek het bijna vanzelfsprekend. Alle paden kwamen steeds op nieuwe kruisingen uit. Als ze nu eens achteruit zou lopen?'

Die laatste zin verwacht je niet. Het slot van de roman is verrassend, tegenintuïtief, en het versterkt het vermoeden dat Hofstede niet alleen gespeeld heeft met het Pygmalionverhaal - het boek bevat ook beschouwingen over kunstenaars die tevergeefs aan het ideale kunstwerk werkten, en collega's van hen die dat ironiseerden met leegte. Nee, ze heeft het bewerkt. Een man herkent een meisje, en verzint een nieuwe liefdesgeschiedenis - die anders afloopt. Pas dan begin je te twijfelen of het verhaal realistisch is, of realistisch is gemaakt door dat mannelijke personage.

Wat Hofstede amper doet, is de vrouwelijke ervaring beschrijven. De menselijke, misschien. Maar vooral de ervaring van de oudere man die zijn mislukte verleden denkt te kunnen repareren. Zowel Fie als Mathilde zijn eerder afspiegelingen van dat verlangen dan echte mensen, mensen die zelf handelen, ingrijpen - tot het slot.

Dat hoeft ze wat mij betreft ook niet. Mensen schrijven interessante literatuur over mensen, die mensen streven, verlangen, reiken. Maar als dat in dit geval naar een romantisch ideaal is, en niet een politiek idee, oké, het gaat om hoe dat tot leven komt. Dat dat tot leven komt. Hoe Pygmalion tot leven wekt, of levend wordt.

Maar hij wordt niet een vrouw.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog