Daar was eens een plotje loos

Arjan Peters was er niet. Is dat de clou? Je hebt vragen die smeken om een antwoord (waren er verdachte omstandigheden?) en vragen die je aan het denken zetten, punt. De mysterieuze afwezigheid van Peters, benadrukt door een stellige, zure column in de Volkskrant zou kunnen wijzen op een mengsel van zout- en zwavelzuur, of op het feit dat er inderdaad meer te zeggen is over plot dan je in anderhalf uur op dinsdagavond in het warme maar verweesde restaurant van NRC kunt. (Gustaaf Peeks reactie op Peters' column staat hier.) De redactie deed dat daar, onze tafelgasten ook. In de zaal Kees 't Hart en Richard de Nooy. Wim Noordhoek ook, Martin Schouten. En nu ik. Met Gustaaf Peek houd ik van plot, maar niet van beantwoorde vragen. Ik houd van structuren die ontaarden in een losse verzameling van chaotische geschiedenissen. Ik houd, en ik ben niet de enige bleek die avond, van verrassingen.

Wat is plot?

Ik ben veel meer geïnteresseerd in vragen dan in de uitroeptekens van de afwezigen. Eén vraag die nadien veel opspeelde, was Wat is plot? De definitiekwestie raakte ook de Volkskrant-columnist, die stelde over Gustaaf Peeks Godin, held (matig besproken in Sir Edmund, met een interview in ere hersteld in het Magazine), dat 'zijn liefdesverhaal wel degelijk een verloop [kent]'. Een verloop dus. Gustaaf Peek had voor zijn openingspraatje, al vanaf woensdagavond online te lezen, ruim voor het zakken van de zaterdagkrant, het woordenboek geraadpleegd. Hij vond 'Intrige, knoop, verwikkeling van een verhaal, film, enz., vooral het causale en rationele plan van de stof, het thema en de conflicten die erin uitgewerkt zijn'.

Maar de discussie ging toch eerder over wat Wim Noordhoek (wel aanwezig) in zijn Avondlog 'plotpoints' noemde, 'de momenten in een verhaal waarop een hoofdpersoon een weg inslaat waarvan geen terug meer mogelijk'. Of wat Martin Schouten, iets verder in Peters' bijlage omschreef in zijn bespreking van Robert Walser:

'Een plot? Heeft hij nooit. Een verademing in onze moderne literatuur vol vette effecten die je naar de volgende pagina proberen te trekken. Pageturners, je voelt je er door behandeld als een kleuter die met alle geweld bezig moet worden gehouden. Walser lees je om de stijl en dan beland je in het rijk van de vrijheid.'

Mischa Andriessen, wiens bijdrage in het komende nummer van de Revisor zal verschijnen, zei het zo:

'In een plot op zich schuilt geen kwaad; dat het plot symbool staat voor vakmanschap, een afgerond geheel zonder losse draden of onverwachte omdraaiingen, dat het plot soms belangrijker wordt gevonden dan het achterliggende idee van een roman, of dat idee zelfs vervangt, die beperking tot het nette en in het gareel blijvende, dat trechterdenken gericht op een ontknoping, een oplossing, dat… - weet je wat, ik maak de zin niet af.'

Waarmee de vraag op twitter, of het nu om plot of clou ging, ook wel beantwoord is: om beide, als ze schrijver of lezer tot iets dwingen. Want de vrijheid werd geprezen. Verrassingen, in het schrijf- én leesproces, daar gaat literatuur om.

Ik houd van plot

Herhaaldelijk stelde Peek dat hij ondanks zijn bedenkingen wel van plot houdt. (Waarmee de opmerking in de volgende week te verschijnen leesgids Steinz, dat hij 'een streng stilist [is] die zich sterk maakt voor meer plot en avontuur in romans', gelukkig nog enigszins klopt.) Ik ook. Plot helpt, maar zoals alles wat je helpt, voel je je pas echt serieus genomen als je losgelaten wordt.

(Plot is weg (het nieuwste Gouden Boekje, waarin de kleine Plotje van zijn ouders een mengsel van zout- en zwavelzuur krijgt, direct na het ontbijt het goedje inneemt en oplost in een brei van beeld, tot hij onbegrijpelijke moderne kunst geworden is. Een zoektocht met zaklantaarns baat niet).)

Dat is wat het werk van Bart Koubaa interessant maakt: je leest over een ramp en een verhoor, en je denkt de dader wordt gevonden (Maria van Barcelona), je leest over een moord en je denkt er is een eenvoudig motief (De Brooklynclub), je leest over zelfmoord en een midlifecrisis en je denkt dat het meer is dan dat (De vogels van Europa). Je wordt op het verkeerde pad gezet, en die verwarring is aangenaam. Je moet lachen, maar je begrijpt niet waarom. Dat is ook wat het werk van Joost de Vries leuk maakt, het spel met genres, van universiteitsroman tot spionagethriller, en hoe je achteraf vaststelt dat het vooral luchtspiegeling was.

Dat avontuur, dank Steinz, dat maakt literatuur. En zoals je vragen hebt zonder antwoorden, zo is er avontuur zonder sensatie. Laat ik daar nu van houden. Plot, avontuur, vragen - maar vragen het meest.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog