, 04 Februari 2015

Weg met plot

3 februari opende Gustaaf Peek onze literaire avond 'Weg met plot?', een discussie met bijdragen van Mischa Andriessen, Marieke Rijneveld en Bart Koubaa onder moderatie van Erik Lindner. De bijdrage van Andriessen zult u in ons aprilnummer lezen - die van Peek volgt hieronder. Over liefde en haat voor plot.

De plot, want mannelijk. Meervoud: plots. Intrige, knoop, verwikkeling van een verhaal, film, enz., vooral het causale en rationele plan van de stof, het thema en de conflicten die erin uitgewerkt zijn. Dat zegt mijn 23-jaar oude Van Dale over het begrip ‘plot’. Het causale en rationele, het thema en de conflicten. Dit zijn heldere termen. Van Dale laat zich niet uit over het nut of de noodzaak van plot. Intrige, knoop, verwikkeling: wanneer een van die drie zijn kop opsteekt, mogen we van plot spreken. Wanneer knoop of verwikkeling ontbreken spreken we niet meer van plot, ik heb geen idee waar we in dat geval dan wel van spreken. Een koe is een rund, maar een rund niet altijd een koe. Plot kan niet bestaan zonder een verhaal, maar een verhaal zonder plot is nog altijd een verhaal.

Verhaal. Onzijdig, meervoud: verhalen. Mondelinge voordracht van al dan niet verzonnen gebeurtenissen, met het doel het publiek te verstrooien, te boeien. Betekenis 2: schriftelijke vastlegging van een verhaal. Uiteindelijk geeft Van Dale 8 betekenissen, maar in geen van die 8 verschijnt het begrip ‘plot’. Dus waarom zou een verhaal plot moeten hebben?

Kunst draait om afspraken, zo ook de literatuur. In pulp moet plot al van de eerste pagina spatten: de loop der dingen krijgt een nadrukkelijke kras en de personages kunnen vooruit. Doorgaans mag een literair werk zijn afspraak met de lezer niet zo opzichtig definiëren. Doorgaans hebben literair auteurs ook geen idee hoe die uitnodiging naar de lezer in te richten. Dit onvermogen, ik denk dat ik het daarover wil hebben.

Ik hou van plot. Ik hou ervan wanneer een roman me weet te overtuigen van de onvermoede betekenis van grillige gedachten en handelingen, ik hou ervan wanneer een auteur me laat dwalen om me uiteindelijk tot het besef te brengen dat ik met elke zijweg een grotere menselijke bedoeling dichter ben genaderd. Want dat is wat plot voor mij moet doen: het moet een onverwacht en onherroepelijk inzicht doen ontstaan in mijn verbeelding.

Ik hou van plot, maar ik hou niet van pulp. Kenbaarheid van de werkelijkheid: dat idee scheidt literatuur van pulp. Pulp gebruikt plot om gecreëerde chaos en rumoer te herstellen, zodra de belangrijkste personages weten wie het heeft gedaan, is eindelijk de gewenste rust en orde bereikt en komt die bevredigende laatste bladzijde in zicht, die laatste hap, met de meeste saus. Pulp mag niet moeilijk doen over de werkelijkheid, er bestaan recepten en formules voor menselijk gedrag, alles heeft oorzaak en gevolg. Plot is de tredmolen waarin de lezer zijn veilige rondjes draait.

Literatuur moet dit anders doen, maar gebeurt dit ook? Wat bijvoorbeeld een misdaad is voor de pulpschrijver, is trauma voor de literair auteur. Trauma mag de serieuze schrijver ongestraft inzetten, trauma geeft hem een gerechtvaardigd verloop voor een verhaal. Zelfs het ontbreken van trauma is al trauma genoeg om een hele roman mee te vullen. Een literair personage is een pathologisch personage en de roman dient om die pathologie uiteen te zetten en te duiden.

Maar hoe plat is dat? Literatuur maakt daarmee de werkelijkheid even behapbaar als pulp. Trauma als plot, als recept, als formule, alles oorzaak en gevolg.

Daarom: weg met plot. Mishandeling, misbruik, disfunctionele gezinnen, de oorlog, gebroken harten, verlatingsangst, alcoholisme, existentiële leegte: ik wil het allemaal niet weten. Ik wil geen prologen met uitleggerige terugblikken, geen epilogen met een zelfgenoegzame staart; ik wil geen staalkaart van voorspelbaar menselijk geploeter, geen leidmotieven die me gradueel van slachtofferschap of excentriciteit moeten overtuigen; ik wil niet dat personages iets aantonen of symboliseren, ik wil niet dat ze iets inlossen. Ik wil het niet weten, niet lezen, niet op de eerste bladzijde, niet op de laatste.

Een roman is een zoekende tekst. Twijfel is essentieel. Een schrijver doet ook maar wat, maar als het goed is altijd in bezielde samenzwering met de lezer.

Ik hou van plot, maar alleen als deze zich verborgen houdt in de taal. Ik wil nergens draden opmerken die glimmend naar de handen van de schrijver leiden. Als lezer wil ik bevestigd noch ontkend worden, in het beste geval wil ik kwijtraken, een heimelijke versie van mijzelf treffen.

Een roman is een ongevraagde verzameling woorden. Het is niet anders. Een roman is eenzaam, zo hoort het.

Taal als vehikel. Nog een punt waar pulp en literatuur elkaar te dicht naderen. Sterke taal is het sterke verhaal.

Ik wil mijn plot zo dwingend en onzichtbaar als het zout in de zee.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog