, 18 December 2014

Inleiding: Edwin Fagel, De goddelijke kut. Kunst en poëzie als mystieke daad

Revisor 2014

In de aanloop naar de verschijning van ons nieuwe nummer in januari (abonnees ontvangen hem nog deze week) leiden we onze auteurs en hun bijdragen in. Vandaag: Daan Stoffelsen over Edwin Fagels essay 'De goddelijke kut. Kunst en poëzie als mystieke daad'.

Op 29 mei 2014, Hemelvaartsdag, ontblootte de Luxemburgse kunstenares Deborah de Robertis haar vagina voor het schilderij l’Origine du Monde van Gustave Corbet. Wat is er tegelijk vanzelfsprekender en schokkender dan deze performance? Vanzelfsprekender, want Courbet had een geslachtsdeel als het hare afgebeeld; schokkender, want Courbet was een man, en de vrouw slechts afbeelding. De Robertis was daartussenin gaan zitten.

De performance, de poëzie van Sasja Janssen, Joost Baars en Rozalie Hirs, en de theorieën van Bataille en Mallarmé, brengen Edwin Fagel (1973), dichter en hoofdredacteur van het poëzietijdschrift Awater, tot bespiegelingen over het vrouwelijk geslacht, voortplanting, kunst en het mystieke. ‘Elk schilderij, elk gedicht, elke kunstperformance, kortom: elke kunstuiting voegt iets toe aan de “heilige werkelijkheid” die kunst is – en daarmee is elke kunstenaar te beschouwen als een leven scheppende instantie, als een God.’

Met zijn zinnige lezingen legt Fagel vruchtbare verbindingen tussen deze belangrijke onderwerpen, en laat hij zien hoe de man in de kunstgeschiedenis iets van zijn ruimte heeft moeten prijsgeven.

Auteursportret © Bianca Sistermans

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog