Zonder beeldje, toch in beeld

En de winnaar is...

Eind februari schreef Theo Hakkert een column in de Twentse krant Tubantia. Hakkert was verbaasd dat De laatste ontsnapping, mijn nieuwste roman, niet op de longlist van de Libris Literatuurprijs was geplaatst. ‘Iemand moet Jan van Mersbergen belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaad had gedaan, werd hij op een morgen niet op de Libris-longlist gezet.’ Zo luidde de eerste alinea.

Hakkert noemt het niet nomineren van De laatste ontsnapping: ‘Onterecht, en het idee dat de roman niet een van de achttien beste van vorig jaar zou zijn, is zo bespottelijk dat het grenst aan onwerkelijk. Of aan kwaaie wil.’

Hakkert haalt een moment van woede en kritiek aan toen ik in 2012 genomineerd was voor dezelfde Librisprijs, met Naar de overkant van de nacht. Destijds ageerde ik tegen de gang van zaken. In mei 2012 zat ik aan een tafel in het Amstel Hotel. Tonio won, dat was te verwachten. Niemand viel daarover, en ook niet over de afwezigheid van A.F.Th. van der Heijden, dat was gezien de omstandigheden en de strekking van zijn boek logisch. Toen echter Van der Heijden direct na de bekendmaking vol op de tv-schermen in beeld kwam en zijn vrouw omhelsde was voor mij meteen duidelijk dat er een spel gespeeld was waar ik niet aan mee wilde doen, maar waar ik wel middenin zat.

Het deed me denken aan de uitreiking van de AKO-prijs in 2007 toen Van der Heijden na een ruzie niet een ruimte wilde delen met Arnon Grunberg (iets wat ik heel goed kan begrijpen, niet vanwege Grunberg maar gewoon het feit dat je de ruimte niet met een ander wilt delen) maar vervolgens, toen hij gewonnen had, wel die ruimte betreden kon. Als winnaar wil iedereen in beeld, wie en waar dan ook.

Destijds was het hele AKO-gebeuren live op tv, de uitreiking van de Libris vier jaar later ook, en de omstandigheden waren anders. Terwijl juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf met een beeldje in zijn handen stond voor een winnaar die er niet was, had Nieuwsuur Van der Heijden al in beeld. Het televisieprogramma stond met een complete cameraploeg bij de winnaar thuis en direct was mijn idee, en dat werd meteen een dag later door Van der Heijden in een NRC-interview met Arjen Fortuin bevestigd, dat hij van te voren gebeld moest zijn met de vraag of ze hem mochten komen filmen, want hij zou gaan winnen. Er is zelfs overleg geweest over het tijdstip waarop de tv-wagen in de straat bij Van der Heijden zou gaan staan, omdat zijn buurman Kluun anders direct zou weten dat Tonio de winnaar was, en Kluun kennende zou daar zeker een twitterbericht aan besteed worden.

Van der Heijden valt niks te verwijten. Hij had aangegeven waarom hij niet bij de uitreiking kon zijn, hij was gelukkig met de erkenning en de prijs, hij gaf de gang van zaken toe. Hij begreep ook wel dat het bizar was.

Waar het mij om gaat: aan de andere genomineerden werd niet gedacht en van gelijke behandeling was geen sprake. Wanneer je de ene genomineerde vertelt dat hij gaat winnen, dat je dan de andere genomineerden ook vertelt dat zij niet gaan winnen. Heel eenvoudig. Dan ga ik om de hoek in de kroeg een biertje drinken en zeg ik dit circus vaarwel. Voor de organisatie van de prijs is het niet gewenst dat genomineerden weglopen van tafel, daarom werd mij en de drie anderen niks verteld. Drie anderen, omdat ook Jeroen Brouwers, die met Bittere bloemen genomineerd was, ook niet aanwezig was. Hij had geen reden zoals Van der Heijden die had, hij had gewoon geen zin in dit gedoe, en uiteindelijk bleek hij de verstandigste van allemaal.

Ik deed netjes mee maar toen het erom ging bestond ik niet meer, daarom was ik boos. Dus toen me vlak na de prijsuitreiking een microfoon van een of andere radiozender voorgehouden werd heb ik haarfijn uitgelegd wat me dwars zat en ben daarna naar de bar beneden in het Amstelhotel gegaan. Ik vroeg me op de radio nog af of Nieuwsuur bij Jeroen Brouwers ook een cameraploeg voor zijn huis net over de Belgische grens had staan. Het antwoord gaf ik er meteen bij: Natuurlijk niet.

In reacties op verschillende literaire blogs, zoals Tzum, en op twitter werd ik bestempeld als een slechte verliezer. Daarop heb ik alleen de aanvulling dat ik een hele slechte verliezer ben, als het spel niet netjes gespeeld wordt.

Of dit alles iets te maken heeft met het niet-nomineren van De laatste ontsnapping drie jaar later weet ik niet. Theo Hakkert, Libris-jurylid in 2012, benadrukt in zijn column dat de jury onafhankelijk is en bovendien regelmatig van bezetting wisselt. Over de keuze van de jury is niks te zeggen, ik beschrijf in het eerste deel van deze reeks alleen de beslommeringen van 2012 en de column van Hakkert, wiens verbazing me vleide.

Vandaag wordt de shortlist van de Librispijs bekend gemaakt. Gelukkig hoef ik niet de hele ochtend te wachten of eventueel de cameraploeg van Nieuwsuur aanbelt. Die cameraploeg wordt niet alleen ingezet om beelden te schieten van een schrijver die al weet dat hij gewonnen maar die toch nog voor het Nederlandse televisiepubliek live zijn vrouw omhelst, dezelfde cameraploeg wordt op pad gestuurd om de genomineerden van dit jaar vanavond op tv te krijgen. In een item van een paar minuten schieten voordeuren, deurbellen, verwarde en nerveuze schrijvers voorbij. Ongemakkelijke situaties als de boeken van de andere genomineerden uitgepakt worden, korte reacties. Voor die zes dan, want alle achttien genomineerden wordt gevraagd aan te geven waar ze zich op deze ochtend bevinden zodat Nieuwsuur haar rondje maken kan, maar bij twaalf schrijvers verschijnt niemand. Die wachten voor niks. Een vreselijke formule die beeldmateriaal en nieuwswaarde boven de gemoedstoestand van de schrijvers stelt, en daarmee boven het schrijven zelf.

Ik weet in ieder geval zeker dat ik deze ochtend niet lastig gevallen word door een cameraploeg en ook niet door een ijzige stilte van de cameraploeg die niet verschijnt.

Theo Hakkert noemde in zijn column mijn arbeidsethos. ‘Want geschreven moet er worden, geschreven zal er worden.’ Dat etos leef ik inderdaad na. Ik ben deze ochtend thuis aan het werk.

*

Literatuur en prijzen; een combinatie die voor leespubliek, uitgevers, boekhandels en media heel vanzelfsprekend en gewenst is, maar hoe beweegt een schrijver zich in het prijzencircus? Jan van Mersbergen werd genomineerd voor literaire prijzen, won prijzen, werd vaak niet genomineerd en won ook vaak niet, zit in de jury van een prijs en volgt het nieuws over de prijzen. In deze serie vertelt hij over zijn ervaringen. Dit is aflevering één.

drie reacties

Coen Peppelenbos

Dag Jan, waar precies in ons bericht op Tzum noemen we je een slechte verliezer? http://www.tzum.info/2012/05/nieuws-jan-..

Coen Peppelenbos, (URL) - 02-03-’15 11:04
maartje

Mooi, Jan!

maartje, - 02-03-’15 11:22
Jan

Hoi Coen, niet in jullie bericht, dat klopte helemaal, maar in de reacties op jullie bericht, die kreeg ik per mail of via twitter destijds.

Jan, - 02-03-’15 11:25
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog