Schijnbeweging

Het objectieve subject

Joost de Vries zal niet de Jan Hanlo Essayprijs groot winnen. Niet die van 2015 in ieder geval, en hij verkeert in het goede gezelschap van Maarten Asscher, Tijs Goldschmidt, Hans den Hartog Jager, Joke Hermsen, Pieter Hoexum, Auke Hulst, Oek de Jong, Michel Krielaars, Marita Mathijsen, Nicole Montagne, Arjen Mulder, David Van Reybrouck, Rudi Rotthier, K. Schippers, Arjen van Veelen, Pieter Steinz en Joost Zwagerman. De grote prijs zal, lees ik in de krant, niet uitgereikt worden. (De kleine wel! Inzenden kan nog!) De Vries is een serieuze kandidaat, een van onze beste lezers en onze avontuurlijkste schrijvers, en zijn nieuwe boek Vechtmemoires brengt enkele van zijn beste stukken samen. Over ironie, seks, karaktertekening, literatuur, dood. Ik zeg stukken, want het boek bevat memoires, analyses en essays, maar heel persoonlijk wordt het niet. Behalve in een stuk over Christopher Hitchens, dood en fictie.

'Wat een droogkloten'

Sowieso is De Vries eerder een stellig analyticus dan een analytisch zoeker. Meer een recensent die oeuvres samenneemt en ontwikkelingen in de cultuur en maatschappij vastlegt dan een die zich onderweg laat verrassen. Nu kun je verschillende definities op het essay loslaten, maar doorslaggevend vind ik dat het genre vragen opwerpt, en in deze bundel vind ik iets te veel antwoorden. Goede antwoorden hoor, daar niet van. Over de eenvormigheid van het oeuvre van Arnon Grunberg stelt hij vast: 'Zijn romans volgen hetzelfde traject, stevenen altijd af op de publiekelijke en nietsontziende ondergang van zijn serviele, naïeve personages, die het telkens weer met dezelfde abstracte en principiële passiviteit ondergaan.' Hij weet het hard te maken door een aantal personages uit recente romans van Grunberg te vergelijken. En op zijn doorgedreven ironie te wijzen: 'Continu stapt Grunberg door de vierde wand heen, toont zijn lezers wat een onmensen zijn personages zijn, wat een droogkloten, maar ook: wat gedragen ze zich enkel als de concepten die ze zijn.'

Dat is een probleem, betoogt hij, want Grunberg is moralistischer geworden. En je hoeft je niet in te leven in personages, maar als het niet meer dan concepten zijn, grappen, hoe moeten die je dan wat over de werkelijkheid zeggen? En de werkelijkheid doet ertoe. De Vries schrijft over literatuur (Grunberg, Hilary Mantel, Oek de Jong), over tv-series, over films. Over ironie als houding, over onze houding tegenover seks.

'Maar jezus'

De breedte van De Vries' interesses, de diepte van zijn belezenheid, zijn kennis, het is indrukwekkend. Hij heeft gelijk! 'En toch – je kunt je eindeloos buigen over de manier waarop hij zijn humor heeft weten uit te smeren, over hoe zijn stijl is opgedroogd, zijn observaties meer gefocust zijn geraakt, en toch blijft het moeilijk om niet tot de conclusie te komen dat Grunberg de schrijver is van een oeuvre dat al geschreven is,' schrijft hij, maar hij buigt zich niet over die stijl. Ongetwijfeld kun je Grunberg beter pakken op zijn moralisme, op zijn ironie en op zijn personages, maar stijlanalyse ontbreekt in deze bundel. Meer iets voor recensies?

Dan: is De Vries zelf een stilist? Ik heb het zelf al wel eens beweerd, maar vooral valt op hoe spreektalig, hoe losjes hij schrijft. 'Ik weet niet of dat deze schrijvers mindere mannen maakt, maar jezus, ik weet nog dat een meisje voor het eerst tegen me zei "Je nám me echt" en die woorden, die ze bijna beschaamd uitsprak, waren een rite de passage (voor haar net zo goed) die zomaar uit de lucht kwam vallen,' is zo'n zin die totaal ontspoort maar toch goed aankomt. Ik weet niet, krachtterm, ik weet nog, citaat, onderwerp wisselt naar 'woorden', afzwakkend 'bijna', abstractum, terzijde, onderwerp blijkt naar 'rite de passage' gewisseld te zijn, afzwakkend 'zomaar', cliché. En toch weet hij hier aannemelijk te maken dat er een verschil is tussen literaire voorzichtigheid en de indrukwekkende werkelijkheid. En dat die werkelijkheid beter gevat werd door Mailer, Roth, Updike, Salter, Wolkers, dan de generatie van nu, met uitzondering van Philip Huff - en in retrospect Gustaaf Peek, maar dat boek heeft De Vries' deadline niet meer gehaald.

De Vries schrijft stoer, als in een gesprek op een borrel, retorisch, maar niet clean. Het gaat niet om de mooiste zinnen, maar om het tempo, de variatie en het doel: de lezer meekrijgen, overtuigen. Toch? Hij stelt er wel iets tegenover, die frase 'ik weet niet', woorden als 'misschien', 'toch', de stoplappen van het genre, ik denk dat ik er ook al weer een paar heb gebruikt. Dat is ook retorica, een schijnbaar kwetsbare opstelling.

Was De Vries naakt toen dat meisje dat tegen hem zei? Geeft hij zich bloot?

Niet als het over seks gaat, niet als het over literatuur gaat. Hij zet personages van generatiegenoten naast elkaar en verwijt hen hun slapheid. Maar Tim Modderman dan? En Friso de Vos? Over seks bij zijn generatiegenoten: 'Het blijft een houding, ze proberen superieur aan hun eigen onderwerp te blijven.'

'Kankerdocument'

'Zijn ziekte openbaarde zich net toen mijn vader aan zijn respectievelijke uitvoering was overleden, zelfde carcinoom, andere locatie, en in mijn hoofd werd Hitch gecopy-pastet naar het kankerdocument waar alles wat er ook maar zijdelings aan raakte naar werd verplaatst en heilig werd verklaard.' Ik heb niets met die hele Hitchens, ik ben veel betrokkener bij De Vries' stukken over die ergerlijke Grunberg en de generatiegenoten waar ik geen hoogte van krijg, maar 'Pretty gay: over Christopher Hitchens' raakt me. Zoals het stuk over seks uit De Groene Amsterdammer komt, komt dit stuk oorspronkelijk uit Das Magazin. Het is verrijkt, wat consequenter geworden, het copy-pasten en de onbestemdheid ('ik weet niet') is aanweziger. De Vries schrijft over Christopher Hitchens, maar eigenlijk over imago, over de verhalen die we over mensen vertellen, en hij doet twee dingen erg goed in dit stuk.

Eén. Hij geeft Hitchens, deze brallende, zichzelf kopiërende, rechtse vent gewicht door hem in dat kankerdocument te stoppen, in het rouwhoekje. Hij gaat dood, net als De Vries' vader. Doordat alles in dat mapje komt, inclusief muziek, een reis naar Venetië, boeken en een verzonnen anekdote op de begrafenis, wordt alles gelijkwaardig. Even denk je: ik ken dit, ik heb ook zulke documenten (noem maar op, vakanties, een eerste periode op school, studie of werk, liefde, kinderen, ziekte, dood). Het wordt persoonlijk. Bijna, naar Piet Meeuse, een autobiografisch essay, 'vooral op zoek naar verheldering van eigen ervaringen'. Dan schrijft De Vries: 'Uiteindelijk werd dat document afgesloten. Het kwam allemaal wel goed. Dingen veranderen, matters progress.'

Poppetje gezien. Dan het tweede. Al op pagina twee vertelt hij dat hij wat verzonnen heeft voor het Groene-interview met Hitchens: 'Zijn favoriete broodbeleg is pindakaas.' Dan: 'Want wat ik wilde zeggen is dat ik Hitchens anderhalf jaar later nog eens tegenkwam, op JFK International.' We zijn nog steeds in zo'n gesprek, en dit gesprek gaat nu over een lulkoekgesprek met die man. 'Hij complimenteerde me wel drie keer met mijn sporttas, een elegant geval van Paul Smith met een Mini Cooper erop en vroeg waar hij vandaan kwam en ik zei dat ze niet meer gemaakt werden, en of dat waar was wist ik niet.' Hij bekent dat hij de anekdote op de begrafenis van zijn vader verzonnen heeft. En dan: hij is weer in New York - 'zonder directe reden'.

'Ik loop elke dag naar het kioskje hier honderd meter verderop, waar ik me schaam om alleen maar zakjes snoep en barbecuechips in plastic tubes te kopen, en dus koop ik er steeds een krant of een tijdschrift bij – alsof het me daar echt om te doen is, alsof ik eigenlijk het type professional ben die het om de current affairs gaat, en niet een luie schrijver die op zijn hotelkamer tussen alle lege Skittles- en M&M’s-verpakkingen een enorme stapel ongelezen NY Times, Vanity Fairs en Newsweeks heeft liggen.
Waarom ik die schijnbeweging maak weet ik ook zelf niet – misschien zodat het vriendelijke meisje dat elke dag in de kiosk werkt niet verkeerd over me gaat denken, misschien om mezelf iets wijs te maken. Het gaat vanzelf.'

Echt? De anekdote is toegevoegd aan het oorspronkelijke stuk. Maar hij is sterk, hij lijkt iets schaamtevols bloot te geven, en tegelijk, door die frases 'weet ik ook zelf niet', 'misschien om mezelf iets wijs te maken' haakt hij aan wat fictie is, hoe fictie ontstaat. Hij is in dit stuk persoonlijk, hij doet er persoonlijk in, en hij werpt vragen op. Zo lees ik mijn essays graag. Want, en dat is ook stijlvol: hij benoemt de thema's imago, dood, fictie amper, hij zegt niet waarnaar hij op zoek is. Een derde kwaliteit. Hiervoor mag Joost de Vries de Jan Hanlo Essaymedaille Groot krijgen, met als prijs het gewicht, nee het aantal woorden in Skittles.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog