, 31 December 2014

Inleiding: Daan Stoffelsen, De volle kamer, de veiligheid buiten

Revisor 2014

In de aanloop naar de verschijning van ons nieuwe nummer in januari leiden we onze auteurs en hun bijdragen in. Vandaag: Gustaaf Peek over Daan Stoffelsens essay 'De volle kamer, de veiligheid buiten. Over ronde essayisten en persoonlijke vertellers: Luiselli, Thomése, Mutsaers, Zwamborn'.

De bekroning van zijn essay ‘Waarschuwingen, ravijnen en ziekenhuisgebouwen’ met de Jan Hanlo Essayprijs Klein 2013 heeft alleen maar bekrachtigd wat de ingewijde lezer al had opgemerkt: Daan Stoffelsen (1981) is een essayist van formaat.

De literatuur is zijn domein, het huis dat hij onrustig en gulzig bewoont. Intimiderend belezen, maar altijd bescheiden, stelligheid is hem vreemd, zijn essayeren is een ingrijpend en aangrijpend zoeken. Deze keer waagt Stoffelsen zich op intiem terrein. Hij onderzoekt de taal en tactiek van schrijvers over kinderen, de dood en angst, nooit laat hij na zichzelf te betrekken, een genadeloze manier om inzichten te testen, om iets werkelijks te benaderen.
En dan, vlak voor het einde van het essay, een onverwacht fel oplichtende zin: ‘Literatuur creëert schrijvers’. Niets is onwillekeurig, niets staat los, deze zin is een kiem. Stoffelsen werkt aan een fonkelend oeuvre.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog